Antiklerikaal gedrag: ontslag

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht.

Foto Getty Images

Een afdelingshoofd van een ziekenhuis in Düsseldorf werd in 2009 ontslagen omdat hij was hertrouwd (voor de wet), nadat zijn eerste huwelijk was gestrand. Volgens het katholieke ziekenhuis had de chef-arts door zijn tweede – naar canoniek recht ongeldige – huwelijk de verplichtingen aan zijn laars gelapt die uit zijn arbeidsovereenkomst voortvloeiden, zoals goede trouw en loyaliteit jegens de beginselen van de katholieke geloofs- en zedenleer. De specialist vond zijn tweede huwelijk geen geldige reden voor ontslag en tekende beroep aan. De ruzie belandde uiteindelijk bij het Europees Hof.

Daar draaide het om de vraag of een exploitant van een ziekenhuis op godsdienstige grondslag in arbeidsgeschillen geheel zelfstandig mag beslissen. Nee, bepaalde het Hof vorige week: de kerkelijke rechtsorde is dan ondergeschikt aan de Europese. En dus moet ook het ziekenhuis zich houden aan het verbod op discriminatie op grond van godsdienst. Bovendien moet de rechter beslissingen kunnen toetsen om te bezien of religieuze overwegingen een „wezenlijke, legitieme en gerechtvaardigde beroepsvereiste” vormen. Bij het afdelingshoofd wordt aan deze voorwaarden niet voldaan. De chef-arts had op grond van zijn antiklerikale huwelijksopvatting niet ontslagen mogen worden.

Besluit: ECLI:EU:C:2018:696

    • Joop Meijnen