Mensen met inkomen boven minimumloon profiteren het meest

Koopkracht Als de voorspellingen uitkomen, gaat 96 procent van de huishoudens er op vooruit. Maar voorspellingen blijven voorspellingen.

Bezoekers van de Binnenrotte-markt in Rotterdam. Foto Sira Anamwong

Meer mensen moeten concreet merken dat het goed gaat, zei de koning in de Troonrede. En als de voorspellingen uitkomen, ziet het er goed uit: zo’n 96 procent van de huishoudens gaat er in 2019 op vooruit, verwacht het ministerie van Sociale Zaken. Een doorsnee huishouden krijgt volgend jaar 1,5 procent meer te besteden. De helft van de huishoudens gaat er minder op vooruit, de helft meer.

Het meest profiteren mensen met een inkomen ruim boven het minimumloon: een doorsnee huishouden in deze categorie gaat er volgend jaar 1,6 tot 1,7 procent op vooruit, aldus het ministerie. Van alle soorten inkomen (loon, uitkering, pensioen) profiteren werkenden het meest: zij gaan er 1,6 procent op vooruit. Mensen met een uitkering het minst: 0,9 procent. Er zijn maar weinig mensen die er volgend jaar op achteruitgaan: in alle groepen gaat meer dan 90 procent van de huishoudens erop vooruit volgens het kabinet.

Het Centraal Planbureau is over de hele linie wat minder optimistisch in de ramingen die het op Prinsjesdag publiceerde: zo stijgt het doorsnee inkomen van uitkeringsgerechtigden niet met 0,9 maar met 0,8 procent. Dat komt doordat het CPB een hogere zorgpremie verwacht in 2019: 1.446 euro per jaar. Sociale Zaken rekent met 1.432 euro.

Lees ook ons liveblog over Prinsjesdag

Extra geld voor sommige groepen

De koopkrachtramingen zagen er in augustus al goed uit: toen berekende het CPB aan de hand van de conceptplannen van het kabinet dat 93 procent van de huishoudens erop vooruit zou gaan in 2019. Toch trok het kabinet 700 miljoen euro extra uit om de koopkracht van sommige groepen verder te verbeteren. De tarieven van de loon- en inkomstenbelasting gaan volgend jaar wat meer omlaag dan het plan was.

Ook verhoogt het kabinet diverse belastingkortingen. Vooral lagere inkomens, mensen met een uitkering en gepensioneerden profiteren van die recente ingrepen van het kabinet. Zou in augustus 86 procent van de mensen met een uitkering erop vooruitgaan, nu is dat 93 procent. De koopkracht van een doorsnee gepensioneerde verbetert door de ingrepen niet met 1,1 maar met 1,5 procent.

Lees ook: De beloftes op Prinsjesdag zijn weinig waard

Onzekerheid

Huishoudens profiteren volgend jaar voor het eerst van de maatregelen die het kabinet aankondigde toen het aantrad: de tarieven van de inkomstenbelasting gaan omlaag. De kinderopvangtoeslag en de kinderbijslag gaan omhoog. Daartegenover staan een verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent, en een verhoging van de energiebelasting. Er resteert per saldo een plus, voorspelt het kabinet.

Die voorspelling is onzeker: de koopkracht hangt af van hoe de lonen zich volgend jaar ontwikkelen en hoe snel de prijzen stijgen. Bovendien houdt de voorspelling geen rekening met grote individuele veranderingen als het vinden of het verliezen van een baan. De afgelopen tien jaar zat het CPB naar eigen zeggen even vaak te hoog als te laag als het om de koopkracht van het jaar erop gaat. In 2017 viel de koopkracht lager uit dan voorspeld, in 2016 juist hoger. Dat was vooral omdat de prijzen in dat jaar minder stegen dan verwacht.

    • Marike Stellinga