Dansers Troubleyn spraken al maanden over gedrag Fabre

#MeToo

De dansers die Jan Fabre betichten van seksisme spraken achter de schermen al maanden over misstanden, ook op speciale bijeenkomsten.

Uitvoering van Jan Fabres voorstelling Mount Olympus in Madrid, januari 2018. Foto Luca Piergiovanni/EPA

Ze willen geen slachtoffer zijn en ze kiezen voor activisme, dat laten de mensen weten die vorige week donderdag in een open brief de Belgische kunstenaar en choreograaf Jan Fabre beschuldigden van grensoverschrijdend gedrag. Twintig medewerkers en oud-medewerkers van Fabres balletgezelschap Troubleyn publiceerden een open brief in het online cultuurmagazine rekto:verso waarin ze beschrijven hoe hij zich structureel schuldig heeft gemaakt aan seksisme, machtsmisbruik en ongepaste seksuele avances.

Een woordvoerder hebben de twintig briefschrijvers bewust niet, maar via Engagement Arts, een kunstenaarsbeweging die seksueel grensoverschrijdend gedrag, seksisme en machtsmisbruik in de Belgische kunstwereld aankaart, willen ze telefonisch uitleg geven.

Directe aanleiding voor de open brief was een interview van Fabre met tv-zender VRT eind juni. Het ging over een actieplan tegen grensoverschrijdend gedrag in de danswereld. Fabre vertelde dat in zijn gezelschap in veertig jaar er nooit een probleem was geweest. Onjuist, volgens de briefschrijvers. Ze vinden zijn ontkenning zelfs „provocerend”.

Achter de schermen waren de briefschrijvers toen online en offline al maanden in gesprek over misstanden in Fabres gezelschap en andere Belgische dansgezelschappen, laat danser, kunsthistoricus en onderzoeker Ilse Ghekiere weten. Ze is een van de oprichters van Engagement Arts. Volgens haar kwamen de briefschrijvers en andere dansers met elkaar in contact na de publicatie van haar artikel op rekto:verso eind november 2017, waarin het seksisme in de Belgische danswereld wordt besproken.

Ghekieres artikel was gebaseerd op een dertigtal getuigenissen over choreografen in België. Het artikel bracht volgens haar veel gesprekken op gang in de sector; een groepje dansers lanceerde een besloten Facebookgroep met de naam #wetoo #makemovement. Een idee overgenomen uit Scandinavië waar seksuele intimidatie eerder werd aangepakt via het delen van getuigenissen in zulke groepen.

Verder werden wekelijks bijeenkomsten georganiseerd waar tien tot twintig mensen ervaringen en oplossingen bespraken. In de Facebookgroep waren volgens Ghekiere alle getuigenissen anoniem. „Toch kwamen er gesprekken over Troubleyn op gang. Jongere (ex)-Troubleyn-dansers herkenden de verhalen van dansers uit vorige generaties. Die herkenning zorgde voor solidariteit en heeft bijgedragen tot het durven spreken van de jongere generatie.”

De twintig briefschrijvers hebben bewust geen woordvoerder

Volgens de open brief nam er in het voorjaar van 2018, na de maatschappelijke bewustwording door #MeToo, nog een medewerker ontslag bij Troubleyn. Die gaf hiervoor seksuele intimidatie op als reden. Er werd volgens de briefschrijvers door Troubleyn geen externe preventieadviseur aangesteld. Ook vermeed Fabre volgens hen pogingen om op een correcte manier in gesprek te gaan. In combinatie met de uitspraken van Fabre gaf dit het gevoel dat er een acuut probleem was.

Volgens Ghekiere waren „de onmogelijkheid om misbruik op een andere manier aan te kaarten en het vermijden van een slachtofferrol” de belangrijkste redenen dat de auteurs de zaak collectief aanpakten. Ze kozen voor de open brief omdat ze een publiek debat willen. „En ze weten dat het juridische systeem te traag is. In een strafrechtelijke context worden situaties gereduceerd tot wat de wet niet toestaat en wat bewezen kan worden.”

Met journalisten wilde de groep niet samenwerken. Volgens Ghekiere uit vrees om te veel geframed te worden in de „slachtoffers/dader-retoriek”, zoals vaker bij #MeToo. Ze wilden geen „sensatie- of mediaproduct worden”, vertelt Ghekiere. Ze kozen daarom eerst voor het online platform rekto:verso omdat dat zich specifiek richt op de kunst- en cultuursector. De artikelen verschijnen er zowel in het Nederlands als Engels en kunnen gratis worden gedeeld.

Vorige week kregen de sociale partners en de kranten De Standaard en De Morgen kort voor publicatie een persbericht en het aanbod om enkele personen te interviewen. Troubleyn werd kort voor de publicatie ingelicht.

Dat laatste stoort Fabres gezelschap, dat laat weten het gevoel te hebben dat verschillende instanties maanden samenwerken voor deze actie en op geen enkel moment contact hebben gezocht met Troubleyn of Fabre om de klachten van de dansers via officiële weg te melden. In de brief staan volgens Troubleyn onwaarheden, zo zou de opgestapte danser geen gebruik van de beschikbare procedure hebben gemaakt. Het openbaar ministerie is een gerechtelijk onderzoek begonnen.

    • Sabeth Snijders