Opinie

Prinsjesdag

De monetaire meewind moet niet worden genegeerd

Een begrotingsoverschot van 1 procent van het bbp en een staatsschuldquote die daalt tot 49,1 procent in 2019: op het eerste gezicht ziet de begroting 2019 die het kabinet-Rutte III dinsdag presenteerde er stevig uit. Nederland is een flink eind op weg naar de begrotingspositie die het had aan de vooravond van de Lehman-crisis, nu tien jaar geleden.

Toch valt er het nodige op de budgettaire plannen af te dingen. De hoge economische groei van 2,8 procent dit jaar en 2,6 procent in 2019 is meer een inhaalslag van de crisis dan een plotselinge uitbarsting van vitaliteit. De snelle groei van nu wordt bereikt onder bijzondere omstandigheden. Terwijl de huizenmarkt droogkookt, is de hypotheekrente, mede dankzij de Europese Centrale Bank, nog steeds lager dan de inflatie. Dat geldt in sterkere mate voor de rente die de staat betaalt – nu nog geen 0,6 procent voor tienjarige leningen, terwijl de inflatie volgend jaar stijgt naar 2,5 procent. Er wordt monetair gestimuleerd in een hoogconjunctuur. Met zo veel meewind moet een nationale begroting tegendruk geven. Dat er een te groot ‘houdbaarheidstekort’ voor de overheidsfinanciën op de lange termijn uit de bus komt (0,4 procent) is dan ook teleurstellend. Financiële buffers zijn extra nodig, want de risico’s voor 2019 zijn flink: onder meer Brexit, een handelsoorlog, wankelende opkomende markten en het aflopen van het effect van de economische stimulering van de Amerikaanse regering-Trump.

De monetaire munitie van de ECB tegen een volgende economische neergang is grotendeels verschoten. Dat noodzaakt overheidsfinanciën die zo’n klap kunnen opvangen. Het vergt, als extra stootkussen, wellicht ook een binnenlandse vraag die steviger is dan het kabinet nu voorziet. Maar de besteedbare inkomens bleven, en blijven, achter bij het economisch herstel.

Met elke economische opgang komt de roep om de overheidsuitgaven extra te verhogen. Het siert het kabinet dat het hier niet of nauwelijks aan toegeeft. Maar dat maakt het nog moeilijk te verdedigen dat de afschaffing van de dividendbelasting, een miljardenmaatregel waar de kiezer zich over had moeten kunnen uitspreken, wordt doorgezet. De jongste schatting van het hierdoor gemiste overheidsinkomen bedraagt inmiddels 1,9 miljard euro. Structureel is zo’n bedrag niet. Maar dat het al bijna genoeg zou zijn om het te grote houdbaarheidstekort weg te werken is een hogere vorm van ironie.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Correctie (19 september 2018): De jongste schatting van de gemiste overheidsinkomsten door de afschaffing van de dividendbelasting bedraagt niet 2,5 miljard, maar 1,9 miljard euro. Dat is aangepast.