Geen milieuzone, maar toch geen parkeervergunning voor oude auto’s

Milieuzone Het nieuwe stadsbestuur schaft de milieuzone af, maar bezitters van oude auto’s krijgen hun parkeervergunning niet terug

Enkele honderden Rotterdammers krijgen geen parkeervergunning voor hun auto omdat deze voor juli 1992 gebouwd is en op benzine rijdt. „Een enorme tegenvaller”, aldus bestuurslid van de stichting Rotterdamse Klassiekers, Frank Hensen.

Hij had verwacht dat de gemeente na de zomervakantie weer parkeervergunningen zou uitgeven voor hun oude ‘Eendjes’, Mini’s en Saabs, omdat het pas aangetreden stadsbestuur besloot de milieuzone af te schaffen en hun auto’s weer toe te laten. „Het rare is dat we dus overal mogen rijden en parkeren. Alleen moeten wij in zones waar betaald parkeren ingevoerd is, veel meer betalen dan bezitters van nieuwere auto’s. Dat is niet eerlijk.”

Reden is volgens de woordvoerder van de wethouder die erover gaat, Judith Bokhove (GroenLinks) van mobiliteit een oude parkeerregeling. Deze is ingezet door wethouder Jeannette Baljeu (VVD) in het college dat de stad van 2010 tot 2014 bestuurde. Daarin staat dat de gemeente geen nieuwe vergunningen uitgeeft voor benzineauto’s van voor juli 1992.

„Dat was destijds de afspraak in het coalitieakkoord”, zegt Jan Willem Verheij, fractievoorzitter van de VVD in de gemeenteraad. „De VVD heeft deze regeling ingevoerd omdat andere partijen dat graag wilden. Maar ze was er zelf geen voorstander van.”

Volgens Hensen van Rotterdamse Klassiekers is deze regeling niet van toepassing op de meeste bezitters van oude auto’s. In hun geval gaat het namelijk niet om een nieuwe parkeervergunning. „Het gaat om herstel van de oude parkeervergunning die de gemeente van ze heeft afgepakt toen de milieuzone in 2016 is ingegaan. Dan is het geen nieuwe aanvraag.”

De boodschap dat de gemeente ondanks het afschaffen van de milieuzone geen nieuwe parkeervergunning verleent, komt hard aan bij bezitters van oude auto’s. „Ik weet niet of ik het nog kan betalen”, zegt eigenaar Suns Smit van een oude brandweerrode ‘Eend’. „Ik parkeer sinds een aantal maanden in een garage die 110 euro per maand kost. Ik moest hem daar wel neer zetten omdat er steeds ingebroken werd op het terrein buiten de milieuzone waar ik hem onbetaald kon neerzetten. Maar dat was onbewaakt. Als ik hem daar gelaten had, zou hij kapot gaan.”

Symboolpolitiek

Er moet zo snel mogelijk een einde komen aan deze oude regeling voor parkeervergunningen, vindt raadslid Aart van Zevenbergen van de SP. „Je pakt mensen met een kleine beurs hun auto af. Terwijl de uitstoot van die auto’s nauwelijks bijdraagt aan de luchtvervuiling in de stad.”

Volgens van Zevenbergen moeten de cruiseschepen die wekelijks aanmeren bij de Wilhelminapier geweerd worden. „De uitstoot van een zo’n schip staat gelijk aan die van 83.000 auto’s. Dus waar hebben we het over met die paar honderd oude auto’s? Dit is symboolpolitiek.”

Als de gemeenteraad niet in beweging komt om een parkeervergunning voor oude benzineauto’s weer toe te staan, volgt een nieuwe gang naar de rechter, zegt Hensen van Rotterdamse Klassiekers. „Ik dacht dat we dat gehad hadden. Maar wellicht moet het getouwtrek weer opnieuw beginnen.”

De woordvoerders van coalitiepartijen VVD en PVDA, Dieke van Groningen en Dennis Tak, zeggen met de wethouder in gesprek te willen om te kijken of het mogelijk is om de parkeervergunningen voor oude auto’s te herstellen of opnieuw uit te geven. In de vorige bestuursperiode hebben deze partijen zich consequent aan de zijde van de oldtimer-bezitters geschaard en noemden zij het verbod op deze auto’s in de milieuzone evenals de SP nu „symboolpolitiek”.

Oppositiepartij Leefbaar Rotterdam wil dat Bokhove de parkeervergunningen direct weer uitgeeft. „Rotterdammers worden benadeeld”, zegt raadslid Robert Simons. „Als je van buiten de stad komt kan je met je ‘Eend’ door Rotterdam sjezen, terwijl onze eigen inwoners hun oude auto moeten wegdoen omdat ze de parkeerkosten niet kunnen betalen. Op deze manier voer je de milieuzone weer in, maar dan op een andere manier.”

    • Lucette Mascini