‘Agressieve handelspraktijk’ met simkaarten beboet

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht: consumentenbescherming en discriminatie.

Foto SasinParaksa/Istock

De Italiaanse mededingingsautoriteit AGCM legde in 2012 boetes op aan de telecombedrijven Wind (200.000 euro) en Vodafone (250.000 euro) wegens oneerlijke handelspraktijken. Ze verkochten simkaarten met vooraf geïnstalleerde diensten als internet en voicemail. Kopers waren daarover niet ingelicht, maar kregen wel gebruikskosten in rekening gebracht.

Wind en Vodafone maakten bezwaar. Wind voerde aan dat het slechts om „weglaten van informatie” ging, wat niet als „agressieve handelspraktijk” viel aan te merken zoals de AGCM had gedaan. Vodafone zei dat er geen feitelijke gegevens waren waaruit bleek dat sprake is van ongepaste pressie of beïnvloeding. In hoger beroep legde de hoogste Italiaanse bestuursrechter het geschil voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Het Hof besliste vorige week dat het „vragen van onmiddellijke dan wel uitgestelde betaling […] van producten die de handelaar heeft geleverd, maar waar de consument niet om heeft gevraagd” moet worden gekwalificeerd als ‘agressieve handelspraktijk’. Verkopers die zich hieraan schuldig maken, schenden de in Europa geldende regels voor consumentenbescherming. Wanneer de consument niet is geïnformeerd over de kosten van de betrokken diensten, en zelfs niet over het feit dat zij vooraf zijn geïnstalleerd en geactiveerd op de simkaart die hij heeft gekocht, kan er niet van worden uitgegaan dat de koper dergelijke diensten vrij heeft gekozen. Het is niet relevant of de diensten een bewuste handeling (aan-/uitzetten) van de koper vereisen. Want daarmee is, wegens het ontbreken van adequate informatie over gebruikskosten, nog niet aangetoond dat wel sprake is van keuzevrijheid.

Besluit: ECLI:EU:C:2018:710

    • Joop Meijnen