Toronto pronkt met vrouwelijke regisseurs en diverse films

Filmfestival Toronto Filmfestival Toronto had geen moeite met het verzamelen van verscheidenheid op de rode loper. Tussen de films uit 83 landen ging ook Steve McQueens slimme heistfilm ‘Widows’ in première.

Viola Davis en Cynthia Erivoin de film ‘Widows’ van Steve McQueen. Foto Merrick Morton

Toronto is een van de meest multiculturele steden ter wereld, en dat is zichtbaar in het programma van het Toronto International Film Festival (TIFF). Dit jaar kun je er helemaal niet meer omheen. De teller slaat uit naar films uit maar liefst 83 landen. Dat betekent, naast de start van het Oscar-seizoen met vele Amerikaanse voorpremières, een grote diversiteit aan films die een andersoortige blik op de wereld bieden. Er zijn producties uit opkomende filmlanden als Qatar, en meer films uit Afrika dan op de drie grote Europese festivals van Berlijn, Cannes en Venetië samen. Zo draait er het in Kenia verboden lesbische drama Rafiki, dat sinds zijn première in Cannes een heuse zegetocht door festivalland maakt.

Waar andere festivals faalden – Venetië had slechts één film van een vrouwelijke regisseur in competitie – slaagde Toronto er in, al voor Venetië zijn programma bekendmaakte, om de ene na de andere grote vrouwelijke regisseur te programmeren. Zoals de sciencefictionfilm High Life van de Franse regisseur Claire Denis die al sinds Cannes hoog op de buzzlijstjesstaat. Het is een meesterlijke en verontrustende mix tussen Andrei Tarkovsky’s Solaris en Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey waarin voormalig tieneridool Robert Pattinson een naar de ruimte verbannen crimineel speelt die een aan boord van een ruimteschip geboren baby opvoedt.

Maar High Life is ook een brute meditatie over isolement, seksualiteit en wreedheid in een stijl die je alleen maar als ‘female gaze’ kan beschrijven. En Toronto strikte bijvoorbeeld Karyn Kusama (Girlfight) bijvoorbeeld, die alle genderrollen overhoop gooide in politiefilm Destroyer met een haast onherkenbaar onglamoureuze Nicole Kidman als undercoveragent.

Regisseur Steve McQueen bij de wereldpremière van zijn film ‘Widows’ in Toronto.

Foto Evan Agostini/ AP

Aders dan je op het eerste gezicht zou denken, bieden juist genrefilms een vruchtbare bodem voor een verscheidenheid aan invalshoeken en personages, zonder dat dat meteen het onderwerp van de film hoeft te worden. Dat bleek bijvoorbeeld uit de nieuwe film van Steve McQueen (Twelve Years a Slave). Zijn Widows is een slimme heistfilm, maar dan wel met vier vrouwen van verschillende kleur in de hoofdrollen, en tal van gemende relaties die tal van problemen kennen, maar geen enkel probleem heeft te maken met de verschillende huidskleuren van de partners. Viola Davis en Cynthia Erivo zijn Afro-Amerikaans, Michelle Rodriguez Latina en Elizabeth Debicki wit. Ze laten zonder er een punt van te maken een realiteit zien die je wel op straat ziet in Chicago, waar de film zich afspeelt, maar te weinig op het bioscoopscherm.

Open doekjes waren er voor biopic Colette van Wash Westmoreland (Still Alice) met Keira Knightly als de Franse schrijfster. Op het moment in de film dat de Colette besluit om niet meer onder de naam van haar man te publiceren, barstte applaus los in de zaal.

En dat zijn dan alleen nog maar de galapremières vol grote namen, die daardoor ook voor diversiteit op de rode loper zorgden. Het Discovery-programma voor nieuwe talenten bestond zelfs voor bijna de helft uit films van (niet-Westerse) vrouwen, waaronder ook Light as Feathers van de Nederlandse Rosanne Pel.

In de nasleep van #MeToo en #TimesUp werden afgelopen jaar alle internationale festivals geconfronteerd met de roep om niet alleen een evenwichtiger verdeling van films van en over vrouwen en mannen, maar ook voor meer zichtbaarheid van alle genders, kleuren, culturen en tradities. Het ene na het andere festival tekent het 5050×2020-manifest dat belooft in 2020 evenveel films van vrouwen als van mannen te programmeren.

TIFF maakt die diversiteit van makers en onderwerpen niet alleen zichtbaar in het programma, maar ook door 20 procent (zo’n 200 in totaal) meer journalisten uit te nodigen uit tot dan toe ondervertegenwoordigde groepen. Er was een rally voor vrouwen in film, Share Her Journey, en een keynote van researcher Stacy Smith die een grootscheeps onderzoek naar de diversiteit van filmcritici uitvoerde.

Over één ding lijken de aanwezigen in Toronto het ondanks de nog steeds dominante identiteitspolitiek het eens: geen doelgroepenkritiek door doelgroepencritici. Anders heeft iedereen straks nog maar één film om over te schrijven. Zijn eigen.

    • Dana Linssen