Recensie

Gehalveerd Boston Symphony Orchestra maakt veel goed met Beethoven

Klassiek Het Boston Symphony Orchestra was voor het eerst in zeventien jaar weer in Amsterdam. Een vertraagde vlucht gooide roet in het eten, maar gelukkig was er een temperamentvolle ‘Zevende symfonie’ van Beethoven.

De Letse dirigent Andris Nelsons stond nog niet eerder met ‘zijn’ Boston Symphony Orchestra in het Concertgebouw in Amsterdam. Foto Marco Borggreve

De Letse dirigent Andris Nelsons stond al dikwijls op de bok in het Amsterdamse Concertgebouw. Maar nog niet eerder dirigeerde hij er het Boston Symphony Orchestra (BSO), het orkest waar hij sinds 2014 het chefstokje zwaait. Maandagavond was het orkest voor het eerst in zeventien jaar weer te horen in Amsterdam. Dat wil zeggen: voor de helft. Door toestelmankementen, een fikse vertraging en een klein uitgevallen vervangingsvlucht stond een flink deel van de musici nog op de luchthaven van Parijs.

Bij gebrek aan mankracht werd de hoofdmoot van het programma geschrapt, Sjostakovitsj’ monsterlijk bezette Vierde symfonie. Jammer, want Nelsons’ legendarische affiniteit met het werk van de Sovjetcomponist was toch de voornaamste reden om maandag naar het Concertgebouw te komen.

Niet de meest verfijnde uitvoering

Een gedurfd temperamentvolle vertolking van het vervangende stuk, Beethovens Zevende symfonie, maakte echter veel goed. Toegegeven, Nelsons’ lezing zal niet meedingen voor de meest verfijnde uitvoering ooit. Bij vlagen liet de balans te wensen over, hier viel een geïmproviseerde uitgestelde inzet half in het water en daar ontspoorde een houtlijntje.

Maar belangrijker: het BSO zette zichzelf op het spel en ontketende met scheurende hoorns, striemende strijkers en venijnig galopperende ritmes een rauwe energie die je bijna deed ervaren hoe schokkend nieuw deze muziek anno 1812 in de oren moet hebben geklonken.

Violist Baiba Skride was gelukkig tijdig present om te soleren in Bernsteins Serenade voor viool en orkest. Bernstein liet zich in 1954 inspireren door Plato’s Symposium, waarin de filosoof zeven beroemde Atheners laat discussiëren over de aard van de liefde.

Abusievelijk meeklinkende open snaren, een soms wat fletse hoogte of zoekerige intonatie maakten dat de tere lyriek van de openingssolo niet helemaal uitkwam. Dan overtuigde Skride meer in de razendsnelle krabbelpartijen van het ‘Presto’, of de vuige jazzklanken waarop drinkebroer Alcibiades zijn intrede doet aan het slot.

    • Joep Christenhusz