Sterke economie, maar zorgen over Brexit en vrijhandel

Prinsjesdag Nederland staat er goed voor, blijkt uit de Miljoenennota. Maar het kabinet vraagt zich af hoe lang nog.

Het gaat economisch goed met Nederland, maar die vooruitgang staat wel onder druk van internationale ontwikkelingen als de Brexit. Dat blijkt uit de Miljoenennota 2019, die in handen is van NRC.

Het kabinet verwacht dat volgend jaar 95 procent van de huishoudens er in koopkracht op vooruitgaat. De economie groeit naar verwachting met 2,6 procent. De staatsschuld daalt het komende jaar verder, tot iets onder de 50 procent van het bruto binnenlands product (nog altijd ruim 400 miljard euro). Voor volgend jaar wordt het vierde begrotingsoverschot op rij voorspeld: 1 procent van het bbp, ofwel ruim 8 miljard euro.

Maar die „sterke fundamenten” zijn volgens minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) „geen garantie voor toekomstige voorspoed”. Hij wijst onder meer op de gevolgen van een ongunstige Brexit, de economische ontwikkelingen in Italië en Turkije en het oplaaiende handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China. Als die handelsoorlog escaleert en zich uitbreidt richting de EU, dan houdt het kabinet rekening met een inkomensverlies van 2 procent en dat 75.000 mensen hun baan kunnen verliezen in 2020.

Het ministerie van Justitie & Veiligheid reserveert de komende twee jaar ruim 50 miljoen euro voor het geval er geen gunstige Brexit-deal komt. Ook de marechaussee krijgt extra geld voor grensbewaking en extra controles als gevolg van de aanstaande Brexit. Als het niet lukt om een scheidingsakkoord met de Britten te bereiken, kan dat Nederland op de langere termijn 1 à 2 procent van het bbp kosten, denkt het kabinet.

Op dit moment wordt ongeveer 3 procent van het Nederlandse bbp verdiend aan handel met de Britten. Het wegvallen van de Britse EU-bijdrage levert nog een financieel probleem op: het kabinet reserveert 500 miljoen euro extra, omdat er een „reële kans” bestaat dat de uitgaven aan de Europese Unie hoger zullen uitvallen.

Kosten kabinetsbeleid

Met de eerste begroting van het kabinet-Rutte III is ook duidelijk hoeveel de plannen van de nieuwe coalitie gaan kosten. De veel bekritiseerde afschaffing van de dividendbelasting (in 2020) gaat een half miljard euro meer kosten dan oorspronkelijk verwacht – jaarlijks 1,9 miljard euro. Om dit te bekostigen verlaagt het kabinet de vennootschapsbelasting iets minder dan eerder was aangekondigd: niet van 25 naar 21 procent, maar (stapsgewijs) naar 22,25 procent. Dit levert ruim 680 miljoen euro op – genoeg om de duurdere dividendmaatregel te kunnen betalen.

Het dichtdraaien van de Groningse gaskraan in uiterlijk 2030, afgelopen voorjaar aangekondigd door minister Eric Wiebes (Klimaat, VVD), kost volgend jaar 300 miljoen euro. Dat bedrag loopt in 2023 op tot 1,5 miljard euro. Het kabinet wil dit financieren met „meevallers”, staat in de Miljoenennota. De uitgaven voor zorg en sociale zekerheid en de rentelasten op de overheidsschuld zijn komend jaar ruim 1,1 miljard lager dan verwacht.

Gat rechtspraak gevuld

Naar zorg gaat volgend jaar 79,7 miljard euro. Het kabinet is wel bezorgd over de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, na sociale zekerheid de grootste kostenpost. Alleen al in de huidige kabinetsperiode groeien de uitgaven met 16,7 miljard euro, een stijging die groter is dan de totale defensiebegroting. Op de lange termijn vormen de hoge kosten, samen met de vergrijzing, „een risico”, aldus het kabinet.

Het kabinet verwacht dat we in 2019 per persoon per jaar 1.432 euro betalen aan zorgpremie, dat is een stijging van ongeveer 10 euro per maand in vergelijking met dit jaar. De gemiddelde zorglasten per persoon zijn jaarlijks 5.490 euro. De zorgpremies worden in het najaar vastgesteld door de zorgverzekeraars, maar de voorspelling van het kabinet ligt daar meestal niet ver naast.

Op Justitie wordt het tekort van 40 miljoen euro bij de rechtspraak alsnog aangevuld door minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD). In 2017 en 2018 vulde Justitie het tekort ook al aan, maar voor 2019 moest de rechtspraak zelf gaan zoeken naar een oplossing, zei Dekker eerder. De tekorten komen door een mislukte digitalisering en een teruglopend aantal rechtszaken – de rechtspraak wordt per zaak gefinancierd.

Houdbaarheid

Het kabinet is bezorgd over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn. Het structurele begrotingssaldo – de verhouding tussen inkomsten en uitgaven geschoond voor conjuncturele mee- en tegenvallers – komt in 2019 uit op een tekort van 0,4 procent. Dat is nog maar net binnen de limiet van min 0,5 procent die Europese begrotingsregels stellen.

Het zogeheten houdbaarheidssaldo – dat een indicatie geeft of het rijk met het huidige beleid op lange termijn de sociale voorzieningen als zorg en onderwijs kan betalen – is ook negatief: min 0,4 procent, ofwel 3 miljard euro. Dat tekort zal verder oplopen, omdat de rekening van het Groningse gasbesluit er nog niet in is verwerkt. Gevolg zal zijn dat, bij ongewijzigd beleid, in de toekomst nieuwe bezuinigingen of lastenverhogingen nodig zijn.

Nog geen pensioenakkoord

Er is, zoals verwacht, nog geen akkoord over de pensioenen. In de Miljoenennota staat dat het kabinet erop „hoopt en vertrouwt” dat „op korte termijn samen met de partners de noodzakelijke stappen gezet kunnen worden”. Uit de tekst blijkt ook hoe moeizaam het tot nu toe gaat in het overleg met de vakbonden en werkgevers: „Na jaren van gezamenlijke probleemanalyse en gemeenschappelijk overleg is nu de tijd gekomen om samen ons pensioenstelsel klaar te maken voor de toekomst.”

    • een onzer redacteuren