Meest ingrijpende maatregelen zijn fiscaal

Financiën

Geen alomvattende herziening, zoals het vorige kabinet nog ambieerde, maar „modernisering van het belastingstelsel”, zoals de koning het in zijn Troonrede noemde. Hoe het ook heet, de meest ingrijpende maatregelen van het kabinet-Rutte III zijn fiscaal en liggen op het bordje van staatssecretaris Menno Snel (D66). De meesten komen komend jaar via de Belastingdienst tot uiting. Mikpunt van kritiek bij de oppositie is dat het meest bekritiseerde voorstel, de afschaffing van de dividendbelasting, in deze verzamelwetten is verwerkt en dus niet door het parlement apart te behandelen, ergo: weg te stemmen.

Onder de naam vlaktaks gaat het stelsel van de inkomstenbelasting op de schop. In plaats van de huidige vier schijven komen er twee, met lagere tarieven. Het basistarief voor inkomens tot 68.507 euro wordt 36,93 procent. Voor hogere inkomens komt een toptarief van 49,5 procent. De hypotheekrenteaftrek wordt navenant verlaagd, in stapjes van 3 procent, maar pas vanaf 2020. Het lage btw-tarief – op de boodschappen – stijgt van 6 naar 9 procent.

De vennootschapsbelasting op bedrijfswinsten gaat omlaag: het lage tarief (tot een winst van twee ton) van 20 tot 16 procent; het hoge tarief van 25 tot 22,25 procent. Dat laatste tarief daalt iets minder hard, om de duurder uit te vallen afschaffing van de dividendbelasting op te vangen.

Voor minister Wopke Hoekstra (CDA) blijft over het permanent in de gaten houden van de overheidsfinanciën en van de financiële sector. Sinds de miljoenenschikking met ING wegens witwassen is dat nog altijd nodig, want, zo schrijft Hoekstra: „Tien jaar na de start van de financiële crisis is het vertrouwen in financiële instellingen nog niet terug.”

    • Philip de Witt Wijnen