Opinie

    • Marcel ten Hooven

Onze democratie is de beste

Democratie In een democratie moet je ‘anders’ kunnen zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging zien. Laat ons politiek bestel daarom ongemoeid: het voldoet het beste aan die voorwaarde. En houd nu op over dat referendum, schrijft
Illustratie Nanne Meulendijks

Discussies over de democratie verzanden in Nederland al gauw in gepalaver over het bestel. Verdient de gekozen premier niet de voorkeur? Deugt het kiesstelsel? Moet er een correctief referendum komen? Aan de vooravond van de Derde Dinsdag zijn dit zinvolle vragen. En ook de komende maanden zal het hierover gaan, in afwachting van het eindrapport van de commissie-Remkes, die in opdracht van het kabinet de staat van de Nederlandse parlementaire democratie opmaakt. Dat rapport zal in december verschijnen.

En het moet gezegd: het is nogal armoedig, het debat dat Remkes tot dusver heeft losgemaakt.

Er klinkt veel ketelmuziek over Haagse binnenkamers waarvan de vensters open moeten, of over kiezers die maar eens in de vier jaar hun invloed kunnen laten gelden, maar de context die er werkelijk toe doet komt niet of nauwelijks aan de orde: wat verwachten we ook alweer van de democratie? Welke samenleving staat ons voor ogen als we het over democratie hebben?

Idealiter, tot haar kernwaarde teruggebracht is de democratie een manier om fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Zij is dus een vorm van beschaving. Je hoeft het niet met anderen eens te zijn, laat staan hen aardig te vinden, om je je wel de noodzaak van een modus vivendi te realiseren. Maathouden, een besef van lotsverbondenheid, zelfrelativering, acceptatie van andersdenkenden zijn daarin sleutelbegrippen. Het besef dat je met anderen leeft en lang niet altijd volledig je zin zult krijgen, voedt de geest van de democratie, die voor de kunst van het samenleven van minstens zo groot belang is als haar letter, haar formele gedaante: het bestel.

Er staat dus nogal wat op het spel als de democratie crisisverschijnselen vertoont. Niet alleen de betrokkenheid van mensen bij het richting geven aan hun samenleving is in het geding, ook hun onderlinge verhouding. Overal waar tegenstellingen in de samenleving harder of zelfs onverzoenlijk worden, winnen politici die een onderscheid maken tussen vriend en vijand veld. Anoniem gemaakt als bijvoorbeeld ‘elite’, ‘immigrant’, ‘moslim’, ‘kosmopoliet’ of ‘grootkapitaal’ fungeert die vijand als zondebok, tegen wie alle wrok over wat niet goed gaat gericht wordt. Zo versterken maatschappelijke spanningen en politieke polarisatie elkaar.

Luister ook naar de Haagse podcast: Wat is die D nog waard?

Het is urgent dat het debat over de democratie weer gaat over haar essentie, dus over haar betekenis als beschavingsvorm, want autocratische opvattingen over politiek winnen veld – ook in Nederland. De ‘sterke man’ is de centrale figuur in autocratische politiek. Hij pretendeert dat de wil van de meerderheid, de ‘volkswil’, kenbaar is en dat hij die wil politiek tot uitdrukking brengt. Dat is ook zijn grote bedrog. Waarom? Omdat de ‘volkswil’ altijd een constructie zal zijn. Een autocratische leider creëert naar eigen voorkeuren een beeld van een homogeen volk, om die creatie vervolgens woorden in de mond te leggen. Daarmee is het gelijk van dat ‘volk’ ook zijn eigen gelijk. De impliciete boodschap is dat als de leider zijn zin niet krijgt, het volk zijn zin niet krijgt en dat het systeem dus niet deugt. Als hij wordt tegengesproken of gecorrigeerd, zal hij daarom geneigd zijn het democratische bestel in zijn grondvesten aan te vallen, door het verdacht te maken en te spreken van een ‘nepparlement’ en ‘neprechters’.

Wat is die verleidelijke kracht van de autocratie? Dat is dat zij de werkelijkheid overzichtelijk maakt, eenvoudig, eenduidig. In onzekere tijden – en dat is deze tijd – heeft de autocratische leider een helder verhaal over oorzaak en gevolg, daders en slachtoffers. Met zijn dichotomie tussen ‘wij’ en ‘zij’ ordent de autocraat weer en creëert hij overzichtelijkheid in een complexe maatschappij met poreuze grenzen en vervaagde sociale structuren. De loyaliteit die hij van de kiezers vraagt is aan hem: de sterke man, de leider die weet waar al hun tegenslag vandaan komt, wie er schuldig aan is en hoe het weer goed kan komen.

Zondebokken en schapen

De loyaliteit die de democratie van kiezers vergt daarentegen is minder concreet, eerder abstract. Het gaat niet om een persoon, maar om loyaliteit aan democratische en rechtsstatelijke normen. De liberale democratie is ook in het nadeel ten opzichte van de autocratie doordat zij is gebaseerd op de premisse dat mensen die in niets op jou lijken, die je nooit of te nimmer bij jou thuis zou willen hebben, toch jouw respect en attentie waard zijn. De autocraat maakt het je gemakkelijker. Hij zegt dat mensen die anders zijn dan jij culturele chaos veroorzaken, een crisis van de ‘nationale identiteit’, en dat ze jouw manier van leven ondermijnen. Ook hier geldt dat in onzekere tijden het verhaal over zondebokken en schapen gemakkelijker over het voetlicht is te brengen dan dat over tolerantie en de realiteit van het multiculturalisme.

Lees ook: Ons wankelend besef van wat democratie is

Als tegengif tegen de autocratische verleiding is het aanbevelenswaardig vanuit jezelf te redeneren en je af te vragen wat jij van de democratie verlangt. Voor verreweg de meeste mensen zal gelden dat ze voor zichzelf vrijheid willen. Dat ze de ruimte willen hebben om naar eigen overtuiging te leven. Dat ze met respect tegemoet willen worden getreden. De ‘gulden regel’ die in alle grote religies en wereldbeschouwingen als praktische ethiek is geformuleerd (behandel anderen zoals jezelf behandeld wilt worden) is dus ook een basisregel voor de democratie in haar betekenis van fatsoenlijke omgangsvorm.

Democratie is, kortweg geformuleerd, de georganiseerde kunst van het samenleven. Waarom ‘kunst’? Het kan soms al moeilijk zijn om met vrienden en verwanten op goede voet te blijven, dus laat staan in een maatschappelijk verband met mensen die je helemaal niet kent. Vandaar ‘kunst’, in de betekenis van de kunde en creativiteit om het op vreedzame wijze met elkaar te rooien en onderlinge conflicten te beslechten.

In haar formele gedaante is de democratie een praktische methode om een meerderheid achter politieke besluiten te krijgen. In haar morele gedaante – dan spreken we over de democratie als beschavingsvorm – is zij er veeleer om minderheden te beschermen. Minderheden waartoe wij allen behoren: ieder voor zich heeft zo onze eigen diepe overtuigingen, waarnaar hij zijn leven wil inrichten.

Vrijheidsrechten

Hier komt de rechtsstaat in beeld. Hij beschermt de ruimte om naar eigen inzichten te leven, dankzij de vrijheidsrechten die hij de mensen verschaft: om te stemmen, om te zeggen wat zij op hun lever hebben, om zich met gelijkgezinden te verenigen, om hun eigen godsdienst te belijden en hun eigen onderwijs in te richten. Kortom, om hun eigen maatschappijvisie en levensbeschouwing in het publieke domein tot uitdrukking te brengen. „Ieder mens heeft een cirkel om zich heen nodig waarbinnen hij niet mag worden aangeraakt”, zei de liberaal Annelien Kappeyne van de Coppello al in 1976 treffend.

Illustratie Nanne Meulendijks

Daarmee is de democratische rechtsstaat de institutie bij uitstek die mensen in het leven hebben geroepen om niet redeloos tegenover elkaar te staan. Hoe beter hij op orde is, hoe groter de kans dat mensen zich in de samenleving senang voelen en met anderen kunnen leven, ook al zouden ze hen thuis nooit over de vloer willen hebben. Anders geformuleerd: het democratische en rechtsstatelijke gehalte van een natie is af te lezen aan de mate waarin je ‘anders’ kunt zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging gaan zien.

Uit dit betoog kun je destilleren wat de democratische politicus onderscheidt van de autocratische. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers heeft dat het beste verwoord: „Je toont je een ware democraat als je in de positie bent de vrijheid van een minderheid in te perken, maar besluit dat niet te doen.”

Lees ook: Zijn we op weg naar de ondergang?

De democratie is dus pas een volwaardige als zij is vastgeklonken aan burgerlijke rechten en vrijheden die minderheden tot hun recht laten komen. Niet de wil van de meerderheid is de kernwaarde van de democratie, maar de bescherming van minderheden. Daar komt bij dat een meerderheidsbesluit niet per se de beste beslissing is. Uit de opvatting dat de meerderheid altijd gelijk heeft kan een grote ravage voortkomen, zoals de Brexit. Na de meerderheidsuitspraak in het Brexitreferendum hebben de Britten zich overgeleverd aan een nationalistische fantasie over een onafhankelijk, welvarend land, hoewel ze in werkelijkheid op het punt staan zich van de kliffen van Dover te storten.

Naar hun aard zijn politieke problemen weerbarstige kwesties die op hun best tot een tijdelijke oplossing kunnen worden gebracht. Een besluit moet nooit onherroepelijk zijn en altijd ter discussie kunnen staan. De rechtsgeleerde Huib Drion beschreef democratie daarom als een systeem om te leren omgaan met imperfectie. Zij is geen architectonische orde waarin alles netjes klopt, maar meer een ‘zorgvuldige wanordelijkheid’ waarin de ‘grote onredelijkheid’ geen kans krijgt. Met de ‘kleine onredelijkheden – en die zijn er in overvloed – zal men moeten leren leven.

Domme vorm van democratie

In dit licht beschouwd is het referendum een domme vorm van democratie, dus allesbehalve het democratische walhalla dat voorvechters als Baudet en Wilders ervan maken. Het kleedt de democratie uit tot enkel het stemrecht en reduceert haar daarmee tot de simpele gedachte dat een kwestie is afgedaan zodra de kiezer heeft gesproken. Die uitspraak krijgt dan, zoals in het Brexitdrama, de status van een soort volmacht om de wil uit te voeren van degenen die bij het referendum de winnende stem uitbrachten.

Zo krijgt de ‘grote onredelijkheid’ wel een kans. Waar de referendumdemocratie mank aan gaat, wat haar zo simplistisch maakt, is dat zij een te groot gewicht toekent aan het besluit, waardoor dat iets onherroepelijks krijgt, en te weinig aan de fase die aan het besluit voorafgaat: het politieke debat.

In een democratie opgevat als de georganiseerde kunst van het samenleven vervult het debat een sleutelrol, als een soort schouwtoneel van uiteenlopende politieke opvattingen over maatschappelijke problemen. De misvatting die schuilgaat achter het referendum is dat iedereen van alles verstand heeft en erover kan oordelen. „De zegen die onwetendheid heet wordt bedorven door de verwachting dat we overal over kunnen meepraten”, luidde de rake formulering van columnist Rob Schouten in Trouw. In het debat wisselen politici die geacht worden deskundig te zijn – noem hen een elite – standpunten uit, wegen zij argumenten en belangen, beoordelen ze praktische consequenties, wettelijke haalbaarheid en mogelijke strijdigheid met rechtsstatelijke principes, om tot slot een poging te doen het geheel uit te werken in compromiswetgeving.

Het is dus zinnig om het in de discussie over onze democratie eerst over de inhoud te hebben en dan pas over de vorm: het bestel. Er wordt veel gezucht en gesteund over ‘onze’ representatieve democratie, maar met haar ingebouwde dwang tot matiging, haar lerende eigenschappen, het gewicht dat zij aan de stem van minderheden geeft en de kritische afstand die ze creëert tussen kiezers en gekozenen, organiseert zij de kunst van het samenleven beter dan andere stelsels. De conclusie moet zijn: perfect is zij niet, maar van alle democratieën is de onze de beste.

    • Marcel ten Hooven