Niet meer geld voor leraren dan was beloofd

Onderwijs

Terwijl de koning de Troonrede uitsprak, cirkelde boven Den Haag een vliegtuig met luchtreclame: Liever Shell in zijn sas, dan een leraar voor de klas. Afzender: vakbond Leraren in Actie. De boodschap: het kabinet helpt multinationals door de dividendbelasting af te schaffen, maar doet weinig aan het lerarentekort.

Toch neemt de omvang van de onderwijsbegroting toe: van 36,1 miljard euro in 2018 tot 38,5 miljard euro in 2019. Het primair onderwijs krijgt daarvan het grootste deel: 11,3 miljard. Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media Arie Slob (ChristenUnie) heeft echter niet meer geld vrijgemaakt voor onderwijzers dan hij in het regeerakkoord al beloofde: 270 miljoen euro voor de verhoging van de salarissen en 430 miljoen euro voor vermindering van de werkdruk (in 2019 nog 237 miljoen).

Het voortgezet onderwijs komt er wat betreft extra investeringen bekaaider vanaf: die komen (min de ‘ombuigingen’) neer op 63 miljoen in 2019. Technische vmbo-scholen krijgen er 70 miljoen euro bij. De begroting van het hoger onderwijs neemt toe in 2019 met 0,8 miljard, naar 8,2 miljard. De halvering van het collegegeld voor eerstejaars kost 165 miljoen euro. Tegelijkertijd wordt per 2020 de rente op studieleningen verhoogd, wat 226 miljoen euro moet opleveren.

Minister Ingrid van Engelshoven (D66) investeert 50 miljoen extra in cultuur in 2019, oplopend tot 80 miljoen vanaf 2020. De helft daarvan gaat naar cultuureducatie en talentontwikkeling. Een goed deel van de mediabegroting (960 miljoen) gaat naar de landelijke publieke omroep: 740 miljoen. Zoals in november al aangekondigd, is dat een bezuiniging van 62 miljoen.