Een werkweek van 48 uur is zeldzaam

Burn-outs bij jonge artsen

Eén op de vijf specialisten in opleiding kampt met klachten als slapeloosheid en rusteloosheid. „Er wordt veel van je verwacht.”

Vroeger hoefde de arts-in-opleiding na een lange dag niet nog langs de supermarkt, zegt Fardou Heida (29), bestuurslid van De Jonge Specialist Foto Kees van de Veen

Joanne Sierink (34) vindt haar werk de offers niet meer waard. Eind september stopt ze ermee.

Sierink is chirurg in opleiding aan het VUmc en werkt in het Zaans Medisch Centrum. Ze is net begonnen aan haar derde jaar. Om deze positie te bemachtigen, studeerde ze zes jaar geneeskunde, promoveerde ze en werkte ze een jaar als basisarts in het ziekenhuis. Sierink stopt vanwege de lange dagen. „Ik wil het leven dat bij dit werk hoort niet langer accepteren.”

Haar besluit is niet uitzonderlijk: één op de tien artsen in opleiding tot specialist (aios) geeft er vroegtijdig de brui aan, blijkt uit recent onderzoek. En één op de vijf kampt met ‘burn-outklachten’ als slapeloosheid en uitputting, bleek deze week uit onderzoek van belangenvereniging de Jonge Specialist. In 2015 was dat nog 15 procent.

Acht uur overwerk

Wat maakt het werk zo zwaar? Volgens het boekje duurt een werkweek voor een arts-in-opleiding 48 uur, maar in de praktijk is het meestal meer. Uit het onderzoek van de Jonge Specialist blijkt dat de aios gemiddeld acht uur per week overwerkt.

Dat ligt deels aan de voorbereiding en administratie, zegt Sierink. Haar officiële werkdag begint om 7:45 en duurt tot 18:00 uur, maar ze is er vaak om 7:00 uur om voor te bereiden. „En dan zijn er nog de weekend- en nachtdiensten.”

Ze wist van tevoren dat het zwaar zou worden. „Maar als je het ervaart, weet je pas welke impact het werk heeft – zeker met een jong gezin. Het hoge burn-outpercentage verbaast mij niet, al lukte het mij wel alle ballen hoog te houden.”

Ze maakte geen afspraken meer na haar officiële werktijd, want die moest ze bijna altijd afzeggen omdat de dag uitliep. Haar kinderen naar de crèche brengen kon nooit, ophalen lukte een enkele keer.

Ze had deze baan willen houden als de werkweken minder lang waren geweest, zegt ze. „Goede mensen stoppen door hoe het vak is ingevuld.” De oplossing? Niet eenvoudig, zegt ze. „Te veel mensen inroosteren leidt tot hogere zorgkosten. Het handhaven van de arbeidstijdenwet is denk ik een goed begin.”

Sierink ziet gespannen en overprikkelde collega’s geregeld uitvallen tegen anderen. „Het kan moeilijk zijn als er veel van je wordt verwacht.” Zoals donderdag, tijdens een dienst van 8:00 uur tot 22:00 uur. „Ik had een gesprek met een patiënt en er kwamen zes telefoontjes tussendoor. In mijn zak zat een lange lijst met dingen die nog geregeld moesten worden. Bellen met een huisarts, bellen over een echo en bij een operatie assisteren.”

Lees over het onderzoek van de branchvereniging de Jonge Specialist: Fors meer burn-outs bij arts in opleiding door overwerk

Die werkdruk was voor Sierink echter niet de reden om te stoppen. Je moet het „spel” van het ziekenhuis beheersen, zegt ze. „Iedereen heeft het druk en probeert taken af te houden.” Wie daar goed in is, ervaart minder spanning.

Geen baangarantie

NRC sprak voor dit artikel behalve met de vertrekkende Sierink met vier andere specialisten in opleiding over de werkdruk. Zij willen anoniem blijven. „Je opleider is ook degene die ervoor kan zorgen dat je na afloop een baan krijgt”, zegt een aios van 31. „Je wilt niet te boek staan als zwakkeling.”

De jonge artsen beschrijven hectische dagen en een onzekere toekomst: er is geen baangarantie. Een dertiger die wordt opgeleid tot gynaecoloog kreeg een burn-out waardoor ze een jaar niet volledig kon werken. „Als ik een brief schreef naar de huisarts over een patiënt, las ik die drie keer om te kijken of de komma’s goed stonden. Ik stak onevenredig veel tijd in administratief werk en voorbereiding.”

De vrouw had niet door dat er een probleem was totdat ze helemaal uitviel. „Ik barstte op de werkvloer in huilen uit, ik weet niet eens meer waarom.” Dat was een reden om met de leidinggevende te gaan praten. „Ik sliep toen al een poosje slecht en voelde me gespannen.”

We doen het onszelf ook een beetje aan, zegt een 33-jarige gynaecoloog in opleiding die weken thuis bleef vanwege spanningsklachten. „We willen goed zijn in wat we doen, maar we willen ook dat gezin, die hobby’s en dat sociale leven. Je moet prioriteiten stellen en toch de opleiding een aantal jaar centraal stellen.”

Onze bazen hebben veel harder gewerkt dan wij, zegt Joanne Sierink. „Voor hen was er geen arbeidstijdenwet.” Dat verschil maakt het lastig om de uren bij hen aan te kaarten.

De vergelijking tussen vroeger en nu gaat vaak mank, zegt Fardou Heida (29), bestuurslid van De Jonge Specialist en gynaecoloog in opleiding. „Dat waren tijden met veel éénverdieners.”

De partner regelde het huishouden en de arts-in-opleiding hoefde niet eerst nog langs de supermarkt na een lange dag. Heida benadrukt dat zij zelf geen klachten ondervindt.

Er komen andere tijden aan, merkt de gynaecoloog in opleiding van 33. „Bij leidinggevenden onder de vijftig krijg je sneller begrip als je ‘nee’ zegt.”

    • Kim Bos