‘Deze begroting is echt goed in balans’

Wopke Hoekstra

Adviseurs van het kabinet hebben kritiek op het begrotingsbeleid. De minister benadrukt dat er niet alleen wordt geïnvesteerd.

Foto David van Dam

Een gebalanceerde begroting met zowel „forse investeringen die de maatschappij broodnodig vindt” als het „verder op orde brengen van de schatkist”.

‘Balans’ was het sleutelwoord dat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) had bedacht om op Prinsjesdag zijn eerste Miljoenennota te verkopen. Bij de aanbieding daarvan in de Tweede Kamer benadrukte hij dat het kabinet „naast alle investeringen, ook een deel van de schuld kan aflossen”. In een toelichtend gesprek met de pers op het ministerie van Algemene Zaken sprak hij van „een mooie begroting, met veel balans.”

Daarmee deed Hoekstra een poging de kritiek te pareren die het kabinet-Rutte III op zijn eerste begroting kreeg van twee belangrijke adviesorganen. Het Centraal Planbureau stelt in de eveneens dinsdag verschenen Macro Economische Verkenning (MEV) vast dat de regering „minder buffers opbouwt voor magere jaren”, terwijl je dat in economisch gunstige jaren juist zou moeten doen. Dat roept het planbureau al jaren.

Het kabinet legt volgens het CPB onvoldoende buffers aan voor slechte economische tijden. Lees ook: CPB oneens over Hoekstra’s budgetbeleid

Budgettaire spelregels

De Raad van State deelt de conclusie van het CPB en voegde er een negatief waardeoordeel aan toe. Scheidend vicepresident Piet Hein Donner schrijft in zijn laatste begrotingsadvies – hij gaat in november met pensioen – dat „een expansief begrotingsbeleid in conjunctureel gunstige tijden niet in de rede ligt”.

Hoewel het rijk opnieuw meer geld binnenkrijgt dan het uitgeeft – het begrotingsoverschot bedraagt volgend jaar 1 procent – is het structurele saldo, geschoond voor incidentele meevallers, door al die overheidsinvesteringen weer onder nul gedaald.

Daarnaast is Donner kritisch op de wijze waarop zijn partijgenoot Hoekstra in zijn eerste rijksbegroting alle investeringsplannen van het kabinet financiert. Hij lijkt incidentele meevallers te gebruiken voor uitgaven die structureel zijn. „Dit lijkt niet in lijn met het uitgangspunt dat meevallers niet mogen worden gebruikt voor nieuw beleid en roept dan ook de vraag op hoe dit te rijmen is met de budgettaire spelregels.”

Vicepresident Piet Hein Donner vindt het beleid van Rutte III onverstandig. Lees ook: Raad van State kraakt begrotingsbeleid kabinet

Op beide punten van kritiek – een onverstandig procyclisch begrotingsbeleid en het mogelijk onreglementair inzetten van meevallers – ging Hoekstra uitgebreid in tijdens het persgesprek.

Maakt u zich zorgen over de waarschuwingen van de Raad van State en het CPB?

Hoekstra: „Het is op zich goed dat onze belangrijkste adviseurs vertellen wat ze ervan vinden en hier en daar de vinger op de zere plek leggen. Zelf vind ik dat er echt een goede balans zit in de begroting. Met forse investeringen in de samenleving – in onderwijs, defensie, veiligheid, infrastructuur – enerzijds, terwijl we de staatsschuld aan de andere kant aanzienlijk verbeteren. Het begrotingsoverschot van 1 procent volgend jaar zorgt ervoor dat de schuld voor het eerst in jaren weer onder de 50 procent [van het bruto binnenlands product] duikt.”

Dat is het effect in 2019. CPB en Raad van State waarschuwen juist voor het structurele begrotingssaldo. Ook het houdbaarheidssaldo voor de lange termijn is al even negatief: min 0,4 procent.

„Die getallen zijn vergelijkbaar met het begin van onze regeerperiode vorig najaar. Toen was er ook al een klein structureel tekort. Vanzelfsprekend respecteren wij de begrotingsregels zoals die in Brussel voor ons allemaal gelden.

„Ik weet alleen wel dat er in het structurele saldo voor de langere termijn allerlei aannames zitten die elementen van koffiedik kijken hebben. De economische conjunctuur ziet er nu ook mooier uit dan we vijf, zes jaar geleden dachten. En graag wil ik benadrukken dat we in het hier en nu echt geld richting de staatsschuld brengen.”

U zorgt dus toch goed voor de schatkist?

„Het is niet voor niets dat we in de begroting voor volgend jaar, en ook bij de Voorjaarsnota eerder dit jaar, geen nieuw geld uitgeven. Je hoeft buiten niet heel lang rond te lopen om mensen tegen te komen die wel gedachten in die richting hebben.”

Bent u het eens met de kritiek dat u eenmalige meevallers gebruikt voor structurele uitgaven, zoals de dekking van het gasbesluit?

„Dat was onderdeel van de gedachtewisseling die we met de Raad van State hebben gehad. Veel van die meevallers zijn volgens ons structureel: onder meer uit de AOW-uitkeringen, de prijzen voor geneesmiddelen en het hoofdlijnenakkoord in de zorg. De dekking van het besluit om de gasproductie op nul te zetten loopt door tot 2023, na onze kabinetsperiode. Wel degelijk ook structureel dus.”

Een tweede probleem dat het CPB signaleert is dat het lastig blijkt te om alle geplande investeringen wel te doen; er blijft veel geld op de plank liggen. Is dat een probleem of levert het misschien ook wel blijvend meevallers op?

„Zoals ik van mijn collega’s in het kabinet begrotingsdiscipline vraag, mogen zij van mij verwachten dat ik sta voor de uitgaven die we willen doen. Mijn verwachting is dat we dit allemaal in 2019 wel zullen gaan uitgeven. We gaan harder lopen.”

    • Philip de Witt Wijnen