Pianist Seong-Jin Cho opent zondag het seizoen Meesterpianisten in het Concertgebouw in Amsterdam.

Foto Andreas Terlaak

Seong-Jin Cho (24): Meesterpianist met een hekel aan competitie

Rijzende ster Zijn overwinning in het Chopin Concours voelde als een bevrijding. „Want ik haat competities”, zegt de Zuid-Koreaanse pianist Seong-Jin Cho. Nu heeft hij de zalen voor het uitkiezen. Zondag opent hij het seizoen Meesterpianisten in Amsterdam.

Als enig kind gaven zijn ouders hem de muziek tot vriend. „Zodat ik me niet alleen zou voelen”, vertelt de Zuid-Koreaanse pianist Seong-Jin Cho (24). Tussen hem en zijn vleugel ontvouwde zich daarna een liefdesgeschiedenis. Drie jaar geleden wonnen ze het Chopin Concours, weken waarin het instrument hem een weg uit de eenzaamheid bood. „De sfeer in de eerste ronden is onvoorstelbaar kil”, herinnert hij zich. „Wie vrijuit speelt, komt niet verder. Een uitgesproken karakter wordt in dat stadium niet gewaardeerd. De ongeschreven wetten eisen dat je nog niet te veel van jezelf toont. Ik trachtte het wedstrijdelement uit mijn gedachten te bannen, maar dat lukte niet. Want voor mijn neus zat de jury. En niemand van hen klapt na afloop. Een koud zwijgen omhult je.”

Competitie

Hij beweert de competitiedrang van de Zuid-Koreaanse samenleving te haten. Niettemin wijdde Cho zes jaar van zijn korte leven aan vijf pianoconcoursen. In zijn ogen waren ze het enige pad naar het hart van de klassieke muziek. „Europa telt zoveel goede pianisten. Waarom zou iemand omkijken naar een onbekende Koreaan uit dat onafzienbare reservoir van Aziaten? Ik had hier geen banden met dirigenten, programmeurs of impresario’s. Dus wat overbleef, was de wereld laten horen dat ik beter speelde dan anderen. Wedstrijden gaven me die kans.”

Niet zozeer vreugde maar bevrijding ervoer Cho na zijn zege in het Chopin Concours. „Die avond, op mijn 21ste, belichaamt het grootste geluksmoment uit mijn bestaan – niet door een overwinningsroes, maar vanwege het besef dat ik daardoor nooit meer aan een concours zou hoeven meedoen.”

Sindsdien stromen aanbiedingen voor concerten en recitals binnen. Zondag opent Cho het seizoen Meesterpianisten in het Concertgebouw. Zijn vingers ogen slank en sierlijk, chopinesk. Zijn spel doet denken aan de zacht vloeiende sonnetten van Rainer Maria Rilke, die de pianist leest nu hij in Berlijn woont. In een nocturne van Chopin herkent hij soms diens liefdevolle regels: „Hoe graag niet liet ik haar in iets verzinken, / bracht ik haar onder ergens in de nacht, / verloren in een vreemde stilte waar / niets verdertrilt wanneer je dieptes klinken.”

Toen Cho op zijn achttiende naar Parijs trok, probeerde hij greep op de Franse taal te krijgen via de mysterieuze poëzie van Arthur Rimbaud. „Het lukt me niet deze gedichten helemaal te doorgronden, maar ze geven me een gevoel voor de sfeer van die tijd en de landsaard.”

‘Kleuren in klank’

De pianist gelooft dat muziek, literatuur, ballet en kunst innig verbonden zijn. „Dans is wezenlijk voor Chopin, kleur voor Debussy. In Parijs woonde ik vlakbij het Musée de l’Orangerie. Moe van het studeren, pauzeerde ik daar dikwijls even een uur voor een schilderij van Claude Monet. Dat kijken bracht me nieuwe inspiratie. Weer achter de vleugel probeerde ik die kleuren in klank te vertalen.”

Deze ervaring zal Cho zondagavond van pas komen, wanneer hij Moesorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling vertolkt. „Dat werk drijft op verbeelding, ook omdat er iets onvoltooids aan de noten kleeft. Moessorgski rafelt, lijkt onaf. Mijn gedachten gaan vaak uit naar de orkestratie van Ravel, met al zijn kleuren. Of naar de vrijheid waarmee Vladimir Horowitz deze muziek benaderde. ‘Zonder kleur heb je niets als pianist’, zou hij gezegd hebben. Een waar woord. Het is heerlijk om met zo’n stuk een paar maanden rond te reizen. Elke avond kun je het anders inkleuren.”

Want de muziek kent geen ondeelbare waarheid. „Neem de tempo-aanduiding andante, in wandelpas. In New York wandelen mensen anders dan in Parijs of Amsterdam. Hoe wandelde Beethoven in het Wenen van de negentiende eeuw? En ik zal over vijftig jaar een ander andante spelen dan nu. Je kan je blind staren op de noten, maar de vragen blijven. Wat dat betreft zoeken wij musici een antwoord dat niet bestaat.”

Seong-Jin Cho opent het seizoen Meesterpianisten op 23/9, Concertgebouw Amsterdam. Inl: concertgebouw.nl
    • Joost Galema