Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Jaren hadden ze vele vrienden in Den Haag, nu zijn ze ieders favoriete vijand

Deze week: de nieuwe favoriete vijand van de Haagse politiek.

Ofwel: waarom de democratie lijdt onder een te invloedrijk grootbedrijf.

Het was tijdens het begrotingsoverleg in de coalitietop, vlak na de zomervakantie, dat Klaas Dijkhoff, de fractievoorzitter van de VVD, zijn mede-onderhandelaars overviel met een ideetje.

Aan zijn ongemakkelijke gezichtsuitdrukking konden coalitiepartners zien dat ook premier Rutte dit even niet zag aankomen.

Een pijnlijke stilte dreigde – en Dijkhoff doorbrak de spanning door losjes op te merken dat ze nu ook in de coalitie konden zien dat de VVD-top echt niet alles onderling afstemt.

Het beraad draaide die dagen om de kosten van de afschaffing van de dividendbelasting. Aanvankelijk had het kabinet berekend dat dit jaar 1,4 miljard euro dividendbelasting zou binnenkomen. Dit bleek een kleine 2 miljard te worden, en de begrotingsregels vergden nu dat Rutte III voor de dividendmaatregel niet de voorziene 1,4 miljard maar een gat van 2 miljard euro moest vullen.

Rutte wilde het betalen uit een meevaller in de inkomstenbelasting – maar geen coalitiepartner had nog behoefte om, na alle commotie over de dividendbelasting, geld van de burger naar het bedrijfsleven te sluizen. Dit was al veelzeggend.

In die context wierp Dijkhoff op de bankenbelasting te verhogen. Een idee waar links doorgaans mee komt. De bankenbelasting is volgens de financiële sector zeer slecht voor het vestigingsklimaat; hetzelfde vestigingsklimaat dat Rutte stelselmatig noemt als reden om de dividendbelasting af te schaffen.

Dus je kon dit kleine maar opmerkelijke voorval op twee manieren interpreteren. Er was de politieke kant: Dijkhoff, de enig overgebleven kandidaat voor Ruttes opvolging, die een steeds zelfstandiger positie tegenover de premier inneemt.

Minstens zo interessant was Dijkhoffs inhoudelijke keuze, die erop neerkwam dat de VVD de financiële sector – een zwaartepunt van de VNO-NCW-lobby – even niet meer beschermde.

Het laat zien hoe de maandenlange discussie over de dividendbelasting zijn sporen nalaat: het is uitgelopen op een public relations-drama voor de lobby van het grootbedrijf, die decennia bekendstond als de allerbeste van Den Haag.

Met Prinsjesdag en de algemene politieke beschouwingen voor de deur, loopt diezelfde lobby nu het gevaar de favoriete vijand van de politiek te worden.

Want ook op andere terreinen – tegenvallende loonontwikkeling, klimaatinvesteringen, de megaschikking van ING – leeft breed ongemak over datzelfde grootbedrijf.

Dus Rutte III mag een centrum-rechts kabinet zijn, het dividendplan mag het kabinet een werkgeversvriendelijk imago geven – de werkelijkheid is: het is lang geleden dat het grootbedrijf zo weinig goodwill in Den Haag overhad.

Tegelijk is over Rutte III een verwarrend beeld ontstaan. Aan de ene kant een stroom affaires met VVD’ers – Blok, Van Haga, Ten Broeke, deze week het nieuwe Kamerlid Aartsen, man met een ongemakkelijk Twitterverleden. Tekenend detail: een bekende VVD’er stuurde deze week een foto van hem rond: ‘Kwik-fit baliemedewerker?’

Aan de andere een stroom opiniepeilingen die laat zien dat al dit Haagse rumoer weinig beroering in het land wekt.

De trends komen bekend voor. Onder Rutte I vielen de politieke partners CDA en PVV steeds verder weg. Onder Rutte II overkwam de PvdA dit. Onder Rutte III ondergaan CDA en D66 een neerwaartse trend. (Alleen de CU onttrekt zich eraan.)

Het gevolg: terwijl de VVD veruit de grootste blijft in virtuele tussenstanden, zitten nu CDA en D66 gevangen in de wereld van Rutte. Breken is de kiezer uitnodigen op je eigen begrafenis. Blijven is je eigen neergang monitoren.

Ik heb zeker geen volledig inzicht in hoe CDA, D66 en CU zich volgende week positioneren. Maar hun verlangen naar afstand van Rutte en het grootbedrijf zal aanzienlijk zijn.

Zo heb je de klimaatdiscussie, die in het kabinet formeel nog loopt, maar in essentie draait om de vraag wie de extra inspanningen betaalt – de burger of het bedrijfsleven?

In Elsevier zei Buma deze zomer dat hij in die discussie „aan de kant van de gewone mensen” wil staan. In D66 ving ik op dat Pechtold, die Buma inzake klimaat scherp zal houden aan het regeerakkoord, op zoek wil naar een socialer profiel. Daar zeggen ze nu: de ruimte voor ons ligt op links.

En Bruins (CU) publiceerde laatst een initiatiefnota waarin hij het Rijnlandse model plaatst boven het Angelsaksische aandeelhouderskapitalisme – waarin de dividendmaatregel zijn basis vindt.

Dus de oppositie weet op voorhand wat haar te doen staat: als zelfs de coalitie zoveel afstand van het grootbedrijf (en Rutte) lijkt te nemen, is er voor niet-coalitiepartijen geen reden meer subtiliteit na te streven.

Twee andere factoren komen daarbij. CPB-cijfers wezen er in de zomer op dat de loonontwikkeling volgend jaar weer achterblijft bij de economische groei. En er is de megaschikking van ING inzake het faciliteren van witwassen.

Ook die thema’s lenen zich uitstekend voor aanvallen op het grootbedrijf, met dezelfde invalshoek: de gewone man wordt onderbedeeld, de grote jongens blijven buiten schot.

Ongetwijfeld zal de rechtse oppositie (en VVD en CDA) het hierbij niet laten. Zij zullen vooral ook culture thema’s uitspelen – het bekende rijtje van islam, immigratie, aanslagen, EU, nationale identiteit.

Maar ook voor de rechtse oppositie is een aanval op het grootbedrijf deze keer de beste manier om Rutte te raken. En zo tekent zich aan de vooravond van Prinsjesdag een ongemakkelijk scenario af voor de twee Haagse spelers die de politiek jarenlang hun wil oplegden: de premier en de werkgeverslobby.

Die hele afschaffing van de dividendbelasting wordt zo de ergste politieke pyrrusoverwinning in jaren. Zeker sinds Unilever deze week bekendmaakte dat niet-afschaffing van de maatregel voor het bedrijf financieel geen enkel probleem is.

De vraag is wel of politieke kritiek op Rutte en het grootbedrijf ook werkelijk iets verandert.

VNO-NCW voelt de bui allang hangen, en presenteerde afgelopen week niet voor niets een plan voor terugkeer van de sociale werkplaats met de SP (!). Ook bij minister Koolmees’ voorlopig vergeefse pogingen voor een pensioenakkoord stelden werkgevers zich soepel op.

Dat is de korte termijn. Voor de lange termijn verdient dit hele vraagstuk het type structuurdiscussie dat de politiek te vaak ontloopt.

Wereldwijd verliezen lokale regeringen greep op bedrijven die verder globaliseren. Overal dwingen deze bedrijven gunstige (fiscale) vestigingsclausules af door te dreigen met vertrek van hun hoofdkantoor. Tegelijk drukken zij de lokale loonkosten, mede met behulp van arbeidsmigranten.

Burgers zien ervan terug dat hun politici overmatig vriendelijk zijn om het grootbedrijf te behouden. Terwijl datzelfde grootbedrijf de inkomens van die burgers ook in tijden van groei drukt, intussen migratie stimuleert en zuinig reageert op maatschappelijke wensen – zie ook: klimaatpolitiek.

Iedereen kan zich bedenken dat deze structurele scheefgroei onhoudbaar is. De opkomst van anti-establishment partijen is echt geen toeval.

Dus Europese afspraken over beëindiging van belastingconcurrentie tussen overheden, debat over maximale omvang van bedrijven, verscherpte mededingingsregels – ook Nederland moet dat durven overdenken.

Omdat terugwinnen van de politieke invloed op het grootbedrijf nodig is voor de stabiliteit van westerse democratieën – ook onze democratie.

    • Tom-Jan Meeus