Als de referee kijkt, kan het ineens sneller

KLM Open

Het golf kent strenge regels. Ook op het KLM Open waren er referees om toe te zien op naleving ervan. Een dagje mee met één van hen.

Deelnemers aan de KLM Open op banen van The Dutch in Spijk. Foto Ronald Speijer/ANP

Paul Carrigill weet precies op wie hij moet letten. Hij heeft zijn golfkarretje net bij het clubhuis van The Dutch tot stilstand gebracht en pakt een tweetal A4’tjes onder het klemmetje op het stuur vandaan. „Hier, groepje 25”, zegt hij. „Drie notoir langzame spelers.” De 60-jarige man uit Leeds – grijs rommelig haar, permanente halve glimlach – kent eigenlijk iedereen op de European Tour. Logisch, na twintig jaar als referee. Hij noemt ze bij hun voornaam, zij hem bij de zijne. En zeker het drietal van groepje 25 weet al wat er aan de hand is als hij straks hun baan komt oprijden.

Hij heeft het weleens drukker gehad, Carrigill. Dit weekend in Spijk is hij „rover”, zoals hij het zelf noemt. Rondzwervend. Er zijn meestal vijf scheidsrechters bij een toernooi op de Europese Tour, zoals dit KLM Open, aangevuld met drie lokale assistenten. Dit weekend zijn er zeven van die assistenten. Het scheelt hem werk. Dus kan hij, zoals dit weekeinde, rustig rondjes rijden over de baan en helpen waar nodig is.

Golf heeft bewust een vuistdik handboek aan regels, het is een sport waarin spelers zichzelf moeten kunnen reguleren. Carrigill is er voor de twijfelgevallen. Mag een speler een bal ‘gratis’ droppen omdat hij onbespeelbaar is vanaf een bepaalde plek of niet? Waar begint een hindernis op de baan en waar houdt hij op? Maar het belangrijkste, zeker op een rustige dag als deze: hij moet er mede voor zorgen dat het tempo in het toernooi blijft. Dat spelers niet te lang over hun slagen doen, zodat de groepen (flights) achter hen moeten wachten en dat de wedstrijddag niet te veel uitloopt.

In de gaten houden

Carrigill rijdt onder de afzetting van de achttiende hole door. Daar staat het bewuste drietal van flight 25 af te slaan. Ze lopen meer dan vijf minuten achter op het schema dat hij op zijn A4’tjes heeft staan, en dat schema is al ruim. Deze dag heeft al vijftien minuten vertraging opgelopen, omdat vanwege mist pas later begonnen kon worden. „Hoi Bradley, ik ga jullie monitoren”, zegt hij tegen de Schot Bradley Neil.

Monitoren is wat de scheidsrechters de ‘lichtste’ vorm van controle noemen. Het is in de gaten houden of een groep volgens het schema loopt. De eerste golfer van een drietal die slaat krijgt daarvoor vijftig seconden, de andere twee veertig, ook tijdens het putten. Als spelers een zogenoemde ‘slechte tijd’ hebben, dus te langzaam zijn, dan kan er een ‘monitoring penalty’ volgen. En meerdere daarvan kunnen leiden tot een geldboete. En dan is er de ernstiger vorm, een ‘getimede sessie’. Daarin kunnen overtredingen leiden tot een geldboete of zelfs een strafslag. Maar dat komt volgens Carrigill zelden voor.

Bradley Neil wil als de andere twee vooruit zijn gelopen nog even wat tegen Carrigill zeggen. Of hij wil letten op wat Kiefer aan het doen is tijdens het putten. Hij gaat liggen om goed op te lijnen, met zijn gewicht op de green. „Misschien veroorzaakt hij met zijn knieën en punten van zijn schoenen deuken of groeven in de green. Hij mag zo liggen, maar als blijkt dat het de green beschadigt, kan hij een straf krijgen op basis van de etiquette”, legt Carrigill uit.

Even later doet Kiefer precies dat, alsof hij zich opdrukt op de baan. Maar Carrigill grijpt niet in. Het groepje is intussen sneller gaan spelen. „Kun je niet de hele tijd bij ons rondrijden”. zegt Charlie Ford tegen Carrigill. „Hij speelt veel sneller als jij er bent.” Carrigill kan erom lachen. „Charlie vergeet net als andere spelers dat hij zelf ook langzaam is.” En het is een fenomeen dat een collega van hem ‘left-alone-itis’ noemt: spelers die weten dat er een scheidsrechter meekijkt, schieten opeens op. Daarna spelen ze weer langzaam.

Snelheid

Als de golfsport iets wil veranderen, is dat het sneller moet. Vandaar dat er ook zo streng op wordt toegezien. Dit jaar werd in Oostenrijk een experimenteel toernooi met een shot clock gehouden. Rondes werden er zo’n drie kwartier korter door. Het moet de sport aantrekkelijker maken.

Nieuwe regels die vanaf volgend jaar ingaan, zullen daar ook aan moeten bijdragen. Het moet simpeler, daardoor begrijpelijker, en ook sneller. Een voorbeeld: op baan twaalf helpt Carrigill mee met zoeken naar een bal in het hoge gras. Dat mag nu vijf minuten, vanaf volgend jaar drie minuten. „De nieuwe regels zullen goed zijn”, zegt hij.

Gek op zijn werk

Carrigill is nog steeds gek op zijn werk. Het allermooiste vindt hij zijn taak om voor de helft van de holes, dit weekend tien tot en met achttien, de positie van de vlag te mogen bepalen. Hij is zelf oud-golfer, was in de jaren tachtig en negentig op de European Tour actief, en dit is voor hem puur sport. Aan het eind van een toernooidag bepaalt hij waar de hole op elke baan een dag later komt. Om de uitdaging groter te maken voor de spelers, die daar dezelfde avond nog over worden ingelicht. Hij mocht het in 2014 voor de Ryder Cup doen, het is zijn mooiste herinnering.

Hij stopt bij baan zestien. De vlag staat daar nu verder naar links en achter een heuvel. Voor de variatie – soms wordt de hole moeilijker, soms makkelijker. „Ik wil redelijk en ook moedig zijn daarin”, zegt hij glimlachend. „Je ziet dat ze de ballen nu veilig aan de linkerkant spelen”, vervolgt hij, wijzend op de green. „Gedurfder zou zijn als ze hem meer op de vlag speelden. Ik ben altijd nieuwsgierig hoe ze het aanpakken.”

Zijn werk verveelt nooit. Hij vindt het spelletje te mooi. „Elke keer als je een slag ziet, is het anders. Je kunt dezelfde hole tien keer op een dag spelen en elke keer op een andere manier.”

    • Frank Huiskamp