Opinie

    • Marc Hijink

Wat heeft Google daar te zoeken?

Wat heeft Google te zoeken in China? In één woord: geld. Voor de huidige topman, Sundar Pichai, is China te belangrijk om te missen.

‘Vandaag zijn we gestopt onze zoekmachines te censureren”. Met die mededeling trok Google op 22 maart 2010 de stekker uit de Chinese versie van Google Search. Na acht jaar overweegt Google om de winkel in China toch maar weer te openen. Volgens nieuwssite The Intercept is er al een proefversie gebouwd van een strenggefilterde zoek-app met de idyllische naam Dragonfly (libelle). Een van de functies zou zijn dat zoekopdrachten gekoppeld worden aan het telefoonnummer van de gebruiker – altijd handig in een surveillancestaat.

Wat heeft Google te zoeken in China? In één woord: geld. Voor de huidige topman, Sundar Pichai, is China te belangrijk om te missen. Hij voelt de druk van de aandeelhouders om te blijven groeien. Al zwol de jaaromzet tot 110 miljard dollar, Google kan niet langer een markt met 800 miljoen Chinese internetgebruikers blijven negeren.

Google zou niet het enige Amerikaanse bedrijf zijn dat zich laat muilkorven achter The Great Firewall. Microsoft en Apple doen het al. En met succes: een vijfde van Apples omzet komt uit China. Facebook zou ook dolgraag toegelaten willen worden. Mark Zuckerberg leerde Mandarijn en ging joggen op de Chinese Muur. Het mocht niet baten.

Amerikaanse congresleden willen uitleg, maar Google laat commentaar achterwege. De China-kwestie zorgt ondertussen binnen Google voor discussie. Er rouleert een protestbrief en de eerste boze medewerker stapte al op.

Er is iets veranderd sinds Google-oprichters Larry Page en Sergey Brin zich terugtrokken uit de dagelijkse leiding. Uit hun tijd stamt het don’t be evil- principe. Bij de beursgang in 2004 betekende dat: „We willen een bedrijf zijn dat de wereld verbetert, al gaat dat ten koste van winst op korte termijn.” Achteraf gezien is dat een te naïeve voorstelling van zaken.

Deze maand had een feestmaand voor Google moeten zijn. Het is precies twintig jaar geleden dat Page en Brin hun bedrijfje oprichtten in de garage van Susan Wojcicki, die nu leiding geeft aan YouTube.

In plaats daarvan werd het een alle-ballen-op-Google maand. Het Europese Parlement wil een uploadfilter, dat vooraf controleert op auteursrechten. Die taak kun je met goed fatsoen niet aan algoritmes overlaten: die hebben geen gevoel voor humor en zien het verschil tussen een parodie en een illegale upload niet.

Daarnaast buigt het Europese Hof zich over de vraag of Google wereldwijd zoekresultaten moet verwijderen, als je in de EU aanspraak maakt op het recht om vergeten te worden. Het zou een ingrijpende maatregel nog ingrijpender maken.

Google werd ontboden in het Amerikaanse Congres om uit te leggen wat het doet tegen nepnieuws en riep de toorn van Trump over zich af: de president vindt dat hij door de zoekmachine onheus bejegend wordt.

Vaak zwaait Google met de vlag ‘vrijheid van meningsuiting’ zodra zijn bewegingsvrijheid beperkt dreigt te worden. Dat is een krachtig argument als je zo groot bent dat internet bijna gelijk staat aan googlen. Maar een vrijwillige knieval in China maakt Google er niet geloofwaardiger op.

is techredacteur
    • Marc Hijink