Recensie

Verveelde 50 Cent heeft live nog bar weinig te bieden

Rapper Nieuwe fans maakte hij niet, vrijdagavond tijdens zijn lusteloze ‘jubileumshow’ in Rotterdam. Wel nam 50 Cent dankbaar het entreegeld van zijn trouwe fans in ontvangst.

50 Cent tijdens het optreden vrijdagavond in Rotterdam Ahoy. Foto Paul Barendregt

De live-artiest 50 Cent is niet meer. Hij toert wel gewoon nog, want de zakenman 50 Cent is springlevend. Voor zijn optreden vrijdagavond in Ahoy Rotterdam waren de duurste kaartjes 80 euro. Maar hij heeft weinig meer te bieden. Hij stond een uurtje op het podium, raffelde met een ondermaatse band een reeks extreem korte versies van zijn hits af, maakte reclame voor zijn champagnemerk en tv-serie, en vertrok weer.

Het concert was aangekondigd als een jubileumshow. Deze avond zou „gevierd” worden dat vijftien jaar geleden het ijzersterke, verkooprecords brekende debuutalbum Get Rich Or Die Tryin’ van 50 Cent uitkwam. En dat zou hij doen met G-Unit, de rapgroep van 50 Cent dat in hetzelfde jaar het succesvolle Beg for Mercy uitbracht. In Ahoy was van de originele line-up van G-Unit precies één lid aanwezig, en wel Tony Yayo, die tijdens het opnemen van Beg for Mercy in de gevangenis zat.

Soms hoor je, even, de soepele flow waarmee 50 Cent ooit de wereld aan zijn voeten rapte

50 Cent is vrijdagavond niet in Rotterdam om nieuwe fans te maken maar om oude fans nog wat laatste euro’s uit de broekzak te kloppen. In een matig gevulde, voor hem veel te grote zaal, strompelt hij als een lusteloze, naar adem happende zoutzak, schor en verveeld achter het ritme van zijn eigen hits aan. Van een ‘viering’ van zijn debuut is geen sprake – 50 Cent sjokt emotieloos door zijn oeuvre.

In zijn catalogus rapte hij op dikke, gouden beats. Maar die staan vanavond niet centraal, met dank aan een van de meest liefdeloze bands ooit. Het geluid galmt al enorm, maar de snoeiharde kickdrums en snares, nutteloze drumfills, van elke emotie gespeende gierende gitaren en krakkemikkige solo’s, halen niet alleen de kracht maar soms zelfs letterlijk alle herkenning uit de nummers.

Uncle Murda’s single ‘Get the Strap’ knalt er aan het begin nog even goed in, en ‘Many Men (Wish Death)’ is in een met lichtjes gevulde zaal een minuut lang magisch, totdat muzikanten en back-up rappers ook daar alle subtiliteit uit rammen en schreeuwen. In deze context verdrinkt zelfs een kraker als ‘In Da Club’ – waarvan je letterlijk alleen de beat hoeft aan te zetten om het publiek te laten kolken – in lelijke chaos, met een afschuwelijk misplaatste gitaarsolo en lomp geram op de drums.

Soms hoor je, even, de soepele flow waarmee 50 Cent ooit de wereld aan zijn voeten rapte. Dan is hij heel even los, een paar zinnen, en is de band bescheiden, ondersteunend. Maar hij houdt het niet vol, kapt zinnen af. Dan brullen zijn back-up-rappers de woorden maar weer, eindeloos op topvolume, en zonder enige dynamiek.

50 Cent tijdens het optreden vrijdagavond in Rotterdam Ahoy. Foto Paul Barendregt
    • Saul van Stapele