Bep van Klaveren bokst op 4 oktober 1954 tegen de Amerikaan Jimmy Lygget. De wedstrijd ging over 10 ronden van 3 minuten en werd door Van Klaveren op punten gewonnen. Een moment uit de achtste ronde: Lygget plaatst een treffer op het hoofd van Van Klaveren.

In de hoek van bokslegende Bep van Klaveren

Boksen Maandag in Rotterdam: de 25ste Bep van Klaveren Memorial. Drie generaties Rotterdammers vertellen over boksen, werk en hun illustere stadgenoot, de enige Nederlandse olympisch bokskampioen (1928).

Josefien Betist, de boksster (14)

Josefien Betist werd in 2017 en 2018 Nederlands kampioen. Foto Ronald Betist

Pas veertien jaar is Josefien Betist en nu al bokst ze overwegend in het buitenland. In Nederland zijn er vrijwel geen tegenstanders van eigen leeftijd en gewichtsklasse (tot 57 kilo), dus reist de Rotterdamse regelmatig naar Duitsland, Zweden, Engeland en Ierland.

„Hartstikke prettig” vindt Betist het om er geen supporters bij te hebben. „Ik hou er niet van als familie en vrienden komen kijken. Dan krijg ik spanning en boks ik minder goed.” Dat zegt ze vlak voordat ze bij de Bep van Klaveren Memorial tweemaal in actie moet komen, (afgelopen) zondag bij de junior Bep van Klaveren Memorial, al voor het derde achtereenvolgende jaar, en maandagavond op de echte ‘Bep’ als onderdeel van de boksinterland Nederland-Tsjechië; voor eigen publiek, met veel familie en vrienden. „Maar dan kan ik me wel over de spanning heen zetten.”

Betist werd in 2017 en 2018 Nederlands kampioen. Als gevolg van de schaarste aan boksende Nederlandse meisjes moest haar tegenstander worden geïmporteerd. Ze hoefde beide keren alleen maar een finale te boksen, tegen de vijftienjarige Ierse Nicole O’Sullivan. Beide keren won Betist; als ze verloren had was ze ook tot kampioen gekroond. „Maar als ik had verloren, zou ik O’Sullivan mijn belt (kampioensriem, red.) hebben gegeven.”

Ook als er geen Bep van Klaveren Memorial was geweest, had je Betist niet hoeven vertellen wie Van Klaveren is. De Kralingse traint bij boksschool Crooswijk, op de plek waar Van Klaveren begin vorige eeuw geboren werd en opgroeide. Toen hij net zo oud was als Betist vocht hij vooral op straat – ook met stenen. In de boksschool is hij altijd en overal aanwezig.

Betist begon tweeënhalf jaar geleden met boksen: „Ik vond het heel stoer om te doen wat papa deed – die heeft ook nog een tijdje gebokst, en de trigger was Lucia Rijker.” Toen ze een documentaire over de Nederlandse boksster zag, dacht ze: dat wil ik ook. Mede dankzij ‘after school’-begeleiding kan Betist haar sport nog goed combineren met de havo.

Tokio 2020 komt voor Betist nog te vroeg. Ze droomt voorbij de volgende Olympische Spelen: haar vizier staat op de Zomerspelen vier jaar later in Parijs. Nouchka Fontijn, ook uit Rotterdam, is de enige Nederlandse boksster die een olympische medaille won, zilver in Rio in 2016, vier jaar nadat vrouwen tot de olympische boksring waren toegelaten. Die was (al) negentien toen ze begon. Betist heeft nog een lange weg te gaan. Na de ‘Bep’ roept het buitenland weer: in oktober staat ze op het EK voor junioren, in Rusland, als jongste Nederlandse bokser ooit op een titeltoernooi in het buitenland.

Lees ook dit beeldverhaal: Boksen leeft in Rotterdam

Vera Nederlof, de kunstenaar (49)

Vera Nederlof poseert als ‘ring card girl’, een vrouw die de boksrondes aankondigt met bordjes. Foto Aad Hoogendoorn

Haar eerste tekeningen van boksers zette ze precies een jaar geleden op Instagram. Het had even geduurd voordat Vera Nederlof haar nieuwe werk aan de wereld durfde te tonen. „Dat was een overwinning voor me.” In de voorbije week waren twee van haar bokstekeningen te zien op een led-scherm van 13 bij 13 meter, tegenover het Centraal Station in Rotterdam, in een promo voor de jubilerende Memorial. Ze worden afgewisseld door foto’s en uitspraken van Van Klaveren – ‘Een standbeeld? Krijg de pleures met je standbeeld’.

Op datzelfde station kwam Nederlof ruim dertig jaar geleden aan vanuit haar geboorteplaats Dordrecht om aan de kunstacademie in Rotterdam te gaan studeren. Om nooit meer uit de stad weg te gaan, en Rotterdammer te worden.

Boksen en tekenen nam in het leven van Nederlof de plaats in van dansen (bijna veertig jaar lang klassiek en modern ballet) en grafisch ontwerpen (ongeveer 25 jaar als zelfstandige). Ze ging modeltekenen, maar de modellen zaten te lang stil naar haar zin. „Ik werkte daardoor te lang aan een tekening en zo verprutste ik die: ik tekende de tekening dood.” Nadat ze al bij een boksschool in Rotterdam boksles had genomen, besloot ze daar ook te gaan tekenen. „Boksers staan nooit stil en zo werd ik gedwongen de essentie van de lijnen te vinden en die te tekenen, in een omgeving waar de krachten voelbaar zijn. Het moet allemaal snel, net als in het boksen zelf.” En zoals bij tekenen de kunst van het weglaten geldt, ziet ze daarbij raakvlakken bij het boksen in de kunst van het ontwijken.

Als kunstenaar voor wie boksen „een eindeloze inspiratiebron is”, staat Nederlof in een lange traditie. Talloze (beeldend) kunstenaars gingen haar voor, van Isaac Israëls tot Andy Warhol. De Belgische journalist Jan Van den Berghe schreef er vijf jaar geleden een bijzonder boek over: De artistieke uppercut – hoe kunst & boksen elkaar vonden.

Maandagavond wordt door een ‘ring card girl’ werk te koop aangeboden van Nederlof en van Dries Sloof, de Rotterdamse oud-bokstrainer met wie ze in maart exposeerde. Ze vindt het mooi dat twee werelden samenkomen, die van het boksen en die van de kunst. „Ik wil laten zien dat boksen niet alleen low culture is, en kunst niet alleen high culture.” Ze beschouwt het als een eer dat ze dat mag doen bij het jaarlijkse eerbetoon aan oer-Rotterdammer Van Klaveren. Nederlof: „Ik hou van de taal en de directheid van de Rotterdammers, en Bep was daar een exponent van. Voor mij is hij niet alleen een geweldige sportman, maar net als Cruijff en Muhammad Ali een cultfiguur – de belichaming van een tijdbeeld.”

Hans Kanters, de schrijver (78)

‘De danser van Katendrecht’ leest als een eerbetoon aan Van Klaveren. Foto Uitgeverij TIC

Toen de bommen op Rotterdam vielen, lag hij in de kinderwagen, onder een acaciaboom in het Museumpark. Net twee maanden oud was Hans Kanters. Nu, 78 jaar later, is hij de auteur van een historische boksroman die zich voor een groot deel afspeelt in zijn geboortestad aan de Maas. Aan de telefoon vertelt hij erover, vanaf zijn vakantieadres in de Ardèche. Hoe het ouderlijk huis, aan de Westzeedijk, wonderwel gespaard bleef die veertiende mei 1940, en hoe verzetsmensen daar kwamen vergaderen. „Mede vanuit ons huis werd de bevrijdingsactie beraamd die in 1944 door een knokploeg werd uitgevoerd op politiebureau Haagse Veer, waar verzetsmensen gevangen zaten.”

De oorlog én Bep van Klaveren spelen een prominente rol in zijn boek dat begin dit jaar uitkwam: De danser van Katendrecht. Het is de bijnaam van de fictieve Jaap Waterschoot, gebaseerd op een Rotterdammer die de sparring partner was The Dutch Windmill. „Er was al genoeg geschreven over Van Klaveren, dus besloot ik iemand uit zijn omgeving te belichten”, zegt Kanters, die er zich als jonge jongen al van bewust was dat hij opgroeide in het boksmekka van Nederland. „Boksen was echt een volkssport in Rotterdam, die werd gedragen door figuren als Luc van Dam en Van Klaveren. Een subcultuur die nog steeds in de stad aanwezig is.” Een van de boksscholen in de stad draagt de naam van de bokser die model stond voor Waterschoot, Herman van ’t Hof.

Toen jurist Kanters in de jaren 70 naar Amerika ging en daar vice president werd van de cosmetische afdeling van Colgate Palmolive, bezocht hij bokswedstrijden in Madison Square Garden in New York. Daar zag hij ook Muhammad Ali. „Ik kwam daar vaak in een café, Bill’s Gay Nineties, waar oud-boksers, coaches, promotors en wedstrijdorganisatoren elkaar troffen”, zegt Kanters op de vraag hoe hij hij erin slaagde zo’n getrouw beeld te schetsen van het Amerikaanse boksen vlak voor en aan het begin van de oorlog, de jaren dat romanfiguur Waterschoot in het spoor van Van Klaveren in de Verenigde Staten bokst en gecoacht wordt door (de niet-fictieve) Cus d’Amato, de man die Floyd Patterson en decennia later Mike Tyson wereldkampioen in het zwaargewicht maakte.

De danser van Katendrecht leest als een eerbetoon aan Van Klaveren. Bij de boekpresentatie in februari in Rotterdam, vertelt Kanters die nu in Limburg woont waar hij directeur was van de Koninklijke Sphinx keramiekfabriek, was Van Klaveren ook onderwerp van gesprek. „Er dook daar een 90-jarige oud-bokser op die een gedicht voordroeg over Van Klaveren – heel bijzonder. De figuur Van Klaveren heeft heel lang tot de verbeelding gesproken, en dat doet hij nog steeds.”

Lees ook: Een avond boksen voor de eer van ‘010’ en ‘020’
    • Ward op den Brouw