Opinie

Het gaat wél goed aan de keukentafel, als je luistert

Hulpbehoevende burgers willen best een beroep doen op hun eigen netwerk, schrijft . Maar alleen als ze zelf de regie hebben.

‘Gemeenten willen graag dat hulpbehoevende burgers hun eigen netwerk inzetten, maar in de praktijk lukt dat bijna nooit”, zegt onderzoeker Evelien Tonkens in NRC. Tonkens en een reeks collega’s deden onderzoek naar de zorg bij thuiswonende hulpbehoevenden.

Lees ook het nieuwsbericht over het onderzoek: Wie hulp nodig heeft heeft weinig aan het netwerk

Na meer dan twintig jaar ervaring op dit vlak met de stichting Eigen Kracht Centrale zien wij echter een compleet ander beeld. Burgers met ernstige problemen – zoals verslaving, opvoedingsproblemen, psychiatrische problemen en schulden – zijn wel degelijk in staat om een beroep te doen op een ‘netwerk’ van buren, vrienden en familie. En om met hen plannen en afspraken te maken voor de aanpak van hun problemen. Mits die aanpak niet ‘van boven’ – door professionele hulpverleners – wordt opgelegd maar zijzelf de regie houden bij de route naar hulp.

Tonkens heeft gelijk als ze zegt dat wijkteams vaak weinig steun zien van netwerken. Dat is echter niet omdat die er niet zouden zijn, maar omdat wijkteams een plan maken en daarbij mensen zoeken, terwijl het omgekeerde juist nodig is. Dit is de kern van het probleem en dat is ook wat je in de resultaten van Tonkens’ onderzoek terugziet.

Wat nodig is, is een verschuiving in macht, namelijk in ‘beslismacht’: van de hulpverleners naar de burger met problemen en diens ‘kring’. Met de resultaten van Tonkens’ onderzoek in de hand zou juist daarover nu een publiek debat moeten worden gevoerd.

Al bijna twintig jaar kloppen individuen en gezinnen, maar ook hulpverleners bij ons aan bij ernstige problemen. De Eigen Kracht Centrale biedt geen directe hulp, maar activeert mensen om zelf een plan van aanpak te maken. Tot nu toe hebben we in bijna 12.000 situaties ondersteuning kunnen bieden. Gemiddeld blijken dan elf mensen bereid om mee te denken: familie, vrienden, buren en collega’s.

Zodra iemand of een gezin ons om hulp vraagt, gaat een onafhankelijke, getrainde mede-burger die zelf geen hulpverlener is (een ‘Eigen Kracht-coördinator’) naar die persoon of dat gezin en vraagt wie er mee kan denken („Wie vinden het belangrijk dat het goed met u gaat?”).

In de meeste gevallen begint zo’n gesprek met „Ik heb niemand”, of „Ik wil niemand belasten”. Maar omdat de coördinator onafhankelijk is, en zelf neutraal is over welk plan er uiteindelijk uit de bus moet komen, kan hij goed doorvragen. En dan blijken er meestal alsnog genoeg mensen te zijn die kunnen meedenken en bijspringen.

In die fase vraagt de coördinator óók welke informatie van professionals nodig is, bijvoorbeeld specialistische hulp bij verslaving of schulden. Vervolgens belegt de coördinator een bijeenkomst met de kring van vrienden én professionals. Op die bijeenkomst beantwoorden professionele hulpverleners vragen over wat ze zouden kunnen doen. Maar de ‘kring’ neemt ten slotte een beslissing; het gaat er niet om dat ze alles zelf moeten doen, wel dat ze zelf beslissen.

Bij de decentralisatie van 2015, waarbij de staat zorgtaken aan gemeenten overdroeg, mocht ik training geven aan de uitvoerders van het sociale beleid in een aantal gemeenten. Zij werden geacht ‘de zelfredzaamheid van de burger te bevorderen’ , zoals beschreven in het onderzoek van Tonkens en anderen . Ze vonden dit deel van hun werk lastig en het vragen naar een netwerk ongemakkelijk, zo bleek. Want telkens stuitten ze op het antwoord dat er geen netwerk was, of dat dat netwerk juist al overbelast was.

Maar als ik doorvroeg, bleek dat ze zichzelf vooral zagen als ‘werktuig’ van een onhoudbare verzorgingsstaat. Als de boodschap is dat de buurman je steunkousen moet aantrekken omdat de overheid moet bezuinigen, gaat het niet werken. Mensen moeten er zelf voor kiezen.

Het maakt een enorm verschil of je vraagt: „Wie kan er met u meedenken?”, of: „Wie kan een deel van de zorg op zich nemen?” Die laatste vraag wordt tot nu toe nog veel te vaak gesteld. Maar wie de kans krijgt zelf te denken en zelf de regie te houden, neemt uiteindelijk zelf verantwoordelijkheid.

Als wijkteammedewerkers alleen de boodschap moeten geven: „U moet verantwoordelijkheid nemen”, zal het niet werken.

Onze ervaring leert ook dat professionals het best tot hun recht komen als ze gevraagd worden voor hun expertise en niet voor het nemen van besluiten voor anderen. Als we dat durven veranderen, wordt zichtbaar hoeveel kracht er is in onze samenleving. Wij zien dit dagelijks.