Opinie

    • Maxim Februari

Worstelen met woorden: essentieel én gevaarlijk

Taal blijft een bron van vermaak en verwondering. Grote advertentie van een reisbureau in de krant. Het bureau doet in toplocaties. Stijlvolle resorts. Het heeft zelfs een filosofie die voorziet in droomvilla’s. En dan spreekt de Deen Hans Christian Andersen in de advertentie opeens Engels. „To travel is to live”, zegt de grote schrijver. O jee. Luxe resorts door een introvert genie laten aanprijzen en dat tot overmaat van ramp doen in nietszeggend Engels. Het reisbureau heeft akelig veel geld uitgegeven om zich met deze tekst op de kaart te zetten als hopeloos wereldvreemd.

Omdat taal zo vermakelijk en zo moeilijk is, ben ik nu ook al twee weken in de ban van het televisieprogramma First Dates. Onbekenden treffen elkaar in een Londens restaurant. Ze voeren gesprekken. Je mag blij zijn dat er af en toe ‘een vonk’ overspringt, want als ze het alleen van praten moesten hebben, zou het faliekant misgaan. De openingsvragen mogen dan simpel zijn, dat is nog geen garantie voor een simpel gesprek. „Waar kom je vandaan?” „Noord-Londen.” Radeloos: „O, ik ben niet erg goed in aardrijkskunde.”

De talige kwesties in het programma hebben voor een groot deel te maken met verschillen in klasse en opleiding. Je houdt je hart vast bij al die prachtige jonge mensen die de menukaart niet kunnen lezen, omdat ze niet weten dat biefstuk van een koe komt. Of wat België is. „Er zijn Colchester oysters.” „Wat betekent dat?” „Ze komen van Colchester.” Ze durven niet op te biechten in welke armoedige stad ze wonen, ze zijn bang dat de ander zal afknappen op hun vrijwel onverstaanbare sociolect. Terwijl aan het tafeltje ernaast statige Britten praten over de jacht op patrijs.

Je kunt het allemaal niet overschatten, dat wil zeggen, het is echt belangrijk, het geworstel met woorden, die meestal net niet betekenen wat je zou denken dat ze betekenen. In de liefde is er nog die vonk – ‘the spark’ – die kan overspringen en die woorden overbodig maakt. Maar in de rest van het bestaan is taal essentieel en is het onvermogen er precies over te zijn dus behoorlijk riskant.

De ondertitelaars van het programma verschillen onderling ook nogal in taalgebruik. Een van de afspraakjes, tussen twee mannen, verloopt abominabel: ze hebben subiet de pest aan elkaar. „Hoe oud ben je?” „Tweeënvijftig.” Minachtend: „I don’t think I ever met anyone that old before.” Deze amusante dialoog belandt natuurlijk meteen in de intro van het programma, en de eerste ondertitelaar blijft dicht in de buurt van het origineel. „Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo oud is.” Maar een andere ondertitelaar, die kennelijk serieuzer van aard is, haalt de volgende dag de grap van de overdrijving eruit, waardoor de belediging alleen maar groter wordt. „Ik kom nooit zulke oude mensen tegen.”

Je zou kunnen denken dat het verschil in vertaling bij televisieprogramma’s optreedt door de snelheid waarmee moet worden ondertiteld. Maar in mijn kast heb ik toevallig net een oeroud verslag teruggevonden van een bijeenkomst met deftige literaire vertalers. Die hadden zich vooraf langdurig gebogen over Kafka’s verhaal ‘Der Kübelreiter’, de kolenkitruiter, en kwamen nu hun vertalingen vergelijken. Ook deze langzame vertalers bleken uiteenlopende opvattingen te hebben.

‘Verbraucht alle Kohle; leer der Kübel”, schrijft Kafka. „Opgestookt alle kolen, leeg de kit”, vertaalt de een. „Helemaal geen kolen meer, de kit leeg”, vertaalt de ander. De verschillen lopen op tot het punt waar zelfs de betekenissen veranderen. Kafka laat zijn ruiter over straat rijden, „die Hand oben am Griff, dem einfachsten Zaumzeug”. Maar is dat „mijn hand boven om het handvat, de eenvoudigste teugel” of „de hand boven aan het hengsel, een hoogst eenvoudig hoofdstel”?

Onlangs sprak Sally Wyatt in Trouw over de problemen die ontstaan wanneer we de wereld proberen te vertalen in data. Data zijn vertaalproducten: ze worden geformuleerd door mensen die keuzes maken en beslissingen nemen en die daarin dus onderling flink kunnen verschillen. Wyatt, hoogleraar technologie en maatschappij in Maastricht, merkte op dat het ‘veel inspanning en geld’ vergt om data te genereren. Eigenlijk heb je daarbij archivarissen en bibliothecarissen nodig, zei ze, historici, mensen die snappen hoe zulke keuzes werken.

En vertalers, zou ik zeggen. Die kennen de subjectiviteit van de keuzes. „Und damit steige ich in die Regionen der Eisgebirge und verliere mich auf Nimmerwiedersehen”, schrijft Kafka. „En daarmee stijg ik op naar de regionen van de ijzige bergen en verdwijn tot nooit meer weerziens.” „En met die woorden verhef ik me naar de regionen van de ijsgebergten en raak daar voorgoed verloren.’

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.

    • Maxim Februari