Recensie

Gergiev Festival opent sterk maar niet avontuurlijk

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest viert dit weekend de dertigjarige relatie met Valery Gergiev. Het concert donderdag was meeslepend, maar haalde niet de top 10 van meest memorabele avonden op het festival.

Valery Gergiev donderdagavond tijdens het openingsconcert. Foto Guido Pijper

Net voordat de nieuwe chef-dirigent Lahav Shani aantreedt (29/9) en net na de afscheidstournee met de oude chef Yannick Nézet-Séguin die doorliep tot begin deze maand, viert het Rotterdams Philharmonisch Orkest dit weekend de 30-jarige relatie met de chef dáárvoor, Valery Gergiev.

Het Gergiev Festival begon gisteren niet avontuurlijk, wel aantrekkelijk. Een pauzeloze Wagner-avond werd ingeluid door een filmpje met beelden van dertig jaar Gergiev – van de charismatische dertiger met de borende Ossetische ogen die we ons herinneren uit de late jaren tachtig tot nu: een in zijn gestes zelfs al iets ingetogener werelddirigent van 65 die, zoals orkestdirecteur George Wiegel monter aankondigde, zijn reputatie waarmaakte door het podium pas op het allerlaatst op te komen, maar dan wel direct met kalme, hooggespannen concentratie.

Van alle Gergiev-festivalconcerten uit dertig jaar was dit een sterke, maar niet één die de top 10 van meest memorabele avonden zal halen. Gergiev weet hoe je Wagners spel met dynamiek en tempo speelt en hij spon met het geweldig musicerende Rotterdams Philharmonisch Orkest al in het Vorspiel en de Liebestod uit Tristan und Isolde het verlangen smachtend uit naar een climax – een goede gemoedsmarinade voor de libidineuze eerste akte uit Die Walküre.

In vijf kwartier beleef je daarin weliswaar maar een afleveringetje van Wagners 14 uur durende totaal, maar de nucleaire driehoeksverhouding tussen booswicht Hunding, de goede Sieglinde en haar dappere minnaar en tweelingbroer Siegmund sleepten onherroepelijk mee in Wagners wondere wereld.

Mikhail Vekua, Gergjevs huidige favoriete Wagnertenor, zong Siegmund: wat fel in de hoogte en erg jeugdig van gestalte was hij beter getypecast geweest als de jonge held Siegfried. Hier stak hij iets bleek af bij de soevereine grandeur van de verrukkelijke bas Mikhail Petrenko als een doodenge beul van een Hunding en Anja Kampe als fraaie, warm-menselijke Sieglinde.

Groots en meeslepend was het zeker, maar soms miste je een verraderlijke finesse in stuwing en onderstroom, en scherpte in de motivische uitwerking; het zwaardmotief bij voorbeeld, klonk meer kerstachtig legato dan heroïsch geslepen.

Vanavond zet Gergiev de tanden in Mahlers Zesde symfonie, morgen is het festivalhoogtepunt én slot met de wereldpremière van Goebaidoelina’s grote oratorium Über Liebe und Hass (versie 2018).

    • Mischa Spel