Vier problemen die Ben Smith als nieuwe baas van Air France-KLM moet oplossen

Air France-KLM Deze week begon de Canadees als topman van Air France-KLM. Zijn uitdagingen zijn de moeizame verhoudingen in eigen huis.

De kersverse topman Ben Smith (midden) van luchtvaartmaatschappij Air France-KLM maakt kennis met het personeel van Air France. Foto Air France-KLM

Ben Smith, de maandag begonnen topman van Air France-KLM, stuurde op zijn eerste werkdag een zeven minuten durende videoboodschap naar de 90.000 werknemers van beide luchtvaartmaatschappijen. Zijn boodschap: samen kunnen we de nummer 1 van de luchtvaart worden, niet alleen in Europa maar wereldwijd.

Veel is nieuw aan Benjamin Smith, in vergelijking met zijn voorgangers. Hij is jong voor een bestuursvoorzitter: 47. Hij is niet-Frans: een Canadees, geboren in het Verenigd Koninkrijk, met een moeder uit HongKong en een vader uit Australië. Hij komt uit de luchtvaartsector met een lange carrière bij Air Canada.

Nieuw is ook zijn salaris. Smith verdient vier keer zoveel als zijn voorganger Jean-Marc Janaillac, die in mei opstapte na een mislukte poging het personeel te winnen voor een nieuwe cao. Zijn vaste inkomen is 900.000 euro, het kan oplopen tot 4,25 miljoen euro. In de video meldde Smith dat hij 4,5 ton investeert in aandelen Air France-KLM, als teken van zijn vertrouwen in een glorieuze toekomst van het bedrijf. Ook verhuisde hij met zijn man en dochter naar Frankrijk.

Air France-KLM kan optimisme en nieuw elan goed gebruiken. Veelzeggend is deze zin in de videoboodschap: „Vechten tegen onze concurrenten, niet tegen onszelf, is de weg naar succes.” De concurrenten dat zijn de Golfmaatschappijen, de Europese budgetmaatschappijen en sinds kort ook Norwegian, de goedkope nieuwkomer op de lucratieve transatlantische route.

Maar dat is niet de enige strijd die de nieuwe topman moet voeren. Ook in eigen huis moet hij orde op zaken stellen. Mogelijk nog uitdagender dan de rivalen van buiten zijn de partners dichtbij. Dit zijn de vier complexe relaties van Ben Smith.

  1. Personeel van Air France

    Al op zijn eerste werkdag sprak Smith met pilotenvoorman Philippe Evain. Het gesprek was „bemoedigend”, zei de leider van vakbond SNPL op RTL Radio. Hij verwacht van Smith een „frisse wind” en een nieuwe sociale dialoog.

    Maar dat verandert niets aan zijn eisen. Het personeel van Air France wil nog altijd 5,1 procent extra salaris. Daarvoor werd dit voorjaar al vijftien dagen gestaakt. Dat kostte het bedrijf zo’n 335 miljoen euro en een bestuursvoorzitter. Nieuwe stakingen blijven mogelijk, zegt Evain. Volgens hem zijn de salarissen bij Air France „sinds 2011 geblokkeerd”.

    Lees ook: Air France-KLM zucht onder stakingen

    Dat de collega’s van KLM ondertussen wél meer geld kregen, heeft veel kwaad bloed gezet. Tot aan het Franse Achtuurjournaal werd bericht over de vermeende „13 procent” die de Nederlandse piloten er volgens de SNPL maximaal op vooruit zouden gaan. Volgens KLM en pilotenbond VNV is het 4 procent.

    Bij Air Canada liet Smith de bonden in ruil voor salarisverhoging beloven tien jaar lang niet te staken. Dat is bij Air France weinig realistisch. Eind augustus dreigden de gezamenlijke bonden met een „verharding van het conflict”, maar een week later beloofden ze bij gebrek aan een onderhandelaar een nieuwe staking voorlopig op te schorten. Gaat Smith zelf onderhandelen of laat hij dat over aan Air France-directeur Franck Terner?

  2. Franse staat

    Verkoop van het aandelenbelang van ruim 14 procent van de Franse staat is niet langer „een taboe”, zei de Franse minister van Transport Élisabeth Borne maandag bij radiozender RMC. Binnen en buiten het bedrijf groeit de kritiek op de rol van de overheid bij Air France. Vakbonden gaan tot het uiterste omdat ze er op vertrouwen dat de staat het bedrijf altijd overeind zal houden, al bezweren bewindslieden dat niet te doen.

    Dat KLM er beter in slaagt om kosten te besparen komt volgens analisten doordat KLM een volledig private onderneming is en bij Air France nationale belangen altijd zwaarder wegen dan het bedrijfsresultaat. De beoogde bestuursvoorzitter Philippe Capron trok zich begin juli terug als kandidaat met harde kritiek op die staatsbemoeienis. Zakenblad Bloomberg Businessweek vatte het onlangs mooi samen: „De toekomst van Air France hangt af van minder Frans worden.”

  3. KLM

    Wantrouwen tussen de twee maatschappijen is een constante sinds de Franse overname in 2004. Sinds KLM beter presteert, kijken vooral Franse piloten met argusogen naar de verdeling van vluchten tussen Schiphol en Charles de Gaulle. Zij willen dat de groei van Air France voorrang krijgt. KLM’ers balen van verliezen door Franse stakingen en hekelen de starre opstelling van de Franse bonden.

    Cruciaal wordt de ruimte die KLM krijgt voor een zelfstandige bedrijfsvoering, zoals gewenst door KLM-topman Pieter Elbers. Wat Smith daarover zegt in zijn video is hoopgevend voor KLM: „Mijn doel is zeker stellen dat Air France-KLM de Franse en Nederlandse vlag draagt, zodanig dat de sterke en trotse geschiedenis van zowel Frankrijk, Nederland, Air France en KLM getoond wordt aan de wereld.”

    Lees ook: Relatieproblemen verstieren resultaten Air France-KLM

    Bij zo’n voornemen hoort een formele positie van KLM in de top van de holding. Elbers, die in vier jaar tijd een goede naam verwierf in de branche, werd gepasseerd als topman van Air France-KLM (of hij het wilde is een tweede). Het bestuur van de holding denkt na over een nieuwe structuur voor de top. De precieze taakverdeling en hiërarchie zal bepalen hoe autonoom Elbers kan opereren. Smith lijkt voor Elbers, een bewonderaar van de Angelsaksische bedrijfscultuur, een prettiger gesprekspartner dan zijn voorgangers uit de Franse bestuurselite.

  4. Transavia Frankrijk

    Ook als het Smith lukt om bij Air France tot een salarisakkoord te komen, is het stakingsgevaar niet geweken. Het lijkt een luxeprobleem, maar het succes van budgetdochter Transavia staat de komende maanden ook weer op de agenda. Voor de Franse piloten groeit de Franse tak van de prijsvechter namelijk iets té snel.

    De cijfers van Transavia waren afgelopen zomer een lichtpuntje: in het eerste halfjaar van 2018 steeg de omzet van de Nederlandse en Franse tak samen met 13,7 procent tot 688 miljoen euro en groeide het aantal passagiers met 7,4 procent. De capaciteit van Transavia Frankrijk nam met 19,4 procent toe.

    Maar na een eerdere grote pilotenstaking bij Air France, in 2014, is met de bonden afgesproken dat Transavia Frankrijk op de korte en middellange afstand niet meer dan 40 vliegtuigen zou krijgen om routes van Air France niet in gevaar te brengen. Het aantal Franse bases zou beperkt blijven tot Parijs, Nantes en Lyon. Maar Transavia-topvrouw Nathalie Stuber wil verder om echt te kunnen concurreren met easyJet en Ryanair. Ze zit al op 33 toestellen en zal dus snel moeten gaan onderhandelen om aan de vraag te kunnen blijven voldoen.

    • Mark Duursma
    • Peter Vermaas