Opinie

    • Auke Kok

‘Dertig euro!’ Peter Heerschop moet zijn broek laten zakken

Het woordje ‘nog’ ligt er op een pluchen kleedje. Het rolt er over het biljart. Het vliegt er naar het dartsbord aan de muur. Hangt in omgekeerde koperen potten die dienst doen als lampen aan het plafond. ‘Nog’. In Café Gijs de Rooy is het er nog. Wat elders in Amsterdam in rap tempo bezig is te verdwijnen in de allesverbrander van het moderne leven, leeft voort in de Javastraat. Daar, in de Indische buurt, staat nog echt zo’n ouderwets bruin café waar de mensen nog jenever drinken. Hele gewone buurtbewoners die er lekker even uit zijn met z’n allen. Die helemaal zichzelf zijn en misschien zijn ze wel het toppunt van zichzelf nu Peter Heerschop op een stoel klimt.

„Hé, Peter, waarom sta jij op een stoel?”

Roepen wat in je opkomt, nog helemaal zoals het vroeger was.

Cabaretier Heerschop zal als veilingmeester optreden ten bate van KiKa, de stichting die fondsen werft voor onderzoek naar kinderkanker.

Dat wist de roeper best, maar de leukste thuis zijn, dat kan hier nog. En dan in de beste traditie van de bruine kroegen als eerste ontzettend hard om je eigen grap gaan lachen: hier komt het voor, nog helemaal authentiek zoals op de Dappermarkt verderop.

Na het door iedereen gedeelde schaterlachen volgt: „Vijftien euro voor je broek!”

„Als je wist wat er in mijn broek zat, dan bood je het dubbele.” Heerschop, duidelijk geen stamgast, laat zich niet kennen. Hij hoopt met de veiling van shirts, tassen, jassen, restaurantbonnen, flessen sterke drank te kunnen beginnen. Nog even niet.

„Dertig euro!” Peter moet zijn broek laten zakken.

Zo spontaan, zo heerlijk direct zie je het nergens meer. De Indische buurt zag de havenarbeiders vertrekken. Ze zag de betere middenstand verhuizen naar Almere. Ze zag er achtereenvolgens migranten, drugshandelaren, witwassers en jonge hipsters voor in de plaats komen. Maar Café Gijs de Rooy bleef wat het al sinds de opening door Gijs de Rooy senior in 1947 was. Een café waar de mensen je naam kennen.

Iemand moet snel foto’s komen maken, want hier zie je nog van die echte geblondeerde vrouwen die ‘doe mij nog maar een kleintje pils, schat’ zeggen terwijl ze tussen twee gestrekte vingers filtersigaretjes vasthouden. Antropologen moeten de mannen komen vastleggen, zoals ze hier nog onvervalst met de ene hand in de zak en de andere aan de mond „Zak-ken! Zak-ken!” staan te roepen.

„Vijftig euro!” „Negentig!”

Peter houdt zijn broek aan en toch slaagt hij erin de spullen die op het biljart liggen uitgestald aan de man te brengen. Duizenden euro’s erbij voor de zielige kinderen met kanker. Dat heb je met die ouderwetse mensen. Ze schreeuwen en gieren, ze hebben nog grote hoeveelheden contant geld op zak en dat moet op. De mensen zijn hier nog vrijgevig en als je je niet laat afschrikken door klassieke termen als vuile neger en vieze Turk, eigenlijk reuze aardig.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok