Opinie

    • Lars Duursma

Majesteit, zo overtuigt u natuurlijk niemand

De Troonrede

De Troonrede is een uitstekend middel om het volk deelgenoot te maken van dilemma’s, schrijft . De regering liet die kans liggen. En: „Wie de Troonrede op tv keek, zag vooral een kruin.”

De koning en de koningin tijdens de Troonrede. Met een spreektempo van 125 woorden per minuut – zo’n 25 procent sneller dan zijn moeder – ging de koning soms zó snel dat het leidde tot versprekingen. Foto Sander Koning/ANP

Dit is hét moment om richting te kiezen: „Om keuzes te maken die ruimte en zekerheid bieden in het hier en nu en voor volgende generaties.”

Daarmee legde de regering al snel in de Troonrede de lat voor zichzelf tamelijk hoog. Te hoog, zo bleek later, want geen moment werd duidelijk wat die keuzes dan precies zijn.

Het maken van keuzes impliceert immers dat je het ene wel doet en het andere niet. Dat je je realiseert ten koste van wat die beslissingen uiteindelijk kunnen gaan. De Troonrede zou een uitstekend middel kunnen zijn om het volk te betrekken bij zulke dilemma’s en vervolgens uit te leggen waarom bepaalde zaken prioriteit krijgen.

In plaats daarvan kregen toehoorders het ene na het andere beleidsvoorstel voorgeschoteld. Sommige waren lekker concreet („er komen ruim 1.100 agenten bij”), maar bij veel passages bleef onduidelijk wat er nu precies gaat veranderen ten opzichte van de huidige situatie.

Ook in de structuur van de Troonrede ontbraken duidelijke keuzes. Soms leek het wel alsof de premier elke minister had gevraagd ter voorbereiding op het schrijfproces vijf plannen op een post-it te schrijven. Het idee was waarschijnlijk om vervolgens samen de belangrijkste te kiezen, maar ergens moet dat proces zijn vastgelopen. Waarop de premier voorstelde: „Weet je wat? We kunnen het ook gewoon allemaal presenteren!”

Het gevolg: elk departement leverde één of twee alinea’s aan die in volstrekt willekeurige volgorde in de tekst leken gekwakt. Na een alinea over het nijpende lerarentekort volgde een alinea over de grootschalige en georganiseerde criminaliteit. De passage over de krijgsmacht ging plotseling verder in een stuk over de oververhitte woningmarkt.

Belangrijkste thema’s

Zonde, want in het eerste deel werd nog wel een poging gedaan om de belangrijkste thema’s te agenderen: „Er leven vragen: kunnen wij en onze kinderen blijven rekenen op goede zorg, een betaalbaar huis, een baan, goed onderwijs, een veilige buurt, een schone leefomgeving en een goed pensioen?”

Dat schreeuwde om de vervolgzin: „Laten we stap voor stap uitleggen welke keuzes deze regering maakt om elk van die dingen mogelijk te maken.”

Zo’n thematische opbouw zou de luisteraar centraal zetten bij de keuzes van de tekst in plaats van de belangen van de departementen. Het zou ook betekenen dat niet elk departement ieder jaar een vaste plek krijgt in de Troonrede.

2018-09-18 12:39:00 DEN HAAG - Koning Willem-Alexander leest op Prinsjesdag in de Ridderzaal de troonrede voor aan leden van de Eerste en Tweede Kamer. ANP ROYAL IMAGES SANDER KONING
Sander Koning

Binnen het ambtenarenapparaat zou dat ongetwijfeld niet met gejuich worden ontvangen, maar zulke keuzes zijn noodzakelijk om van de Troonrede een helder, overtuigend en vooral ook samenhangend verhaal te maken.

Lees hier de Troonrede terug, met verklarend commentaar van redacteur Mark Kranenburg.

Het zou ook passen bij een Troonrede die tot negen keer toe benadrukte dat we de belangrijkste uitdagingen alleen samen voor elkaar kunnen krijgen. Samen met provincies, gemeenten en lokale instanties, samen met sociale partners, samen met de partners in de Europese Unie, samen met coalitie én oppositie. Hoe geloofwaardig is zo’n oproep als de ministers niet eens samen kunnen bepalen wat er best weg kan uit de Troonrede?

Langste Troonrede sinds 2002

Met liefst 2.588 woorden – ruim anderhalf keer zo veel als vorig jaar – was dit de langste Troonrede sinds 2002. Dat leidde in de loop van de toespraak tot ongeïnteresseerde blikken in de Ridderzaal. Ook koning Willem-Alexander had hier zichtbaar moeite mee.

Aan zijn voordracht had hij duidelijk gewerkt. Liet hij bij de vorige edities nog onnatuurlijke pauzes vallen tijdens zinnen, dit jaar las hij elke zin van begin tot eind vlot voor. De zinnen die hij voorlas waren met gemiddeld 15 woorden per zin ook lekker kort. Ter vergelijking: dat is zelfs een fractie korter dan de gemiddelde zinslengte in NRC Handelsblad.

Met een spreektempo van 125 woorden per minuut – zo’n 25 procent sneller dan zijn moeder – ging hij soms zó snel door de tekst dat het leidde tot versprekingen. Dit gebeurde, net als eerdere jaren, vooral rondom de momenten dat hij de pagina omsloeg. Het had enorm geholpen als de koning af en toe zou temporiseren door even een pauze te laten vallen en een moment van rust te pakken tussen de verschillende blokken, al maakte het gebrek aan een heldere structuur dat wel lastiger.

Ook het gebrek aan oogcontact blijft een aandachtspunt. Op de radio klonk zijn stem ongetwijfeld krachtig en zelfverzekerd, maar wie de Troonrede op televisie keek, zag vooral een kruin.

Lees ook: Geen zorgen voor de dag van morgen, is de boodschap van Christiaan Weijts’ alternatieve Troonrede.

Naar mate het einde van de ruim twintig minuten durende toespraak naderde, volgden steeds meer versprekingen. Het plezier leek onze koning na de zoveelste pagina vol beleidsvoorstellen ook wel te vergaan.

Veelzeggend was de blik waarmee hij enkele momenten na z’n Troonrede het publiek inkeek en een diepe zucht liet vallen.

Zo. Dat zit er weer op.

    • Lars Duursma