Bierresten van 13.000 jaar oud in Israël gevonden

Archeologie Was het de honger naar brood of de dorst naar bier waardoor mensen graan gingen verbouwen? Het spant er om.

Archeologen op zoek naar bewijs dat er bier is gebrouwen in deze grot. Foto Dani Nadel/Haifa University

In een grot in Israël zijn de oudste tot nu bekende restanten van een alcoholische drank ontdekt. In drie vijzels van ongeveer 13.000 jaar oud troffen onderzoekers van Stanford University sporen aan die wijzen op de aanwezigheid van bier. Ze publiceerden hun bevindingen vorige week in het Journal of Archaeological Science: Reports.

De Raqefet-grot werd bewoond door mensen die behoorden tot de neolithische Natufia-cultuur, die zich uitstrekte over een gebied waar nu Libanon, Syrië en Israël liggen. De Natufiërs woonden al duizenden jaren voordat hun nazaten ze de landbouw uitvonden in redelijk stabiele nederzettingen. Kennis over hun woongewoonten heeft voor een belangrijke paradigmaverschuiving gezorgd: mensen in het Nabije-Oosten gingen niet op één plek wonen om landbouw te bedrijven, ze woonden al langere tijd op één plek toen de landbouw rond 10.000 voor Christus zijn intrede deed. Voor deze omslag maakten wilde granen een beperkt deel van het menselijk dieet uit.

De Raqefet-grot levert al jaren nieuwe inzichten op over de leefwijze van de Natufiërs, en ook over de manier waarop ze hun doden begroeven. Twee van de onderzochte vijzels – beide kegelvormig, ruim dertig centimeter diep en gehouwen in een los rotsblok – werden aangetroffen in de buurt van menselijke resten. De derde vijzel, die met 27 centimeter diameter wat breder, maar ondieper (18 cm) was dan de andere twee, was uitgehakt in de bodem van de grot.

Foto Dani Nadel/Haifa University

De archeologen namen monsters van de binnenkant van de vijzels en bekeken die onder de microscoop. Ze troffen sporen aan van in totaal zeven verschillende planten, waaronder tarwe en gerst. De vorm van korrels liet zien dat de granen onderhevig waren geweest aan een proces van mouten en gisten. In de rotsblokvijzels zaten ook resten van jute en vlas, terwijl in de bodemvijzel duidelijke sporen van het gebruik van gereedschap zijn aangetroffen. De onderzoekers gaan er daarom van uit dat de Natufiërs in de losse vijzels graan en mout in zakjes bewaarden, terwijl ze hun bier brouwden in de grondvijzel – in feite een soort vat.

Het brouwproces kende drie fases. Allereerst werd het graan in water geweekt zodat het ontkiemde en, weer gedroogd, tot mout werd. Daarna werd de mout gemalen, met water vermengd en – met in het vuur verhitte stenen – opgewarmd tot ongeveer 70°C, gedurende maximaal vier uur. Aan de aldus ontstane wort werd gist toegevoegd: met de hand, of door blootstelling aan gist in de lucht. Dit goedje fermenteerde gedurende enkele dagen in een afgedekt vat. Het bier dat de Natufiërs op deze manier brouwden, had waarschijnlijk een laag alcoholgehalte.

De Raqefet-grot in Israël. Foto Dani Nadel/Haifa University

Vanwege het vele werk dat het kostte om bier te maken en het feit dat de bewaarvijzels in de context van een graf zijn aangetroffen, lijkt het aannemelijk dat bier geen alledaagse drank was, maar onderdeel van belangrijke rituelen. Archeologen vonden eerder aanwijzingen dat ook bij Göbekli Tepe, een in Turkije gelegen Stonehenge-achtige rituele locatie van rond 10.000 voor Christus, bier gebrouwen is. De drank heeft dus waarschijnlijk binnen meerdere neolithische culturen een rituele rol vervuld.

Het onderzoek van de wetenschappers van Stanford University werpt nieuw licht op een vraag die de archeologie al decennia boeit: begonnen mensen met het verbouwen van graan om brood te kunnen bakken, of om bier te kunnen brouwen? Met de vondst in de Raqefet-grot is het oudste bier nu gedateerd op ongeveer 13.000 jaar oud, maar in juli publiceerden Britse een Deense archeologen de vondst van het oudste brood: ook afkomstig van de Natufiërs, en ongeveer 14.000 jaar oud. Beide producten hebben, zo lijkt het, dus een ongeveer even lange geschiedenis. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of het de honger naar brood of de dorst naar bier was die de mens uiteindelijk deed besluiten zijn lot met de akker te verbinden.

    • Bart Funnekotter