Opinie

    • Marike Stellinga

We zien nog niet het hele verhaal

We zijn nog niet klaar. Tien jaar nadat Lehman Brothers failliet ging, kunnen we gerust concluderen: deze geschiedenis is nog niet afgesloten. Want economisch gezien mogen we opkrabbelen van de financiële hartstilstand die het Westen tien jaar geleden trof, de effecten lopen door, economisch, maatschappelijk en politiek. We zitten er nog te dicht op om het volledige verhaal te kunnen zien.

Dat is niet gek bij een uitzonderlijk grote crisis als die van 2008: de financiële crisis die het Westen in 1929 trof, ijlde ook lang na. Net als toen zal de economische wetenschap tot andere inzichten komen. Economen debatteerden tot zeker in de jaren zestig over wat 1929 zo desastreus had gemaakt.

Van alle dramatische gevolgen van de crisis, springt er één voor mij uit: het vertrouwen in bankiers, politici, grote bedrijven, experts, economen, kreeg een langdurige knauw. Er zijn te veel cynische verdienmodellen en deals ontmaskerd, te veel onterecht geruststellende woorden gesproken en foute analyses gemaakt.

Nout Wellink was in 2008 centrale bankier. Hij sprak geruststellende woorden op tv over de Nederlandse banken. Terwijl Fortis/ABN Amro wankelde. Hij vertelt daar nu lachend over; dat je wel moet in die functie, dat hij het moeilijk vond om te doen. Maar bij een volgende crisis zullen Nederlanders geen waarde meer hechten aan de woorden van zijn opvolger.

De interessantste vraag in analyses van de crisis is: hadden we het financiële systeem radicaler moeten omgooien? We proberen nu een verbeterde versie in elkaar te knutselen van de wereld voor 2008. Maar is het systeem niet zo fundamenteel fout dat we voor een grote verandering van de markteconomie moeten kiezen, vraagt Martin Wolf van de Financial Times in een indringend essay.

De zoektocht naar oorzaken en lessen wordt gehinderd door fatalisme en mystificatie, terugkerende verklaringen voor de crisis die mij ergeren. Niet omdat ze geen kern van waarheid bevatten, maar omdat ze klinken als excuus voor niets doen.

Als het over 2008 gaat, hoor je al snel over financiële producten, zo ingewikkeld dat niemand ze meer begreep. Over slimme bankiers die creatief worden van regels: hoe kunnen we die omzeilen? Die vorm van mystificatie klinkt als een excuus: als niemand het begrijpt, kan je de mannen aan de knoppen niet veel verwijten. Maar net zoals we niet accepteren dat een arts niet snapt waarmee hij bezig is, moeten we dit verhaal afwijzen. Er is willens en wetens te veel op zijn beloop gelaten.

De fatalistische verklaring gaat zo: mensen zijn hebzuchtig en dus zullen er altijd crises zijn. Wouter Bos zei in de documentaire De achtste dag: „Ten diepste heeft de bankencrisis te maken met onze honger naar [..] hoge spaarrentes. Met die honger naar materiële welvaart jagen we alles en iedereen op de financiële markten op.” Maar hebzucht is van alle tijden, crises zijn dat niet, zei Wellink laatst. Het is de taak van de overheid hebzucht in te dammen.

Wat ik wil zeggen is dit: een financiële crisis is geen natuurverschijnsel als een tsunami. Er valt wat tegen te doen. Als de overheid dat niet lukt, hebben we gefaald en moeten we uitzoeken waar.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.
    • Marike Stellinga