Hebben de Britten spijt van hun keuze? En elf andere vragen over de Brexit

Brexit

De harde Brexit-deadline van 29 maart 2019 nadert en er is nu een voorlopige overeenkomst tussen het VK en de EU. In dit overzicht zetten we de belangrijkste feiten en vragen op een rij.

Mensen die tegen de Brexit zijn protesteren voor het Britse parlementsgebouw. Foto Frank Augstein/AP
  1. Waar staan we nu?

    Willen de onderhandelaars in Londen en Brussel nog ordentelijk en tijdig een akkoord bereiken over hoe het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat dan moet nu de eindspurt ingezet worden. De harde deadline van 29 maart 23:00 uur (Britse tijd) nadert. Dat is het moment waarop, volgens de regels van het Europees Verdrag, de Britten de EU verlaten, met of zonder akkoord.

    De Britten onderhandelen over zo’n akkoord met Michel Barnier, die door de Europese Commissie is aangesteld als hoofdonderhandelaar. Na 595 dagen van gesprekken hebben de Britten en de EU een voorlopig akkoord bereikt over hoe het Verenigd Koninkrijk uit zal treden. Het Verenigd Koninkrijk en de overige 27 EU-landen moeten dit nu op een top in november of december ook politiek afhechten. Daarna is het woord aan het Britse parlement en het Europees Parlement. Zij moeten hun zegen geven. Europarlementariërs kunnen voor of tegen stemmen, maar hebben geen formele mogelijkheid wijzigingen te opperen.

    In Westminster is fel geruzied over hoeveel macht het parlement heeft. Al in 2016 zegde May toe dat het Britse parlement het onderhandelingsresultaat mag beoordelen. De leden van het Lager- en Hogerhuis stellen hoge eisen aan hoe die zogenoemde betekenisvolle stemming eruitziet. Het Lagerhuis wil het liefst minimaal vijf zittingsdagen debatteren over de deal. Dat was hoeveel tijd het parlement inruimde voor het debat over toetreding in 1971. Ook wil de Britse politiek de deal behandelen voor het Europees Parlement dat doet. De regering van May zal in de praktijk moeten accepteren dat Lager- en Hogerhuisleden amendementen voorstellen. Als May die wijzigingen negeert, loopt zij het risico dat het parlement haar deal afschiet. Het is natuurlijk de vraag of Brussel accepteert dat May, onder druk van de Britse politiek, terugkomt op gemaakte afspraken tijdens de onderhandelingen. Als een Brexit dreigt zonder dat de Britten een akkoord met de EU hebben, het zogenoemde No Deal-scenario, dan moet May aan het Britse parlement voorleggen wat haar vervolgstappen zijn.

    Lees ook: Hoe gaat de Brexit eruit zien? Vier scenario’s
  2. Wat is de Brexit-strategie van May?

    De Britse premier hield vooralsnog vast aan de plannen die zij begin juli uiteenzette op Chequers, een tudorkasteel in het glooiende land van Buckinghamshire dat dienst doet als buitenverblijf van de Britse premier. Het Chequers-plan houdt in dat het Verenigd Koninkrijk na de Brexit voor de handel in industriële goederen en landbouwproducten de regels van de EU blijft volgen, om te zorgen dat de handel niet verstoord raakt door extra controles en eisen. Ook wil May via een complex systeem een douane-unie met de EU nabootsen, zodat Britse producten zonder douane-heffingen naar de EU verscheept kunnen worden en vice versa. Wel wil May echter de mogelijkheid behouden dat het Verenigd Koninkrijk zelfstandig handelsverdragen met derde landen aangaat. Normaliter kunnen leden van een douane-unie dat niet op eigen houtje omdat ze dezelfde invoertarieven dienen te hanteren voor producten uit goederen van buiten de unie. Voor diensten (bankieren, consultancy, logistiek, luchtvaart, onderzoek, etc. In totaal 80 procent van de Britse economie) wil May dat het Verenigd Koninkrijk niet-Europese regelgeving volgt.

    Mensen die tegen een Brexit zijn protesteren in september 2018 tegen de Brexit. Foto Adrian Dennis/AFP

    Het probleem van het Chequers-plan is dat niemand behalve Theresa May er fiducie in heeft. De Britse regering gebruikte de zomermaanden om steun voor het plan te vergaren in Europa. May ontmoette bondskanselier Angela Merkel, reisde af naar het vakantieadres van de Franse president Macron aan de Middellandse Zee. Minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt deed Nederland aan. De tour was echter tevergeefs. Begin september maakte EU-onderhandelaar Barnier gehakt van Chequers. De Fransman zei in een interview met de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung dat het voorstel „onrechtmatig is” en „het einde van de interne markt en het Europese project” betekent. De basisbeginselen van de interne markt (vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal) zijn ondeelbaar, aldus Barnier. Als de Britten de krenten uit de pap mogen pikken, wat let eurokritische regeringen in bijvoorbeeld Italië en Polen dan om hetzelfde voor te stellen, klinkt door in zijn redenering. De 27 EU-landen hielden die lijn vast op de informele top in Salzburg van 20 september. Het Chequers-plan is in deze vorm onbespreekbaar.

    Minder verheven maar ook belangrijk is de industriepolitiek die hier komt kijken. EU-lidstaten vrezen dat Britse bedrijven ook bij de productie van goederen een concurrentievoordeel behalen als het Verenigd Koninkrijk diensten kan liberaliseren. Britse medicijnen kunnen goedkoper aangeboden worden op de Europese markt als de kosten voor onderzoek en ontwikkeling dalen. Britse auto’s zullen aantrekkelijker worden.

    In de Britse politiek is eveneens grote weerstand tegen Chequers. Brexiteers gruwen van het idee dat de Britse politiek zonder invloed op de totstandkoming regelgeving moet volgen. Het Verenigd Koninkrijk wordt dan een vazalstaat, vinden Tories als Jacob Rees-Mogg. En Boris Johnson stal begin oktober op het partijcongres van de Tories de show door met veel pathos May van verraad aan het Britse volk te beschuldigen. Reese-Mogg en Johnson pleiten voor een hardere Brexit. Maar ook meer pro-Europese politici vinden Chequers niks. „We must chuck chequers”, schreef Justine Greening, een gematigd Conservatief Lagerhuislid begin september in The Daily Telegraph. Zij wil na de Brexit nauwe banden met de EU onderhouden, maar vindt het zelfs dan niet in het landsbelang om, net als Noorwegen, gedwongen EU-regels over te nemen. „Dat betekent minder soevereiniteit en minder macht voor ons land, niet meer”, aldus Greening.

    Ook Labour ziet Chequers helemaal niet zitten. En uit een steekproef uitgevoerd in kiesdistricten waar bij verkiezingen de verschillen tussen Labour en de Conservatieven klein zijn, de ‘oh zo belangrijke’ marginal seats, blijkt dat Britten massaal tegen het plan zijn. De vraag is dus hoezeer een akkoord tegemoet komt aan alle bezwaren tegen Chequers en hoe ver May dus bereid is geweest af te wijken.

  3. Kan May aanblijven als zij opnieuw van strategie moet veranderen?

    Sinds haar aantreden in 2016 is met regelmaat het einde van het premierschap van Theresa May aangekondigd en iedere keer wist zij, ternauwernood, een crisis te overleven. Boris Johnson is al maanden bezig met een offensief. Hij gebruikt zijn column in The Daily Telegraph, die hij terugheeft sinds zijn aftreden als minister in juli, als vehikel om May te bestoken. Hij vergeleek de ontknoping van de Brexitonderhandeling met een bokswedstrijd. ,,De onvermijdelijke uitkomst is een overwinning voor de EU, met het Verenigd Koninkrijk dat gestrekt op zijn rug ligt met twaalf sterretjes die symbolisch boven ons half-bewusteloze hoofd draaien”, aldus Johnson. May maakt er een potje van en zal alle Britse standpunten weggeven, waarschuwt hij. Een werkbaar alternatief biedt hij echter niet. Ook andere Brexiteers zijn nog niet met een enigszins kansrijke alternatieve strategie gekomen.

    Op het jaarlijkse partijcongres van de Tories in Birmingham, begin oktober, hield May vooralsnog vast aan het Chequers-plan waar zo veel weerstand tegen is in haar eigen partij én in Brussel. Een stuntelcongres zoals vorig jaar, toen ze een onbedaarlijke hoestaanval kreeg tijdens haar toespraak, bleef de premier bespaard. Haar slotspeech was stevig en vastberaden van toon, maar bracht de diep verdeelde partijfacties uiteindelijk niet dichter bijeen. Boris Johnson is niet onverdeeld geliefd binnen de Conservatieven. Veel Tories vinden hem te narcistisch, te kwetsend, te ambitieus. Maar als May blijft aanmodderen zonder resultaat zullen zich op enig moment aangetrokken voelen tot zijn optimistisch aanpak ook al weten zij dat zijn beloften niet geschraagd worden door de realiteit.

    Lees ook: Boris Johnson vergelijkt Brexitstrategie van May met zelfmoordvest
  4. Wat is Mays speelruimte?

    In zeker zin worstelen de Britten met een van de eerste nederlagen die ze leden in de onderhandelingen. De Brexit-onderhandelingen bestaan uit twee aparte processen. Er zijn gesprekken gaande over hoe het Verenigd Koninkrijk na 45 jaar EU-lidmaatschap te ontvlechten. Deze onderhandelingen gaan over geld, over de rechten van EU-burgers in het VK en vice versa, de grens tussen Noord-Ierland en Ierland en overige scheidingskwesties — een containerbegrip voor zaken – zoals de manier waarop de Britten het Euratom-verdrag (over kernenergiegebruik) verlaten. De andere gesprekken gaan over de toekomst. Hoe ziet de handelsrelatie eruit? Hoe gaan Britse en Europese opsporingsdiensten samenwerken? En de inlichtingendiensten?

    De EU besloot al in 2017 dat het belangrijker was om eerst de scheiding gedetailleerd te regelen voor 29 maart 2019. Over de toekomst volstaat het om op grote lijnen intenties uit te spreken. Dat staat ook zo in artikel 50 van het EU-verdrag dat het uitreden regelt. De Britten waren en zijn het daarmee oneens. Vooral harde Brexiteers zijn alleen bereid om bijvoorbeeld de Britse financiële verplichtingen (circa 40 miljard euro) na te komen als de Britten daarvoor in ruil op zeer gunstige voorwaarden toegang krijgen tot de Europese interne markt. Zij willen gelijk oversteken: nu zowel de scheiding regelen als de toekomst bepalen.

    Theresa May zou mogelijk succes kunnen boeken door minder ambitieus te zijn. Als zij de scheiding fatsoenlijk regelt — en onderhandelaars hebben op 80 procent van de materie al overeenstemming — is de EU bereid de Britten een overgangsfase van twee jaar te gunnen, zodat het bedrijfsleven zich geleidelijk kan voorbereiden op de Brexit. Tegelijkertijd spreken de Britten en de EU de politieke intentie uit om na de Brexit tot een extreem ambitieus, verstrekkend en diepgaand vrijhandelsverdrag te komen. Als May dat handig speelt door bijvoorbeeld de steun van het bedrijfsleven te winnen, zou dat op eerste gezicht genoeg moeten zijn om in het Britse parlement in te stemmen met een Brexit-deal.

    Het gevreesde No Deal-scenario, met grote economische schade, is dan vermeden. Er is twee jaar tijd gekocht om verder te praten over de toekomst. May en Barnier kunnen de succesvolle onderhandelingen op hun cv bijschrijven. Dat is niet onbelangrijk om dat beiden naar verluidt ambities hebben. May heeft het idee nog niet laten varen dat zij bij de volgende Britse verkiezingen de Tories wil leiden. Barnier zou Jean-Claude Juncker willen opvolgen als president van de Europese Commissie.

    Er zit een adder onder het gras: de Ierse grens.

    Een Brexitbord op de grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Foto Clodagh Kilcoyne/Reuters
  5. Waarom is de Ierse grens nog steeds een probleem?

    In het Amerikaanse honkbal is een backstop een groot hek dat toeschouwers beschermt tegen afzwaaiers en rondvliegende knuppels. In de context van de Brexit zijn de bewoners van het eiland Ierland de toeschouwers. Zij kozen niet voor het uittreden. In de Britse provincie Noord-Ierland stemde 55,8 procent tijdens het referendum om te blijven. De bewoners van Ierland, het EU-land met als hoofdstad Dublin, stemde natuurlijk niet. Toch zitten zij, net als in het honkbalstadion, op de kwetsbaarste plek.

    De grens tussen Noord-Ierland en Ierland is 499 kilometer lang, loopt grotendeels door drassige weilanden en is onlosmakelijk verbonden met de Troubles, de spiraal van geweld die de regio teisterde. Gevreesd wordt dat als er een harde grens verrijst, met douane-posten en fysieke infrastructuur (camera’s, hekken) de stabiliteit op het spel staat. Niet alleen wordt het leven van de bewoners van het gebied ontwricht door de Brexit — kunnen ze straks even makkelijk in Ierland bankieren en in Noord-Ierland een winkel hebben? Of in Noord-Ierland wonen en in Ierland naar school gaan? — ze zijn bang dat de resterende plukjes extremisten de situatie aangrijpen om te stoken.

    De Britten erkennen dat zij onder het Goede Vrijdagakkoord, waarmee in 1998 de vrede werd getekend, een verplichting hebben grenssamenwerking te bevorderen tussen de gemeenschappen die aan beide kanten leven van de grens tussen Ierland en Noord-Ierland. In december sprak May af dat de grens hoe dan ook ‘zacht’ blijft. Die belofte bezorgt haar hoofdpijn. De Britten willen dat de Ierse grenskwestie geregeld wordt als onderdeel van de toekomstige handelsrelatie met de EU. Hun redenering: als de EU ons een diep, uitgebreid en ongekend omvangrijk vrijhandelsakkoord gunt dan is er geen sprake van handelstarieven en dan lijken Europese en Britse regelgeving erg op elkaar. Er is dan geen noodzaak voor douane-controles.

    De EU weigert in die gedachte mee te gaan. Hoofdonderhandelaar Barnier eist zekerheid voor de Brexit. Dat is waar de backstop een cruciale rol speelt. Brussel wil dat de Britten zich verplichten de handels- en douaneregels van Noord-Ierland niet te laten afwijken van de rest van de EU, ongeacht de uitkomst van toekomstige gesprekken over een vrijhandelsverdrag.

    Dat ligt gevoelig in de Britse en Noord-Ierse politiek. De Tories en de Noord-Ierse Unionisten, die gedoogsteun verlenen aan de minderheidsregering van May in Westminster, zijn principieel tegen ieder voorstel dat ervoor zorgt dat Noord-Ierland afwijkt van de rest van het Verenigd Koninkrijk. Het beginsel van eenheid binnen het koninkrijk is heilig. May kan haar achterban onmogelijk verkopen dat Noord-Ierland op afstand wordt geplaatst, dat is binnen de Tories een doodzonde. May wil daarom dat de backstop betekent dat het gehele Verenigd Koninkrijk na de Brexit en een eventueel overgangsperiode tijdelijk onderdeel blijft van de douane-unie, tot er een permanente oplossing (handelsverdrag) gevonden is.

    De EU is tegen dit plan. Barnier is stellig: de backstop kan alleen voor Noord-Ierland gelden en moet omvangrijker zijn dan alleen Noord-Iers lidmaatschap van de douane-unie. Zonder de regels van de interne markt over te nemen blijven douane-controles immers nodig.

    De Britten overwegen na de Brexit toetreding tot de Europese Vrijhandelsassociatie, met Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein en IJsland. Lees over het grijze gebied tussen douane-unie en interne markt: na de Brexit toch maar het Noorse model?
  6. Wat gebeurt er als een akkoord uiteindelijk niet door het Britse parlement komt?

    Dat betekent dat alles wat nu al afgesproken is, komt te vervallen. De Britten betalen dan geen 40 miljard aan de EU. De gedetailleerde akkoorden over de rechten van EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk en vice versa verdwijnen in de versnipperaar. Er komt geen overgangsfase om het bedrijfsleven de tijd te gunnen zich voor te bereiden op uittreden. Het Verenigd Koninkrijk dondert dan op 29 maart 2019 uit de EU en in het ravijn, luidt de waarschuwing van critici.

    Eind augustus publiceerde Dominic Raab, minister van Brexitzaken, ruim twintig technische notities die uiteenzetten hoe bedrijven en Britten om dienen te gaan met een No Deal. Daaruit blijkt dat de gevolgen ontwrichtend zijn. Bedrijven die handelen met de EU krijgen te maken met meer papierwerk en meer barrières voordat hun producten naar de EU kunnen en omgekeerd. Eerder becijferde het hoofd van de Britse belastingdienst dat Britse en Europese bedrijven jaarlijks 20 miljard pond extra kwijt zijn aan douaneformaliteiten.

    Op het moment van uittreden kan grote chaos ontstaan. Britse vliegtuigen kunnen mogelijk niet naar de EU vliegen, als de Britten niet meer gedekt zijn door Europese luchtvaartafspraken.

    De haven van Dover berekende dat vrachtwagens uit de EU nu twee minuten wachten om hun containers in te klaren. Na een No Deal zou een gemiddelde controle vijf tot 45 minuten duren, waardoor er binnen een dag een rij ontstaat van 27,4 kilometer, aldus het havenbedrijf. In de meest extreme scenario’s kunnen de schappen van Britse supermarkten binnen enkele dagen grote gaten vertonen. De Britten importeren 30 procent van hun voedsel uit de EU.

    De Britse minister van Financiën Philip Hammond, die voorstander van een zachte Brexit is, hield het Lagerhuis voor dat No Deal de Britse economie structureel schade berokkent. In een periode van 15 jaar na No Deal zal de economische groei 7,7 procent lager uitvallen dan normaal gesproken, waarschuwde hij deze zomer.

  7. Kunnen de onderhandelingen verlengd worden als het huidige akkoord het niet haalt?

    Dat kan, maar het ligt ingewikkeld. Alleen als alle EU-leden het eens zijn, kan de deadline van 29 maart 2019 uitgesteld worden. Als de Britten verlenging van de onderhandelingen willen, zal de politieke prijs dus aanzienlijk zijn. De EU zal dan concessies afdwingen. Het is denkbaar dat een lidstaat de situatie aangrijpt om te scoren. Ierland kan bijvoorbeeld eisen stellen aan Britten over de grenskwestie.

    Bovendien verstoort een verlenging de zorgvuldige geplande Europese en Britse politieke kalenders. Als de Britten nog niet weg zijn uit de EU voor mei 2019, zal ook in het Verenigd Koninkrijk verkiezingen gehouden moeten worden voor het Europees Parlement. Dat betekent dat 73 Britse Europarlementariërs recht hebben op een zetel in Brussel en Straatsburg. Eveneens: niemand, ook de Britten niet, willen dat het Verenigd Koninkrijk moet meepraten over de nieuwe Europese meerjarenbegroting.

    Verlenging van de onderhandelingen zal alleen een serieuze optie zijn als er een grote politieke verschuiving plaatsvindt, als de Britten naar de stembus gaan en een nieuwe regering een compleet andere kijk op de Brexit heeft, als er een tweede referendum plaatsvindt waarin een meerderheid de Brexit afwijst of zich uitspreekt voor een zachte vorm van uittreden. Er gaan stemmen op — zowel politici, als activisten en bekende Britten — om een people’s vote te houden, een publieke stem over het onderhandelingsresultaat.

    Mensen die tegen een Brexit zijn protesteren in september 2018 tegen de Brexit. Foto Adrian Dennis/AFP
  8. Kan de Brexit tegengehouden worden?

    Er is een lange discussie gaande tussen juristen en academici of de Britten eenzijdig de weg naar de uitgang, zoals beschreven in artikel 50 van het EU-verdrag, kunnen afbreken. De meningen zijn verdeeld en aangezien het Europees Hof van Justitie in Luxemburg er zich nooit over heeft uitgesproken is er ook geen definitieve interpretatie.

    Veel experts denken echter dat het besluit om het Verenigd Koninkrijk te laten blijven uiteindelijk politiek is. De rest van de EU zal waarschijnlijk een stevige eis stellen: Brits EU-lidmaatschap kan alleen als het volwaardig wil meedoen. Dus geen rebate, korting op de Britse financiële bijdrage, meer. Geen uitzonderingsclausules op vormen van Europese samenwerking, zoals de Britten nu genieten op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken. Brexiteers waarschuwen dat als de Brexit tenietgedaan wordt, het Verenigd Koninkrijk onomwonden Europees federalisme moet accepteren en bijvoorbeeld het pond moet inruilen voor de euro, een idee waar de meeste pro-Europese Britse politici van rillen.

    Theresa May wil niets van een people’s vote weten. In haar analyse was de referendumuitslag niet alleen een afwijzing van de EU, maar ook een waarschuwing voor de Britse politiek. Grote delen van de bevolking van het Verenigd Koninkrijk voelden zich niet serieus genomen door politici, wilden het establishment in Westminster afstraffen en eisten een vorm van controle — hoe ongrijpbaar dat ook is — over besluitvorming die hun levens beïnvloeden. Willen de grote mainstream politieke partijen in het Verenigd Koninkrijk overleven dan kunnen zij niet het referendumresultaat aan de kant schuiven, is de inschatting van de partijleidingen bij de Tories. Eventuele economische schade is te prefereren boven in hun ogen onherstelbare schade aan de Britse democratie.

    Labour vond lange tijd ongeveer hetzelfde, maar is op het congres van september iets gaan schuiven. Er werd toen besloten dat als May geen parlementaire steun voor haar onderhandelingsakkoord krijgt of als een No Deal-scenario dreigt, de partij het liefst vervroegde verkiezingen wil. Als dat niet mogelijk is, moet de optie opengehouden worden om een tweede referendum te steunen.

    Wat dit compromis betekent, is vatbaar voor meerdere interpretaties, geheel volgens de eerdere tactieken van Corbyn. In de verkiezingen van 2017 deed Labour het beter dan verwacht, juist door een ambigu Brexit-standpunt waar zowel kosmopolieten (Remainers) lichtpuntjes in zagen als Leave-stemmers in de Midlands, Noord-Engeland en Wales. Een harde keuze maken over een tweede referendum schrikt linksom of rechtsom een belangrijk deel van de achterban van Corbyn af.

    Een van de problemen met een eventueel nieuw referendum is tijd: op 29 maart 2019 is het einde oefening. Zonder een verlenging van de onderhandelingen is er domweg niet genoeg tijd om een fatsoenlijke volksraadpleging te organiseren. Het Brexit-referendum zelf kostte al een jaar (juridische) voorbereiding. Bovendien is het onduidelijk wat de vraag op het referendumbiljet moet zijn. Moet de keuze aangeboden worden om de Brexit ongedaan te maken? Moet het een ‘ja’ of ‘nee’-vraag zijn over het onderhandelingsresultaat? Zijn kiezers zich bewust van de gevolgen als ze de deal van May afwijzen?

    Lees ook: Het is erop of eronder voor een ordentelijke Brexit
  9. Hebben de Britten spijt van hun keuze uit de EU te willen?

    Dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Uit een peiling van YouGov in juni blijkt dat ruim 64 procent van de ondervraagden vindt dat de Brexit-onderhandelingen slecht verlopen. Daaruit zou je kunnen afleiden dat er enige vorm is van spijt. Op de vraag wiens schuld de mislukkende onderhandelingen zijn, lopen de antwoorden uiteen. Ondervraagden die Remain stemden vinden dat de regering (77 procent), Brexiteers (53 procent) en Leave-stemmers (42 procent) verantwoordelijk zijn. Leave-stemmers vinden de problemen vooral de schuld van Remain-politici (59 procent), de regering (58 procent) en de EU (eveneens 58 procent).

    Ondanks hun pessimisme willen Britten niet massaal terugkomen op hun besluit. 45 procent van ondervraagden in een andere peiling van YouGov vindt een people’s vote over het onderhandelingsresultaat een goed idee. De steun voor zo’n stemming neemt wel toe. In december was slechts een derde van de ondervraagden voorstander. Uit de peiling blijkt dat 53 procent van de ondervraagden nu tegen de Brexit zou stemmen, 47 procent zou alsnog voor uittreden stemmen. Dat is dus een omslag vergeleken met het referendumresultaat. Maar, ook in aanloop naar de Brexitstem lagen de verhoudingen, zoals nu, dicht bij elkaar. Bij een nieuwe kans om over de Brexit te stemmen is het, ook nu, alles behalve zeker dat de wens om uit te treden ongedaan gemaakt wordt.

  10. Maar de Brexitcampagne verliep toch niet eerlijk?

    De Britse Kiescommissie constateerde inderdaad dat de campagneregels geschonden werden, door zowel de voor- als tegenstanders van de Brexit. De campagne-organisaties die voor Remain waren hadden niet tijdig hun uitgaven opgegeven en kregen 19.000 pond boete. De Liberal Democrats moesten 20.000 pond betalen omdat zij verzuimd hadden volgens de regels bonnetjes in te dienen.

    De overtredingen van de Leave-campagne kregen meer aandacht en worden als meer zorgelijk gezien. Na aantijgingen van klokkenluiders Christopher Wylie en Shahmir Sanni werd duidelijk dat Vote Leave (de gezamenlijke pro-Brexit campagne van Labour en Conservatieve politici als Gisela Stuart, Michael Gove en Boris Johnson) en Leave.EU (met Nigel Farage als kopstuk, gefinancierd door zakenman Arron Banks) de regels voor campagefinanciering overtraden. Onderzoeksjournalisten van The Guardian toonden daarnaast aan dat geldschieter Banks, veel vaker dan hij zelf toegaf, contact had met Russen die in de Verenigde Staten onderzocht worden door speciaal aanklager Robert Mueller. De vraag hangt nog steeds boven de markt hoe groot de (financiële) invloed van Rusland was op de campagne van Leave.EU.

    Vote Leave werd door de Kiescommissie beboet voor, kort gezegd, het aannemen van te veel geld van donoren. Dat geld werd onrechtmatig via dochterorganisaties weggesluisd naar bedrijven onderdeel van het omstreden en inmiddels opgedoekte online-campagnebureau Cambridge Analytica. Voor Sanni en Wylie staat vast dat de online-campagne, via zogenoemd micro-targeting, die Vote Leave kon voeren, het verschil maakte in het spannende referendum. Sanni, voorstander van een Brits vertrek uit de EU, vindt dat als gevolg het referendum doorgestoken kaart is en pleit voor een eerlijke stemming over de Brexit. Hoogleraar John Curtice, de meest gezaghebbende Britse analist van opiniepeilingen, betwijfelt echter of de overtredingen van zo’n aard zijn dat ze een doorslaggevend effect hadden op de uitkomst.

    De 24-jarige penningmeester van BeLeave bracht het gesjoemel van de Brexit-beweging naar buiten en werd aangepakt. Lees ook het interview met hem: Brexit-klokkenluider over de ‘weerzinwekkende smerigheid’ van de Britse politiek
  11. Wat merken de Britten van hun keuze de EU te verlaten?

    De economische effecten zijn voelbaar. In 2016 was het Verenigd Koninkrijk het land met de snelst groeiende economie van de G7. Inmiddels is de groei van de Britse economie de langzaamste van de zeven geïndustrialiseerde staten. De koers van het pond is gedaald ten opzichte van de euro sinds het referendum. Dat zorgt ervoor dat vakanties naar EU-landen duurder zijn voor Britse toeristen, dat ingevoerde goederen en landbouwproducten duurder zijn omgerekend in ponden. De huizenprijzen in Londen dalen licht, vooral omdat buitenlandse investeerder door de Brexit huiverig zijn.

    De Britse werkloosheid is nog steeds historisch laag. De krapte op de arbeidsmarkt is aanzienlijk. Dat komt deels doordat er steeds minder werknemers uit de EU naar het Verenigd Koninkrijk komen en er steeds meer EU-burgers terug naar de overzijde van het Kanaal keren. Dat blijkt uit de meest recente immigratiestatistieken.

    In de twaalf maanden tot maart kwamen er netto 87.000 (instroom minus uitstroom) EU-migranten bij, becijferde het Office for National Statistics. Dat is de laagste stand sinds 2012. In de twaalf maanden tot en met juni 2016 (de referendummaand) bedroeg netto migratie uit de EU nog 189.000 mensen.

    Britse politici en beleidsmakers kijken altijd extra zorgvuldig naar de migratiecijfers van de zogenoemde A8-landen, de EU-lidstaten die in 2004 toetraden als Polen en Tsjechië. Zij maakten massaal gebruik van hun nieuw verworven vrijheid om zich in het Verenigd Koninkrijk, dat in tegenstelling tot Nederland geen overgangsregime hanteerde, te vestigen. Britse onvrede over die toestroom was een belangrijke factor in de Brexitstem. Van februari 2017 tot en met februari 2018 was er sprake van een kleine netto uitstroom van tweeduizend migranten uit de A8-landen.

  12. Wat zijn de gevolgen voor Nederland?

    Uit een analyse van het Internationaal Monetair Fonds blijkt dat de Nederlandse economie relatief zwaar getroffen wordt als er geen akkoord tussen de Britten en de EU gesloten wordt. Op de langere termijn valt het nationaal inkomen van Nederland 1 procent lager uit, als gevolg van een No Deal-Brexit. Alleen de Ierse en Britse economieën (beide circa 4 procent) worden zwaarder getroffen.

    Het belang van Nederland als doorvoerhaven, denk aan de haven van Rotterdam, Schiphol en de bloemenveiling van Aalsmeer, zorgt ervoor dat Nederland maatregelen treft. De Nederlandse douane neemt tussen de 750 en 930 extra douaniers (nu ruim vierduizend) aan, vooruitlopend op extra controles. In juni waarschuwde Allard Castelein, topman van het Havenbedrijf Rotterdam, dat Nederland de Brexit serieuzer moet nemen. Hij waarschuwde dat, gemeten naar volume, 8 procent van de Nederlandse handel Dover, Felixstowe of een andere Britse bestemming heeft. „Hiervan staat de helft op het spel”, aldus Castelein.

    De Brexit heeft ook enkele economische voordelen. De verhuizing van de Europese Medicijnautoriteit van Londen naar Amsterdam wordt als een prestigieuze overwinning gezien. Ook de Japanse banken Mizuho, Mitsubishi en technologiebedrijf Panasonic vestigen hun Europese hoofdkantoor in Amsterdam.

    Dit stuk is geactualiseerd op 13 november 2018

    Lees ook: Nederland en België gaan profiteren van de Brexit. Onacceptabel, zegt Parijs

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Melle Garschagen