Raad van State kraakt begrotingsbeleid kabinet

Rijksbegroting Vicepresident Piet Hein Donner vindt het beleid van Rutte III onverstandig. Meevallers worden gebruikt om nieuw beleid te financieren.

Vicepresident van de Raad van State, Piet Hein Donner, arriveert bij de Ridderzaal. Foto ANP/Jerry Lampen

In nog veel hardere woorden dan het Centraal Planbureau kraakt de Raad van State de wijze waarop het kabinet met de overheidsfinanciën omgaat.

In het vaste advies over de Miljoenennota en bijbehorende begrotingswetten stelt vicepresident Piet Hein Donner dat het budgettaire beleid van kabinet-Rutte III in de huidige groeiende economie „procyclisch” is met „expansief begrotingsbeleid in conjunctureel gunstige tijden”. Dat „ligt niet in de rede”, schrijft Donner streng in zijn laatste advies als vicepresident – hij vertrekt op 1 november .

De Raad van State toetst of Nederland op basis van de deze dinsdag gepresenteerde rijksbegroting voor 2019 voldoet aan de Europese begrotingsregels. Dat is het geval, met een begrotingsoverschot van 1 procent (waar een lidstaat van de eurozone een tekort van maximaal 3 procent mag hebben), en met een staatsschuld van onder de 50 procent van het bruto binnenlands product, waar de Europese norm op 60 procent ligt.

Volg ook ons liveblog over Prinsjesdag

Weliswaar voldoet ook het zogeheten structurele begrotingssaldo, geschoond voor incidentele mee- en tegenvallers, met min 0,4 procent net aan de Europese ondergrens van min 0,5 procent, maar deze parameter is in twee jaar tijd wel met 9 miljard euro omgeslagen van een overschot in 2018 tot een tekort in 2019. Oorzaak: „Een stevige groei van de uitgaven.” De „budgettaire impuls ligt vanuit economische optiek in de huidige conjunctureel gunstige jaren niet in de rede”.

De Raad van State vindt het onverstandig dat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) verschillende structurele uitgaven (in onder meer defensie en onderwijs) dekt door meevallers bij de sociale zekerheid en de zorg, waarvan niet zeker is of die dekking ook structureel is. Donner schrijft: „Dit lijkt niet in lijn met het uitgangspunt dat meevallers niet mogen worden gebruikt voor nieuw beleid en roept dan ook de vraag op hoe dit te rijmen is met de budgettaire spelregels.”

Lees ook de analyse: De beloftes op Prinsjesdag zijn weinig waard

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017, die uiteindelijk leidde tot de (moeizame) formatie van het huidige vierpartijenkabinet, waarschuwden velen voor precies dit fenomeen. Doordat het Nederlandse begrotingsbeleid doorgaans procyclisch is – de overheidsuitgaven groeien als het economisch goed gaat – zijn straks als het weer wat minder gaat harde bezuinigingen en lastenverzwaringen nodig om aan de Europese begrotingsregels te voldoen. Verschillende economen, het CPB en, in 2016, ook de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte sporen de politieke besluitvormers aan om buffers op te bouwen voor de volgende economische crisis.

Het CPB is het eveneens niet eens met Hoekstra’s budgetbeleid
    • Philip de Witt Wijnen