Het effect van smartphonevrij leven op je brein

Smartphonevrij Op 1 mei leverden acht mensen vrijwillig hun smartphone in voor een toestel waarmee ze alleen kunnen bellen en sms’en. Er zijn er nog vijf over. ‘De druppel was toen ik in de stromende regen naar huis moest om geld over te maken.’

Van de vijf overgebleven deelnemers zijn er vier tevreden over het leven zonder smartphone. Het lukt weer om een lang artikel in één keer uit te lezen, drie zeggen dat ze zich beter kunnen concentreren. Wel wordt de smartphone vaak gemist als afleiding op angstige en eenzame momenten. Jan Derksen, klinisch psycholoog en universitair hoofddocent psychodiagnostiek in Nijmegen zegt dat juist het ontbreken van die afleiding goed voor een mens is: „Je vervelen en lui zijn, en dan daarvan kunnen genieten: dat noemen we in de klinische psychologie gezond. We zoeken afleiding in onze telefoons omdat we kwetsbare wezens zijn en omdat dat angst oproept. Door de eeuwen heen gebruikten we daarvoor paddestoelen of chemische substanties: we willen ons anders voelen, we willen ontsnappen aan verveling.”

Smartphones lijken in alles op drugs, met het verschil dat je er niet lichamelijk aan verslaafd kunt raken. Veel deelnemers gaven in het begin van het project aan dat ze, al scrollend door hun smartphone, vaak „verdwenen” in hun telefoon, ineens merkten dat het alweer een half uur later was. Derksen: „Dus daarvóór ging de tijd traag. Als mensen zich vervelen heeft dat te maken met hun binnenwereld. We zijn steeds minder in staat om in onze binnenwereld te verkeren, om stil te staan bij wat we voelen: irritatie, blijdschap, boosheid, angst. Om te niksen, eigenlijk.”

Lees voor wekelijkse updates het blog over maand vijf.

De meeste deelnemers herkennen zich hierin en merken dat „staartijd” en verveling positieve effecten hebben. Zo schreef Emina Cerimovic na de eerste maand van het project dat ze meer met haar gedachten bij activiteiten lijkt te zijn. „Ik heb de focus terug waar ik al jaren naar verlang, en de flow die dat met zich meebrengt vind ik heerlijk. Daarnaast heb ik veel meer tijd om gewoon niks te doen; in de trein, op de fiets of gewoon thuis op de bank.” Koen Caris schrijft iets soortgelijks: „Er zit minder een filter tussen wat er om me heen gebeurt en hoe dat bij mij binnenkomt. Ik ben er meer bij.”

Doordat zaken als sociale media de hele dag alle niksige en lege momenten van ons af snoepen, is er weinig ruimte voor introspectie. De verleiding van afleiding is groot. Het missen van die afleiding ervaart Sandro van der Leeuw letterlijk aan den lijve: „Er zijn momenten dat m’n hele lijf schreeuwt om afleiding. Het voelt een beetje als spanningsbuikpijn, of een opkomende migraine. Bóós dat ik dan word. Omdat ik meedoe aan dit stomme experiment. Omdat ik gewoon even op Instragram wil.”

Beetje ADHD

Uit landelijk onderzoek blijkt dat kinderen door een teveel aan schermtijd meer gedragsproblemen en depressies hebben en zich minder goed kunnen concentreren. Derksen is daar niet verbaasd over: „Je moet wel een beetje ADHD hebben om als jongere mee te kunnen in deze tijd. Een heel boek lezen is moeilijk voor de huidige generatie studenten.”

Volgens Derksen hebben we de effecten van technologische ontwikkelingen niet meer in de hand, en maakt dat ons afhankelijk. Hij adviseert aanstaande ouders al voor de geboorte van hun kind regels over smartphonegebruik te bepalen. „Het aanpassen aan deze nieuwe wereld gaat generaties duren en intussen gaan de technologische ontwikkelingen gewoon door. Ik voorzie een gevaarlijke tijd, waarin jonge kinderen blootgesteld worden aan iets dat misschien beter nog een tijd achter slot en grendel kan. Het gaat een klus worden voor toekomstige ouders om daar een goede vorm aan te geven.”

Heeft hij dan zelf géén smartphone? Jawel, zegt Derksen. „Anders krijg ik mijn e-mails niet bijgewerkt. Al merk ik ook wel dat het werk dan inderdaad nooit ophoudt. Ik nam onlangs een sabbatical in het buitenland van drie maanden, waarin ik wel mijn telefoon had meegenomen. Achteraf had ik beter zonder e-mail op pad kunnen gaan. Ik heb die twee maanden gewoon doorgewerkt.”

    • Hanneke Hendrix