Brieven

Illustratie Cyprian Koscielniak

In NRC viel veel ellendigs te lezen over de sfeer binnen de Leidse Studenten Vereniging ‘Minerva’, oftewel het Leidse corps. (Alles moet anders bij ‘verstikkend’ Minerva, 10/9). Eerder al ging het over rotte vis in slaapkamers tijdens de ontgroening in Delft, dubieuze lijstjes in Groningen, een ‘cultuur van fysiek geweld’ in Rotterdam en gevarieerde ontgroeningsmisstanden bij het Utrechtse vrouwencorps, de UVSV.

Alleen het ongemengde Utrechtsch Studenten Corps kwam de laatste jaren niet in opspraak.

Dat de LSV in de problemen zit, is op zich niet erg. We zijn allemaal jong geweest en het Leidsche Studenten Corps werd pas in 1839 opgericht, om nog maar te zwijgen van de fusie en naamsverandering in 1974. Naakt door de sociëteit rennen en bier door bilnaden van onze toekomstige ambassadeurs en ministers laten stromen, zoals beschreven in het artikel – het hoort er allemaal bij, zeker in Leiden.

Het zijn fases – maar wel fases die je beter overslaat als je het landsbelang voorop stelt. Is het daarom niet een idee de leiding van het Leidse corps zolang als nodig in handen te leggen van een corps dat zo oud is dat het nooit opgericht hoefde te worden? Van een corps dat sui generis ontstond, in 1636 bij de start van de Universiteit Utrecht? Kortom, is het niet voor alles en iedereen het beste om de leiding van de LSV voorlopig over te dragen aan Rector et Senatus Veteranorum van het Utrechtsch Studenten Corps?

Binnen het USC wordt niet vaak gesproken over wat er gaande is ‘achter Woerden’, behalve natuurlijk als het daar ontspoort. Dan biedt het USC waarschijnlijk de beste oplossing. Dat Leiden een tijd geen eigen bestuur zal hebben wordt nog lastig, maar als de LSV zich bij het USC meldt voor therapie wordt dat bepaald niet sine regno. Want het USC zal zijn als een vader die kastijdt met tranen in de ogen, net zo lang tot de LSV-leden weer verder kunnen zonder zich aan lantaarnpalen te hoeven vastklampen.

Te denken valt ook aan een uitwisselingsprogramma waarbij LSV-leden een paar weken meedraaien in een USC-huis om weer eens mee te maken wat dat is, een streng corvee-schema; om te ervaren hoe dat slaapt, met Hoe hoort het eigenlijk van Amy Groskamp-Ten Have op je nachtkastje; om weer eens vroeg op te staan en dan eerst een zuur kwartiertje gymnastiek op het balkon.

In Leiden wordt nu gedacht aan ‘meer cultuur’ – maar wat als die is opgelost in jenever? Wat was dat ook alweer, cultuur? Dan ben je blij dat er nog een corps bestaat waar kunst meer waarde heeft dan bier en waar beschaving belangrijker is dan bitterballen. Niet veel, maar toch.


reünist USC en auteur van Placet hic Requiescere Musis 1816-2016.
    • ---