De koekjes rekende ze af, de Story niet

Wie: Cornelia (67)

Kwestie: diefstal van Story uit supermarkt

Waar: rechtbank Midden-Nederland (Lelystad)

Op de cover stonden die week zanger André Hazes junior en koningin Máxima. Omdat ze nodig haar hoofd „leeg moest maken” pakte Cornelia (67) de Story op 21 juni uit het tijdschriftenrek in de Boni-markt in Lelystad.

Cornelia kon wel wat afleiding gebruiken, vertelt ze de politierechter. Haar man is ziek en hij zal niet meer beter worden. Maar ze rekende het tijdschrift niet af.

Een medewerker van de winkel zegt dat ze hem op de zitting van haar scootmobiel legde en er bovenop ging zitten. „Het tijdschrift deed u, zeg maar, onder uw kont”, zegt de politierechter.

Volgens Cornelia klopt dat niet. Ze deed het tijdschrift niet in de tas tussen andere boodschappen maar legde het in het mandje van de scootmobiel „om het mooi te houden” en vergat het vervolgens af te rekenen. De rest van de boodschappen (melk en koekjes) zette ze in een tas op de treeplank van haar scootmobiel.

Bij de kassa werd Cornelia door een medewerker geconfronteerd met de niet afgerekende Story. En daar liep een gesprek over een tijdschrift van 1,99 euro volledig uit de hand. De medewerker wilde dat ze meeging naar achteren, maar Cornelia gaf gas. Ze verwondde met haar scootmobiel de benen van de man.

Was dat bedoeld of onbedoeld? Dat laatste, zegt Cornelia. De man zou haar in haar nek hebben gegrepen, waarna zij „van schrik” aan de hendel van de scootmobiel draaide. De man heeft een ander verhaal. Cornelia zei: „Ik rij dwars door je heen.”

Ze werd aangehouden en zat vijf uur in een politiecel. Ze gaf daar toe dat ze het tijdschrift opzettelijk had weggenomen. En ook dat ze de bedoeling had met de scootmobiel tegen de medewerker aan te rijden. Maar, zegt ze nu: „Ik wou gewoon naar huis en ze hebben me onder druk gezet.”

Cornelia ziet er breekbaar uit. Ze draagt een bloesje met blauwe en oranje bloemen. Haar dochter is met haar meegekomen. Financieel gezien staan Cornelia en haar man er niet goed voor, ze staan onder toezicht van een bewindvoerder. Maar geld om een Story te kopen was er heus wel, vertelt de dochter aan de rechter. „Als dat nodig is, ondersteunen mijn broer en ik haar.”

Cornelia is acht jaar geleden ook eens veroordeeld voor winkeldiefstal. Ze kreeg toen een boete van 250 euro. Verder is haar strafblad leeg.

Wat de officier van justitie betreft staat vast dat Cornelia de intentie had de Story te stelen. En het letsel bij de medewerker kan wat haar betreft niet veroorzaakt zijn door stapvoets te rijden.

Cornelia valt haar in de rede: „Als je de hendel indrukt ga je met volle vaart...” Haar dochter fluistert: „Ik denk dat je niks meer moet zeggen.”

Als de officier aanhaalt dat de richtlijnen 2 tot 4 maanden gevangenisstraf voorschrijven, begint Cornelia hard te huilen. De officier grijpt snel in: „Ik zie dat het u raakt, maar wat mij betreft is gevangenisstraf in uw geval niet aan de orde.” Wel eist ze een werkstraf van 80 uur waarvan 40 uur voorwaardelijk.

Het loopt anders, de politierechter heeft niet „de rotsvaste overtuiging” dat Cornelia de intentie had het tijdschrift te stelen. „Het is uw woord tegen dat van de medewerker.”

Camerabeelden zijn er alleen van wat daarna bij de kassa gebeurde. Daarop is te zien hoe Cornelia op de man inreed en toen achteruit. Zoals de politierechter het vertelt, klinkt het niet alsof ze geen controle had over het voertuig.

Dat zij opzettelijk geweld heeft gebruikt acht de rechter bewezen. Maar van een veroordeling voor diefstal met geweld kan geen sprake zijn als diefstal niet bewezen is. Hij spreekt haar vrij.

    • Merel Thie