Een eenzaam kabinet, druk met zichzelf

Rutte III Geld is er genoeg, goede vooruitzichten zijn er ook – voor bijna iedereen. Maar al brengt het kabinet-Rutte III op Prinsjesdag veel goed nieuws, mensen verliezen het vertrouwen in deze regering.

Minister Wopke Hoekstra en premier Mark Rutte na het aanbieden van het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota. Foto Bart Maat/ANP

Bij één passage in de Troonrede kijken premier Mark Rutte (VVD), vicepremier Hugo de Jonge (CDA) en minister Ank Bijleveld (CDA) tevreden, bijna zelfgenoegzaam. Rutte glundert zelfs. Het gaat over het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck dat net na de Eerste Wereldoorlog aantrad en maar de helft van het aantal zetels in de Tweede Kamer had. Je zou zeggen: Charles Ruijs de Beerenbrouck had het net zo moeilijk als Mark Rutte nu. En dan komt het, de koning zegt: „Desalniettemin wist het met de invoering van de achturige werkdag en het algemeen vrouwenkiesrecht wezenlijke verbeteringen door te voeren.”

Zo zou dit kabinet het ook wel willen. Al rekent misschien niemand erop dat je echt iets voor elkaar krijgt met 76 zetels, een meerderheid van maar één zetel, in de Tweede Kamer, Rutte III heeft grote ambities.

Het zou, met alle plannen die het heeft voor het klimaat, gezien willen worden als het ‘groenste kabinet ooit’. Of als hervormingskabinet, met akkoorden die het voor ogen heeft voor de pensioenen, de arbeidsmarkt, belastingen. En anders wel als het kabinet dat de gaskraan in Groningen dichtdraaide.

Op het kabinet is genoeg kritiek mogelijk. Maar waarom is dé oppositieleider, die zich als alternatief weet te profileren, nog steeds niet opgestaan?

Kabinet van de dividendbelasting

Zo is het niet. Rutte III – van VVD, CDA, D66, ChristenUnie – is het kabinet van de dividendbelasting. En misschien wel juist daardoor: een kabinet dat de burgers niet lijken te willen. Uit een peiling van onderzoeksbureau Ipsos op Prinsjesdag bleek dat een meerderheid van de Nederlanders geen vertrouwen heeft in deze regering.

Volgens de onderzoekers komt dat door het voordeel dat buitenlandse aandeelhouders wordt gegund met het afschaffen van de dividendbelasting, door de affaires in de regeringspartijen VVD en D66, en door het inkomensbeleid – al kan Rutte III er weinig aan doen dat veel lonen achterblijven bij de economische groei. Zo ontstaat het beeld van een eenzaam kabinet, druk met zichzelf.

Rutte III, dat moeizaam tot stand kwam, begon een jaar geleden met het vaste voornemen om het vertrouwen van burgers in de politiek terug te winnen. Het wilde er vooral zijn voor mensen die bang en onzeker waren geworden door globalisering, de economische crisis.

Maar de partijen kenden ook het grote risico van een vier-partijen-kabinet: zouden kiezers hen na een paar jaar nog wel herkennen, met elk hun eigen verhaal? En ook nog eens met de VVD als grootste en misschien wel dominante partij?

Het schrikbeeld was de PvdA, die na de samenwerking met de VVD in Rutte II het grootste verkiezingsverlies in de Nederlandse parlementaire geschiedenis leed (van 38 naar 9 zetels).

Lees ook: Dividendbelasting, is dat nou wel of niet een cadeautje voor beleggers?

Geen gezamenlijk verhaal

Het was de nadrukkelijke afspraak dat VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie alle vier hun eigen verhaal zouden blijven vertellen en dat doen ze. Veel lijkt het niet te helpen: D66 en CDA staan in de peilingen op fors verlies. En tegelijk mist Rutte III een gezamenlijk verhaal.

Dat weten de vier partijleiders zelf ook al een hele tijd. In het voorjaar kwamen ze bij elkaar in het Johan de Witthuis in Den Haag, waar ze maandenlang hadden onderhandeld over het kabinet, om het juist dáárover te hebben. Waarom deden ze dit ook alweer? En waarom lukte het nog niet om het wantrouwen te overwinnen? Toen al was de angst: als we niet snel van het imago van dividend-kabinet afkomen, lukt het misschien helemaal niet meer.

Het idee was in die bijeenkomst dat de bewindslieden beter zouden uitleggen wat het doel was van plannen en nieuwe wetgeving. Daar moesten ze het dan ook vaker met zijn allen over hebben, vonden ze. Ministers en staatssecretarissen kwamen er geregeld bij zitten op maandagochtend – bij het wekelijkse overleg van de premier, de vicepremiers en de fractievoorzitters van de regeringspartijen.

Minister Wopke Hoekstra en premier Mark Rutte na het aanbieden van het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota. Foto Bart Maat/ANP

‘Nederland moet nog beter’

Tot nu toe lijkt het geen effect te hebben. En tot nu toe lijkt het kabinet ook niet goed te weten hoe het dan wél moet. Geld is er genoeg, goede vooruitzichten zijn er ook – voor zo’n beetje iedereen. En toch gaat het steeds maar weer over de dividendbelasting, ook weer op Prinsjesdag.

En nu? In de Troonrede staat waar het Rutte III om begonnen was: „Mensen moeten ook weer voelen dat de politiek er voor iedereen is.” Maar veel zelfvertrouwen klinkt er niet in door. Nederland moet „nog beter”. En: „Waar het niet goed gaat, wil de regering actie ondernemen.”

Het kabinet-Rutte III kan ook weinig anders dan voorzichtig zijn. De kans is groot dat het in maart volgend jaar zijn meerderheid verliest in de Eerste Kamer, na de Provinciale Statenverkiezingen. Dan zal er samengewerkt moeten worden met misschien zelfs meer dan één oppositiepartij. In de debatten over de Miljoenennota, de Algemene Politieke Beschouwingen op woensdag en vrijdag, zal de oppositie met felle kritiek komen. Maar zo goed als zeker ook met voorwaarden en eisen voor samenwerking.

Op Prinsjesdag, aan het eind van de middag, zegt Rutte in een gesprek met journalisten over die samenwerking: „Dat is voor mij al drie stappen verder. Laten we eerst die Statenverkiezingen maar eens goed doen.” Daar heeft hij „vertrouwen” in. En samenwerken met andere partijen, zegt hij, dat doet dit kabinet nu al de hele tijd.

Ik doe het nu acht jaar, je moet hard werken en je best doen en dan maar hopen dat mensen het waarderen

Premier Rutte

Rutte is ‘geen politiek commentator’

In hetzelfde gesprek zegt Rutte dat er bijna nooit eerder een begroting werd gepresenteerd „waarin zo veel groepen erop vooruitgaan”. Dat zijn derde kabinet toch zo weinig populair lijkt te zijn, daar wil hij liever niets over zeggen. „Ik ben geen politiek commentator. Elke minuut die ik daaraan besteed doe ik mijn werk niet en dan moet je me hier wegschoppen.”

Dan zegt hij toch: „Ik geloof wel dat er één maatregel in de begroting zit die niet meteen tot enthousiaste bijvaldemonstraties leidt.” De dividendbelasting, ja. Dat speelt mee, zegt hij. „Maar in welke mate weet ik niet.”

Hoe wil het kabinet nu het grote wantrouwen verminderen? Rutte: „Door ons werk goed te doen. We realiseren ons ook dat er meer is dan alleen geld. Maar ja, ik doe het nu acht jaar, je moet hard werken en je best doen en dan maar hopen dat mensen het waarderen.”

    • Petra de Koning
    • Barbara Rijlaarsdam