Rutte III is vooral zijn eigen vijand

Oppositiepartijen

Op het kabinet is genoeg kritiek mogelijk, van zorgen over het functioneren van de publieke sector tot de dividendbelasting. Maar waarom is dé oppositieleider, die zich als alternatief voor Rutte weet te profileren, nog steeds niet opgestaan?

Lilian Marijnissen (SP), Lodewijk Asscher (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) deze maand in een debat over omstreden uitspraken van minister Blok over onder meer multiculturaliteit. Foto Bart Maat/ANP

Van wie heeft premier Mark Rutte tijdens het debat over de eerste Miljoenennota van zijn derde kabinet komende week het meest te vrezen? Is het Geert Wilders (PVV), de chef van de grootste oppositiefractie, die maatschappelijke onvrede het treffendst weet te spuien? Is het Jesse Klaver, gesteund door behoorlijke peilingen voor GroenLinks, die de afschaffing van de dividendbelasting inzet van de volgende verkiezingen heeft gemaakt? Of is het Lodewijk Asscher (PvdA) die, dankzij zijn ervaring als vicepremier in het vorige kabinet, het beste weet hoe hij het bloed onder Ruttes nagels vandaan kan halen?

De Algemene Politieke Beschouwingen, die woensdag en vrijdag volgen op Prinsjesdag, zijn hét parlementaire moment voor de oppositie om tegen het kabinet ten strijde te trekken. Bijna een jaar na de installatie van Rutte III is die oppositie in Den Haag relatief onzichtbaar. Ja, ze weet het kabinet keer op keer in de verdediging te drukken als het gaat om zijn beslissing de dividendbelasting af te schaffen. En de linkse partijleiders staan te dringen om de moeilijkheden in de publieke sector te vertolken. Maar om uiteenlopende redenen is er nog geen onbetwiste oppositieleider opgestaan die zich als alternatief voor Rutte weet te profileren.

Lees ook de plannen in de uitgelekte miljoenennota

Ten eerste heeft de vierpartijencoalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de meeste controverses aan zichzelf te danken. Bewindslieden, met name VVD’ers Halbe Zijlstra en zijn opvolger op Buitenlandse Zaken Stef Blok, kwamen in problemen door hun eigen uitspraken.

D66 heeft zichtbaar geleden onder de regeerakkoord-afspraak het raadgevend referendum te schrappen. Interne coalitieruzies, bijvoorbeeld over de asielkinderen Lili en Howick, worden publiekelijk uitgevochten.

Juist krappe meerderheid helpt

De partijleiders van CDA, D66 en ChristenUnie zijn in de Tweede Kamer gebleven om de bewegingsruimte te houden zich te profileren. Met zulke vrienden van het kabinet hebben de politieke vijanden nauwelijks een kans de discussie naar zich toe te trekken.

Bovendien, dit kabinet heeft een – heel krappe – meerderheid in zowel de Tweede als Eerste Kamer, wat veel initiatieven van de oppositie bij voorbaat kansloos maakt. Dit kabinet heeft, tot de indirecte verkiezingen voor de Eerste Kamer, volgend voorjaar, bij parlementaire stemmingen alleen interne dissidenten te vrezen.

Onderlinge strijd op links

De totale electorale versplintering maakt daarnaast dat maar één van de negen oppositiepartijen meer dan 14 zetels heeft. Wilders’ PVV (20 zetels) is door de komst van Forum voor Democratie (2 zetels in de Kamer, nu 13 in de Peilingwijzer) zijn monopolie op rechts kwijtgeraakt en de oppositie zal zich nooit achter hem verenigen.

De linkse partijen GroenLinks (14), SP (14) en PvdA (9) trekken in het parlement wel veel samen op. Zo komen ze deze week met een gezamenlijke tegenbegroting met alternatieven voor het kabinetsbeleid. En ze sloten samen met de coalitiepartijen een Klimaatwet. Maar de manier waarop Klaver, Asscher en Marijnissen zich op dezelfde thema’s profileren, maakt onduidelijk in hoeverre ze eensgezind samenwerken en in hoeverre ze elkaar als concurrenten zien.

Jesse Klaver zocht met zijn ‘kantinetour’ de „slachtoffers van de globalisering” op om meer op de SP te lijken. De SP wil onder leiding van Marijnissen juist net als GroenLinks een ‘beweging’ worden, bleek zaterdag bij een manifestatie in Rotterdam.

Lodewijk Asscher profileert zich meegaander. Hij omarmt Klaver en Marijnissen als linkse partners. Maar hij houdt tegelijkertijd de optie open dat de PvdA volgend jaar de coalitie gedoogt als alleen zijn eisen worden ingewilligd.

Klaver leek daar eerder ook wel toe geneigd, maar zei zondag in het programma Buitenhof dat er met hem alleen te praten valt als de afschaffing van de dividendbelasting wordt teruggedraaid.

Eerst operatie-‘Beschadig Rutte’

Tijdens de Politieke Beschouwingen zal de oppositie de afschaffing van de dividendbelasting centraal stellen. Dit ‘cadeau voor de multinationals’ is evengoed een zegen voor de oppositie. Het is een van de weinige maatregelen waartegen de linkse en rechtse oppositie zich gezamenlijk verzetten. Het is uitermate impopulair onder de bevolking. En met de bijna 2 miljard die het kost zijn heel veel alternatieve plannen te bekostigen.

Daarnaast maakt de afschaffing premier Rutte zelf kwetsbaar. Hij is er binnen de coalitie een eenzame voorstander van, zo bleek tijdens de recente begrotingsonderhandelingen. Dat de afschaffing in geen enkel verkiezingsprogramma stond, geeft de oppositie munitie bij het terugkerende argument dat Rutte onbetrouwbaar is. En dat grote bedrijven van de maatregel profiteren, helpt het beeld dat Rutte voor hen in plaats van gewone Nederlanders regeert.

Samen vormen deze frames de gezamenlijke ‘operatie-beschadig Mark Rutte’. Of die slaagt, is voor de oppositie nu belangrijker dan wie zich de leider van het verzet mag noemen. Die strijd zal in aanloop naar de verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart, en zeker na de uitslag ervan, weer oplaaien.

    • Emilie van Outeren