Justitie eist 20 jaar cel voor Rotterdamse prostitutiemoorden

De twee vrouwen werden in de jaren negentig op brute wijze gedood. Het coldcaseteam in Rotterdam deed jarenlang onderzoek.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag twintig jaar celstraf geëist tegen Albert B. voor het doden en verkrachten van twee vrouwen in de jaren negentig in het centrum van Rotterdam. De twee waren door messteken om het leven gebracht en werden zonder kleding gevonden. Pas in 2017 wisten politie en justitie een verdachte aan te wijzen in het zogenoemde prostitutieproject.

Volgens de officier zijn beide slachtoffers destijds op “brute wijze” gedood. Beide vrouwen werden verschillende keren over hun hele lichaam en in de hals gestoken. Ook bleken allebei de slachtoffers, Berendina Stijger en Francis Garcia-Hofland, verkracht. Een spermaspoor van B. leidde vorig jaar tot zijn aanhouding. Volgens het OM zijn er tussen de moorden zoveel overeenkomsten, dat zij ervan uitgaat dat de misdrijven door dezelfde dader zijn gepleegd.

Twitter avatar OM_Rotterdam OM Rotterdam OM eist 20 jaar cel in cold case zaak tegen man verdacht van ombrengen twee vrouwen in de jaren 90. Officier: “Verdachte heeft op brute wijze het leven beëindigd van beide slachtoffers. Hij heeft hen met veel geweld het grootste goed ontnomen, namelijk hun leven.”

Geen motief bekend

Justitie rekent het B. zwaar aan dat hij de twee zou hebben achtergelaten “alsof ze oud vuil onder een brug waren”. De twee lichamen werden buiten neergelegd, bedekt met kranten en lappen. Over het motief van B. is nog niets bekend – volgens justitie is hij erg in de war en geeft hij geen eenduidig antwoord.

Eerder ontkende B. schuldig te zijn – wel gaf hij toe dat hij de tippelzone, waar de twee vrouwen kwamen, had bezocht. In zijn flat werden talloze afbeeldingen van naakte vrouwen aangetroffen. RTV Rijnmond schrijft dat B. psychische problemen zou hebben. Eerder werd hij door de rechtbank naar het Pieter Baan Centrum gestuurd voor psychisch onderzoek. Zijn psychische toestand ten tijde van de moorden is onduidelijk.

Lees ook: De ripper van Rotterdam

Dna-bewijs

Justitie hoopt dat na 27 en 28 jaar de zaken voor de nabestaanden afgerond kan worden. Volgens justitie is het “schrijnend” dat zij zo lang in onzekerheid hebben gezeten. Dat de zaken nu mogelijk alsnog kunnen worden opgelost, komt door de ontwikkeling van dna-opsporingstechniek. Het dna-bewijs van de mogelijke dader werd bewaard en leidde vorig jaar alsnog naar een verdachte.

Beide vrouwen leidden een zwervend bestaan en waren volgens justitie “kwetsbaar” – een van hen werkte als prostituee. In 2011 kreeg het coldcaseteam van de Rotterdamse recherche extra geld om onderzoek te doen naar 85 onopgeloste moorden op prostituees in Nederland. Twee jaar later ging het team ervan uit dat dezelfde dader, een seriemoordenaar, verantwoordelijk was voor een deel van de moorden.

Naast Stijger en Hofland ook werden nog drie andere vrouwen op dezelfde wrede wijze omgebracht. Volgens het OM zijn er onvoldoende dna-sporen om de dood van de drie andere vrouwen te linken aan B. De moorden in Rotterdam leidden destijds tot weinig ophef, tot woede van de nabestaanden.

De uitspraak van de rechtbank volgt 18 oktober.

    • Maartje Geels