We zijn beter te manipuleren dan ooit

Dossier nepnieuws: Essay Bas Heijne Verdraaiing van de feiten is niets nieuws en we zijn nog steeds in staat van mening te veranderen. Maar het idee dat waarheid een kwestie van perspectief is, heeft wel de wereld veroverd.

Illustratie Lynne Brouwer

Opportunistisch? Onbenullig? Opmerkelijk was het in elk geval, het interview dat NPO-directeur Frans Klein onlangs aan de Volkskrant gaf. De omroepbaas verweerde zich tegen de kritiek op zijn budgetkortingen op gerespecteerde journalistieke programma’s, zoals Tegenlicht, Brandpunt +, Zembla en Andere Tijden. Verzaakte hij niet een kerntaak van de publieke omroep – informatie en duiding?

Klein toonde zich unapologetic. Er moet gewoon een breder en jonger publiek bereikt worden. „Weet je wat me opvalt? Journalisten zijn aartsconservatief. Andere programmamakers zijn sneller bereid zich aan te passen, vinden dat een uitdaging. Bij journalisten kom je vaak terecht in discussies.”

Op de vraag waarom EenVandaag op NPO1 moet plaatsmaken voor een dramaserie, antwoordde Klein: „Het stoort me dat bepaalde journalisten met dédain spreken over drama. Het is dé manier om eigentijdse verhalen te vertellen. (…) Kijk naar de serie House of Cards, over machinaties in de Amerikaanse politiek. Via Nieuwsuur zouden nooit zoveel mensen daarmee in aanraking zijn gekomen.”

Wil je weten wat in onze cultuur aan het bewegen is, dan heb je aan dat gesprekje genoeg. In alles wat de man zegt, ademt hij de tijdgeest. Ten eerste: de notie dat feitelijke journalistiek niet meer van deze tijd is. Ten tweede: nieuwsgaring en duiding zijn in handen van een kliek die het zo mogelijk nóg beter met zichzelf heeft getroffen dan Klein zelf. Een aartsconservatieve groep bovendien, met wie je voor je het weet terecht komt „in discussies”.

Ten derde: een gedramatiseerde werkelijkheid brengt ons dichter bij de wereld om ons heen dan feitelijke verslaggeving. Emotionele betrokkenheid gaat boven beschouwende inzichtelijkheid.

De interviewer sputterde nog dat er een wezenlijk verschil is tussen een programma als Nieuwsuur, dat echte schandalen onthult (zoals afgelopen week) en House of Cards. Klein: „Journalistiek is ons belangrijkste domein, dat zullen we nooit loslaten.”

Echt, met zulke pleitbezorgers heb je geen Russische trollen meer nodig. Als het gaat over onze zogenaamde post-truth-samenleving, die zou worden beheerst door nepnieuws en alternatieve feiten, wordt meestal volautomatisch naar boosdoeners Trump en Poetin verwezen. Met ontzetting worden de cynische trucs beschreven waarmee zij feiten verdraaien, ontkennen en ons geloof in een gedeelde waarheid onderuit halen. Maar het gesprekje met de Nederlandse omroepbaas laat zien hoe wijdverbreid de notie is dat fictie ons meer zegt dan de ‘feiten’. Voorheen zou een dramaserie als vermaak worden gezien. Oké, een hele goede dramaserie als kunst. Maar nooit als het betere journalistieke alternatief.

Kleins woorden veroorzaakten beroering. Gehoond werd de „debilisering” van de publieke omroep. Maar verontwaardiging, hoon en spot zullen de opvattingen van een man als Klein niet doen wankelen. Eerder zal hij zich bevestigd zien: een krimpende groep „weldenkenden” die er schande van spreekt dat niet alles bij het oude blijft, terwijl een groot deel van de samenleving het allemaal heel anders beleeft. Een samenleving waarvan een flink deel ook nog een groeiend wantrouwen tegen de gevestigde journalistiek koestert.

Post-truth

Dit zijn de parameters van het debat over het post-truth-tijdperk. Het gaat om emotie tegenover ratio, beleving en feitelijkheid, maar ook om ‘elite’ tegenover ‘het volk’, om macht en miskenning. Dat al die tegenstellingen makkelijk verward raken, maakt dat het debat over nepnieuws zo oververhit is geraakt. Het gaat niet om een tendens in de huidige cultuur, aangezwengeld door nieuwe technologie. Het gaat om een strijd tegen het kwaad, waarbij iedereen naar elkaar wijst.

Die geest ademt ook The Death of Truth, het boekje dat Michiko Kakutani, voormalig boekenrecensent van The New York Times, onlangs publiceerde. Hierin betreurt ze het afsterven van het idee van de waarheid, maar het gaat vooral ook over Donald Trump en de Russen. Al in haar eerste alinea haalt ze The Origins of Totalitarianism (1951) van Hannah Arendt aan, waarin de filosoof stelt dat totalitaire regimes er bewust op uit zijn het onderscheid tussen feit en fictie op te heffen. Het gaat hen er niet om de waarheid door de leugen te vervangen, maar het hele idee van een waarheid onderuit te halen, zodat „niets waar is, en alles mogelijk is”.

Bekijk ook onze video over deepfakes, de manipulatie van videobeelden:

Dat de kwade trouw van Trump, Russische trollen, en websites als Infowars en Breitbart ruim baan krijgt, komt volgens Kakutani omdat wijzelf hun bedje hebben gespreid. We zijn door-en-door narcistisch geworden, aangemoedigd om onszelf als middelpunt van alles te zien (selfie-cultuur!). Waar is wat we voelen – en alles wat die waarheid in twijfel lijkt te trekken zien we als een leugen, of iets wat ons dwarsboomt. Door nieuwe technologie en de opkomst van sociale media heeft een verkaveling van het maatschappelijke debat plaatsgevonden – in plaats van vrije uitwisseling van argumenten is er groepspolarisatie. Vrijwel elke discussie, zeker online, is een discussie tussen doven. Ook hier gaat het meer om het uiten van emotie dan om het verkrijgen van inzicht.

Ook gelooft Kakutani dat het postmodernisme dat de universiteiten zo lang in z’n greep had, naar de massa is overgeslagen – en van links naar rechts. Linkse academici zijn volgens haar zo ijverig bezig geweest om de ‘waarheid’ als een constructie te ontmaskeren en de ‘structuren’ daaronder bloot te leggen, dat ze niet beseften dat ze een monster baarden: relativisme.

Kakutani: „Het relativisme neemt al toe vanaf het begin van de cultuuroorlogen in de jaren zestig. In die tijd werd het omarmd door Nieuw Links, dat erop was gebrand de bevoordeelde aannames in het westerse, burgerlijke, door mannen gedomineerde denken te ontmaskeren; en door academici die het evangelie van het postmodernisme verkondigden, dat beweerde dat er geen universele waarheden zijn, alleen kleinere, persoonlijker waarheden (…) Sindsdien zijn relativistische argumenten gekaapt door populistisch Rechts, onder wie creationisten en klimaatontkenners die erop staan dat hun gezichtspunten onderwezen worden naast ‘science-based’ theorieën.”

Een onheilige drie-eenheid dus: relativisme, narcisme en schaamteloze subjectiviteit. Wanneer het idee van de waarheid louter een kwestie van perspectief blijkt te zijn, dan kan iedereen zijn eigen waarheid maken.

Linkse academici reageren als door een wesp gestoken op zulke kritiek – het postmodernisme is echt meer dan relativisme; dat de „waarheid” een construct is, betekent nog niet dat er geen feiten zijn. Eén recensent van Kakutani’s essay merkte op dat het hem sterk leek dat Trump een Derrida-adept zou zijn.

Nee, maar het is een feit dat voor Trump-fluisteraar Steve Bannon deconstructie en destructie zo ongeveer synoniem zijn. Bovendien wordt het ‘post-moderne’ argument gretig gebruikt door extreemrechtse ideologen als de Rus Alexandr Doegin, een van de lievelingen van de alt-right-beweging. In het gesprek dat ik met hem had voor de documentaire-reeks Onbehagen (VPRO/Human), verkondigde hij met een twinkeling in zijn ogen dat ieder volk zijn eigen cultuur en dus ook zijn eigen waarheid bezat.

Als het over culturele waarden gaat, is dat nog te volgen. Voor de Hongaarse premier Orbán zijn liberalisme en universalisme de aartsvijand van de Hongaars-christelijke cultuur. Maar Doegin beschouwt bijvoorbeeld ook de toedracht van de aanslag op lijnvlucht MH17 als een kwestie van perspectief. „U heeft uw westerse waarheid. Wij hebben de Russische waarheid.”

Die waarheid, dat weet de man heel goed, werd vroeger een leugen genoemd. Het postmodernisme wordt door zulke agitatoren louter gebruikt als excuus om feiten aan het zicht te kunnen onttrekken.

Sentimentele illusie

Het moment dat we ervan overtuigd raken dat het idee van een te achterhalen waarheid uit de wereld is verdwenen, hebben Doegin en zijn geestverwanten ons waar zij ons willen hebben. Hun denken is allesbehalve postmodern, maar zuiver machiavellistisch. Zij willen ook helemaal niet dat het Westen zijn eigen waarheid koestert, zij willen de westerse democratie vernietigen.

Dat mensen voor waar houden wat ze willen geloven is zo vaak door onderzoek aangetoond, dat het een open deur is geworden. Nuchtere critici van het nepnieuws-fenomeen stellen ook dat er niets nieuws onder de zon is, mensen hebben altijd geprobeerd de waarheid te verdraaien. Mensen hebben door de geschiedenis heen de meest grove leugens en verdraaiingen voor waar gehouden.

Ik denk, anders dan Kakutani, niet dat het idee van de waarheid stervende is. Het idee dat mensen vroeger rationeel waren en dat er een consensus was over wat waar was en wat niet, is een sentimentele illusie. Toegeven dat jouw partij het mis heeft, is, net als vroeger, het moeilijkste wat er is. Denk aan hoe lang het duurde voordat fellow-travellers de ware aard van het sovjetcommunisme onder ogen konden zien. Denk aan hoe gretig een massamoordenaar als Stalin in het huidige Rusland weer wordt omarmd als een vader des vaderlands.

Wat veranderd is, is dat we tegenwoordig zo ontzettend goed weten hoe irrationeel we zijn. We weten steeds beter hoe ons brein werkt, hoe impulsief onze geest kan zijn, hoe emotionele beleving een scheef beeld van de werkelijkheid kan opleveren. Vandaar al die boeken over hoe we geneigd zijn dingen verkeerd in te schatten, zoals The Perils of Perception van de Britse onderzoeker Bobby Duffy. Dat we dingen vaak verkeerd interpreteren, stelt Duffy, ligt net zozeer aan de manier waarop we denken, als aan wat anderen ons wijsmaken. „We kunnen niet alleen de media, sociale media of politici de schuld geven van onze misvattingen.”

Mensen hebben door de geschiedenis heen de meest grove leugens en verdraaiingen voor waar gehouden

Bovendien: onze emoties bepalen deels onze perceptie – en verschaffen ons dus waardevolle aanwijzingen over wat ons zorgen baart, waar we bang voor zijn. Ook al trekken we verkeerde conclusies, stelt Duffy terecht, dan nog is dat geen reden om dat af te doen als achterlijk.

Kakutani’s voorstelling van een partij van de rede die bestookt wordt door krachten die alles op alles zetten om die rationele blik op de wereld te ondermijnen, is dus een karikatuur. Het probleem is juist dat we beter dan ooit beseffen dat de waarheid vele kanten heeft, dat het duiden van de werkelijkheid vooral een kwestie van interpretatie is. Het is te makkelijk om postmodernisten daarvan de schuld te geven, zij zijn slechts de boodschappers.

We weten veel meer dan vroeger over de wereld, maar juist die onbehapbare hoeveelheid abstracte kennis zorgt gemakkelijk voor een implosie in je hoofd, waardoor je terugvalt op gemakkelijk te verteren interpretaties van gebeurtenissen. En: wanneer je net een filmpje op je telefoon hebt gezien van iemand die met grof geweld in elkaar wordt geslagen, is het lastig te accepteren dat de misdaadcijfers dalen.

Volautomatische verdachtmakingen

Die onzekerheid, die twijfel, zijn makkelijk te misbruiken. Een recent rapport toont aan dat Russische trollen twijfel proberen te zaaien over het nut van vaccinaties – emoties die al bestaan, worden gevoed met nepnieuws en samenzweringstheorieën.

Ikzelf weet ook weinig uit de eerste hand over vaccinaties of de opwarming van de aarde, om een paar hete hangijzers te noemen. Ik vertrouw op de wetenschap. Maar juist dat vertrouwen is nu heel gemakkelijk te ondermijnen door de suggestie dat die wetenschap ook ‘de waarheid’ niet in pacht heeft – en ook gestuurd wordt door allerlei verborgen belangen. Juist dat gebied tussen vertrouwen en weten is een ideologisch slagveld geworden.

Je ziet het, ironisch genoeg, aan het begrip nepnieuws zelf. Het is allang een scheldwoord geworden waarmee men elkaar om de oren slaat. Dat Donald Trump reporters van CNN schoffeert op persconferenties met als excuus „You are fake news”, terwijl hij zelf in leugens grossiert, is natuurlijk een gotspe – maar het slaat aan omdat men beseft dat ook CNN een agenda heeft, niet ‘objectief’ is.

De volautomatische verdachtmakingen jegens de gevestigde media als leugenmachine of leugenpers zijn een vorm van ordinaire propaganda. Dat is niet nieuw. Wat nieuw is, is dat het zo gemakkelijk geworden is twijfel en tweedracht te zaaien, mensen op te jutten en te sturen. Nieuwe technologie laat je sneller en dieper in iemands hoofd doordringen – en nieuwe kennis over hoe ons brein werkt stelt je beter in staat de geest van een mens te manipuleren.

In The Perils of Perception pleit Duffy dan ook voor meer bewustzijn. Wanneer we weten hoezeer we geneigd zijn onze emoties ons idee van de waarheid te laten beïnvloeden, zijn we beter bestand tegen foute aannames. Er is geen reden tot wanhoop, stelt hij, „we zijn minder slaaf van onze verkeerde manier van denken dan het soms lijkt. We veranderen nog steeds van mening en nog altijd spelen feiten daar een rol bij”.

Dat klinkt hoopvol, ik ga er graag in mee. Maar om dat bewustzijn te kweken heb je betrouwbare journalistiek nodig (die ook zichzelf durft te bekritiseren) – niet House of Cards. En behalve een kritische blik op je eigen geest, heb je een nietsontziend oog nodig voor degenen die onze fragiele relatie met feiten en het idee van de waarheid misbruiken voor hun ideologische agenda – de stokers, de schaamteloze leugenaars, de intimiderende trollen. Hun gaat het niet om de waarheid, maar zuiver om macht. We moeten bewust worden, maar we moeten vooral ook alert zijn.

    • Bas Heijne