Opinie

    • Menno Tamminga

Zo diep is de kloof bij ING van ‘wij tegen zij’

De manier waarop ING reageerde op de witwasaffaire, laat zien hoe groot het verschil is tussen de binnenwereld bij ING en de buitenwereld.

Zorgen vrouwen voor hersteld vertrouwen? Op de Female Board Index, die het aantal vrouwen meet in de top van de beursgenoteerde Nederlandse bedrijven, is ING geen winnaar. De bank staat 39ste in een lijst van 89. ING heeft een bestuur met twee mannen en een vacature. Onder de acht commissarissen zijn zes mannen. De wettelijke aanbeveling is 30 procent vrouwen.

Die ene vacature is ontstaan door het vertrek vorige week van financieel bestuurder Koos Timmermans na de recordschikking wegens overtreding van witwaswetgeving. Da’s een buitenkans om een geschikte vrouw te rekruteren.

Niet te vinden? Shell, Heineken en DSM hebben al een financiële vrouw. Moet lukken. Het schept misschien zelfs wat goodwill, zoals het bericht dat ING zijn kredietklanten wil doorlichten op duurzaamheid dat ook doet.

Lees ook dit verslag van een zoektocht naar de vraag: wat is de impact van een vrouw aan de top?

Tot zover het positieve nieuws. De commissarissen van ING zullen bij zichzelf te rade moeten gaan. Dat kan niet wachten tot de jaarlijkse interne evaluatie. Hoe hebben ze twee keer op rij de reactie van de samenleving op een beslissing zo verkeerd ingeschat, en bakzeil moeten halen? Eerst die onbesuisde verhoging van 50 procent van de beloning van topman Ralph Hamers. Nu het oordeel dat die schikking geen persoonlijke gevolgen had voor de top, anders dan het afzien van de bonus over 2018. Want strafrechtelijk zag justitie geen verantwoordelijke.

Het opgeven van die bonus is een sympathieke geste, maar slaat de plank mis gezien het eerder dedain in de branche over de hoogte ervan. Wie duidelijk maakt dat die betaling eigenlijk te laag is, schept geen goodwill, en brengt geen offer door ervan af te zien. De geste is kenmerkend voor het verschil tussen de binnenwereld bij ING en de buitenwereld. Dat speelt elders wellicht ook, maar hier staat het op scherp.

Waar is de persoonlijke verantwoordelijkheid achter de façades van geldgiganten als ING?

De binnenwereld zag de reddingsacties in 2008/2009 als zakelijke transacties. Steun gekregen, dank u wel, steun terugbetaald, en met rente. Tot ziens. Dossier gesloten.

De buitenwereld ziet kapitaalinjecties van tientallen miljarden euro, incompetentie en ervaart de gevolgen: crisis, ontslagen, huizen onder water, verschraling van de welvaartsstaat. Genoeg malheur om het dossier níét te sluiten.

De buitenwereld volgt nu met argusogen de praktijk van het tuchtrecht waaraan de binnenwereld zich heeft onderworpen. Bankmedewerkers en -bestuurders hebben een eed afgelegd. Eed en tuchtrecht komen (een beetje) tegemoet aan een grief van de buitenwereld na de bankencrisis: waar is de persoonlijke verantwoordelijkheid achter de façades van die geldgiganten, die naamloze vennootschappen en hun collectief bestuur? Of is er ook na een recordschikking niemand feitelijk verantwoordelijk?

Dat zou verbazingwekkend zijn.

De binnenwereld ziet banken als winstgedreven, particuliere bedrijven. Minister-president Mark Rutte (VVD) noemde banken in maart, toen Hamers’ beloningsrel uitbrak, „een soort semi-overheidsinstellingen”.

Naast de beloningsrel en de schikking is er nog een derde feit dat de commissarissen van ING dwingt in de spiegel te kijken. Wat wisten zij van de falende naleving van de witwaswetgeving? En wat hadden ze moeten weten?

De commissarissen hebben de kloof tussen hun binnenwereld en hun buitenwereld niet weten te overbruggen. Ook de oud-politici onder hen niet, Jan Peter Balkenende (CDA) en Hans Wijers (D66). De commissarissen hebben de verwijdering met hun besluiten juist vergroot. Dat is niet in het belang van de onderneming dat zij geacht worden te dienen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga