Opinie

10 jaar na Lehman

Laat de wereld niet weer een crisis in slaapwandelen

Nederlandse banken zijn kleiner dan tien jaar geleden bij het uitbreken van de financiële crisis. Ze hebben een einde gemaakt aan sommige riskante activiteiten. Ze letten beter op gevaarlijke financiële producten. Kapitaalbuffers zijn verhoogd. De bankiers beloven nu plechtig met een eed dat ze zich netjes gedragen. Er zijn kortom serieuze stappen gezet om banken meer in dienst te stellen van de maatschappij dan andersom. Economisch gaat het bovendien weer voor de wind waardoor de crisisjaren van na 2008 definitief achter ons lijken te liggen.

Schijn bedriegt. Er zijn nog angstaanjagend veel problemen niet opgelost. Never waste a good crisis, is het politieke cliché. Maar helaas is dat, althans voor een deel, toch gebeurd. De banken zijn nog steeds onvoldoende gekapitaliseerd en de onderliggende economische zwaktes die de vorige crisis veroorzaakten zijn niet verdwenen, soms zelfs erger geworden. Er zijn niet altijd eenvoudige oplossingen, maar dat mag politici, toezichthouders en vooral financiële instellingen zelf er niet van weerhouden om meer te doen om een nieuwe crisis te voorkomen, of ten minste te verzachten.

Allereerst de banken zelf. In Europa blijven kapitaalbuffers van grote banken achter bij die in de Verenigde Staten, goeddeels door de effectieve lobby van bankiers. En, zoals de recente schikking van ING met justitie laat zien, toezichthouders hebben nog steeds te weinig zicht op wat zich bij banken achter de voordeur afspeelt. Een probleem in 2008 was dat de banken zo groot waren dat een faillissement zou leiden tot enorme maatschappelijke ontwrichting. Ze waren too big to fail en moesten dus gered worden met vele miljarden euro’s publiek geld. Daarom is na de crisis werk gemaakt van het idee dat banken zichzelf moeten kunnen redden. Die gedachte is alleen nooit helemaal afgemaakt.

Er is in Europa inmiddels een zogeheten Single Resolution Fund waar banken zelf verplicht geld in storten. Maar er is brede consensus dat de inhoud daarvan (nu zo’n 25 miljard euro) niet toereikend is voor het redden van banken bij een domino-effect zoals in 2008. Een publiek vangnet blijft nodig.

Het feit dat de belastingbetaler uiteindelijk toch de problemen van bankiers gaat opvangen, betekent dat de bankensector nog steeds geen functionerende vrije markt is en dus strenge regels behoeft – anders dan de deregulering suggereert die nu in de VS gaande is. In Nederland zijn de banken dan flink kleiner geworden maar sommige Amerikaanse en Chinese banken zijn juist sterk gegroeid de laatste tien jaar. Als mega-instellingen als JPMorgan, HSBC of Bank of China in de problemen komen, ligt herhaling van 2008, of erger, op de loer. Banken blijven te belangrijk om alleen aan bankiers over te laten.

Dan de economische omstandigheden. De groei van de productiviteit blijft wereldwijd achter. In plaats daarvan blijft de wereldeconomie leunen op schulden, een belangrijke ingrediënt van de vorige crisis. Volgens een recent rapport van het Institute of International Finance (IIF) is de totale wereldwijde schuld (overheden, huishoudens, bedrijven, en financiële instellingen) nu 247.000 miljard dollar, zo’n 40 procent meer dan vlak voor het faillissement van Lehman Brothers.

Het huidige monetaire beleid suggereert daarnaast dat we nog in de crisis zitten. De rentes zijn ultralaag en de centrale banken in Europa en Japan blijven staatsschuld kopen. Wat kun je een patiënt nog meer geven als die al aan de beademing, het infuus en de hartmachine ligt? De hoge schulden in combinatie met lage rentes en de nooit eerder vertoonde ‘geldschepping’ maken de wereldeconomie erg kwetsbaar voor nieuwe schokken. De laatste tien jaar zijn internationale geldstromen door digitalisering bovendien alleen maar sneller en complexer geworden. De wereld mag niet een volgende crisis in slaapwandelen, zoals nu dreigt te gebeuren.

De gevolgen van de bankencrisis gaan veel verder dan alleen de schade aan het financiële stelsel. Vertrouwen in het liberale, open politieke systeem heeft een dreun gekregen. Pijnlijk zichtbaar werd na 2008 hoe de veroorzakers van de crisis, de allerrijksten, zichzelf uit de wind hielden voor de gevolgen. De onvrede over de sterk gestegen inkomensongelijkheid na de crisis voedt demagogische populisten die hun heil zoeken in het optrekken van muren en het beëindigen van internationale samenwerking. En dat terwijl juist samenwerking cruciaal is voor het adequaat opvangen en verzachten van een onvermijdelijke volgende crisis.

Het wegnemen van de gistende onvrede over de oneerlijkheid van de vorige crisis is de meest prangende politieke taak van deze tijd.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.