Beelden waar de gemeente van af wil

Foto: Walter Herfst

Bij mij in de buurt werden de beelden schoongemaakt. Een paar pubers gingen dan aan de slag met water en zeep, je zag hoe groene aanslag onder hun geschrob langzaam weer verdween. De beelden werden ook onderhouden. Diezelfde jongens plakten kleine, glazen mozaïeksteentjes terug op plekken waar ze eruit waren gevallen. Dat deden ze bijvoorbeeld bij ‘de zeemeermin’, mijn favoriete beeld dat hier op de foto staat – en dat het nogal saaie plein waar ik elke week mijn boodschappen haal helemaal opfleurt. Ze deden het ook bij ‘de grote rode vrouw met haar drie honden’, een plein verderop. Na het schoonmaken en bijplakken hielden ze vaak nog een voetbaltoernooitje. Voor hun werk kregen ze altijd wat geld. Dat kwam van de deelgemeente.

Maar de deelgemeenten werden vier jaar geleden afgeschaft. Sindsdien heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor alle door die deelgemeenten in de openbare ruimte geplaatste beelden. En voor het onderhoud daarvan is weliswaar geld, maar in totaal is dat niet meer zoveel als eerst.

Dus zijn er keuzes gemaakt: alle gemeentelijke beelden zijn ingedeeld in drie categorieën. Er zijn nu topwerken, A-werken en een derde soort: beelden waarvan er wel meer zijn, die artistiek als ondermaats zijn beoordeeld of waar wat mee is, zoals mozaïeksteentjes die wel eens loslaten. Beelden kortom, die niet langer worden onderhouden en waar de gemeente op termijn vanaf wil.

Zoals de zeemeermin op het Eudokiaplein en de grote rode vrouw met haar honden aan de Isulindestraat. Zoom in op de foto van de zeemeermin en je ziet het: missende steentjes, verschoten kleuren.

Zelf ziet hij het elke dag, want Chris Ripken (62), de maker, woont tussen zijn beelden: City Art Rotterdam, zijn atelier annex werkruimte, ligt om de hoek van het Eudokiaplein. Wie hier rondwandelt, komt veel meer werk van hem tegen: het resultaat van dertig jaar beelden maken voor de buitenruimte. Soms in opdracht van particulieren (‘Jut en Jul’, de twee ook met glasmozaïek bezette ram-palen op de stoep voor juwelier Van Willegen aan de Schiekade), vaker voor woningcorporaties en de deelgemeente: de zeemeermin, de rode vrouw. En, indertijd spraakmakend: ‘Vrijheid van Meningsuiting’ aan de Heer Bokelweg uit 2006, naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh.

Een vervelend gastje

Chris Ripken is geboren in Rotterdam, zijn moeder kwam uit Duitsland („En geloof me, dan voel je je niet echt een Rotterdammer”). Hij groeide op in Afrika en, vanaf zijn twaalfde, in Brabant en Limburg. De middelbare school maakte hij niet af („Ik was niet te handhaven in die tijd, een vervelend gastje”), maar de kunstacademie voltooide hij wel. Daarna gaf hij kunstlessen in de gevangenis: „Op gewone scholen voelde ik me niet thuis, onder moeilijke mensen wel.” Terug in zijn geboortestad, midden jaren tachtig, ging hij de schotten beschilderen waar de huizen van de stadvernieuwing mee waren dichtgetimmerd. Gaandeweg werd hij bekender en kreeg hij opdrachten: „Ik werd een soort buurtkunstenaar in Noord.”

Want daar kwam alles samen: hij begreep de jongens om hem heen die zich nergens echt thuis voelden, de school niet afmaakten en het slechte pad op dreigden te gaan. En hij betrok ze bij wat hij deed, sterker: dat hij ging werken met glazen mozaïeksteentjes kwam ook doordat je wel wat hulp kunt gebruiken als je daarvan een paar duizend één voor één op een beeld plakt.

De effecten: ouders die trots waren op kinderen die een beetje eerlijk geld verdienden, doorgaans onhandelbare jongens die al doende zich ergens op leerden concentreren. En die door de beelden hun woonomgeving leerden waarderen, in plaats van er vernielingen aan te willen richten. Chris Ripken: „Als je met kunst bezig bent, ervaar je dat kwetsbaarheid geen aanleiding is om iets kapot te maken, maar juist om ervan te genieten.” Het waren misschien druppels op een gloeiende plaat, tegelijk: „Ik ken best veel jongens die je nu opener aankijken dan eerst.”

Dat waren de effecten van het samen maken. Er waren ook de effecten van de beelden zelf. Chris Ripken: „Het beeld van de grote rode vrouw met haar honden staat tegenover een moskee. Dat is expres: nu heb je daar een balans tussen mensen die in kunst wat zien en mensen die in de profeet wat zien. ” Een ander effect: vrolijk makende beelden gaan verloedering tegen.

Maar als de beelden zelf worden verwaarloosd, dan werkt dat als een olievlek: verloedering wekt verloedering op. En dat zou zomaar kunnen gebeuren met de zeemeermin.

Kan het ook anders?

Siebe Thissen denkt van wel. Hij is hoofd van de BKOR, de dienst die verantwoordelijk was voor de indeling in drie categorieën. De gemeente, zegt hij, „zorgt voor meer beelden dan ooit in de openbare ruimte”, waarschijnlijk zo’n zeshonderd van de pakweg duizend beelden in de stad. De andere vierhonderd zijn in handen van scholen, ziekenhuizen of bedrijven. Siebe Thissen: „We hebben bij het maken van de indeling gekeken naar de aantrekkelijkheid van de stad als geheel. Er moeten altijd weer nieuwe beelden bij kunnen komen – en niet alle beelden hoeven eeuwig te blijven staan. Maar dat de gemeente afscheid wil nemen van een aantal beelden, betekent nog niet dat ze weg hoeven. Ze kunnen ook worden geadopteerd of onderhouden met hulp van sponsors of door bewoners van de buurt. Daar zien we nu diverse voorbeelden van.”

Dus eindigt dit verhaal met een oproep: beste bedrijven en inwoners van Noord, kunnen we de zeemeermin zien te behouden?

    • Gretha Pama