Met zijn subtiele spel houdt hij in zijn eentje theaterzalen in de ban

Bruno Vanden Broecke

Bruno Vanden Broecke won de Louis d’Or voor zijn solo Para. Foto Mischa Schoemaker/ANP

De eerste keer dat het Nederlandse publiek de naam Bruno Vanden Broecke hoorde, was waarschijnlijk een jaar geleden toen Theo Maassen zijn film Billy kwam promoten bij De Wereld Draait Door. Vanden Broecke speelt daarin de hoofdrol, een buikspreker die door zijn te innige band met zijn pop Billy in een crisis raakt. „De acteur zegt me niks”, zei Matthijs van Nieuwkerk. Waarop Maassen uitlegde dat Vanden Broecke in België „een fenomeen” is. „Ik loop weleens met hem over straat, maar dat gaat niet.” Maassen prees hem als „waanzinnig goed” en „een technische acteur, maar ook een emotionele acteur, niveau Pierre Bokma”.

In Para, de monoloog waarvoor Vanden Broecke nu de Louis d’Or voor beste acteur van het afgelopen seizoen is toegekend, speelt hij een ex-commando, die in de vorm van een lezing vertelt over zijn deelname aan de Belgische vredesmissie in Somalië, 25 jaar geleden. Minutieus beschrijft de man zijn liefde voor wapens, de onmogelijkheid van de opdracht, het gebrek aan alles in Somalië, de groeiende gekte onder de soldaten, de doden die vallen onder de burgers, de kritiek uit het thuisland. Para, een tekst van David van Reybrouck, in de regie van Raven Ruëll, was ook was geselecteerd als een van de beste voorstellingen van het jaar.

Vanden Broecke begint een tikje verbitterd, de noodzaak van een ‘fatsoenlijk leger’ verdedigend. De kracht van Vanden Broeckes acteren is dat hij subtiel en terughoudend speelt, met in Para net genoeg militarisme in zijn houding en spreken om voor gewezen soldaat door te gaan. Met zijn fabuleuze tekstbehandeling, waarbij hij even soepel uit zijn slof schiet als medelijden opwekt, houdt de acteur in zijn eentje theaterzalen in zijn ban – in België zag ik Para in een met 700 bezoekers tot de nok gevulde schouwburg. Vanden Broecke gaat geheel op in deze getraumatiseerde soldaat, van wie met kleine schokjes en uiteindelijk met een klap zichtbaar wordt hoezeer zijn psychisch evenwicht is verstoord. De tekst helpt om het zelfbedrog in zijn aanklacht te doorzien, zoals wanneer hij de beschuldiging van het ‘barbecuen’ van een Somalische jongetje relativeert. Dat was een meter boven de vlam en één keer zwieren.

Wat Vanden Broeckes recente rollen gemeen hebben, is de positie van de underdog. Met het onspectaculaire naturel van zijn acteren, zijn gedempte stemgeluid en dat grote, kalende hoofd zoekt hij de schijnbare zwakte van zijn personages moeiteloos op. Collega Marijn Lems prees zijn spel in Para als „een masterclass in verdwijnen”. De jury prijs hemt als „een acteur die niet lijkt te acteren”. Het zou mooi zijn als dat talent hem ook in Nederland beroemd maakt. En dan helpt het om die prestigieuze Louis d’Or op zak te hebben.

    • Ron Rijghard