Opinie

    • Hubert Smeets

Misschien moet het woord ‘reactionair’ van stal gehaald

Hoe moeten we de huidige politieke nostalgici noemen? Hubert Smeets zoekt een term die recht doet aan de idealisering van de geschiedenis.

CPN-fractievoorzitter Marcus Bakker spreekt in 1980 stampvolle RAI toe tijdens partijfestival. Foto Ton Schutz

Het verleden heeft de toekomst. Een nazaat van de Habsburgse dubbelmonarchie is er druk mee bezig. Elders wil een op de vijf Europeanen, net als premier Orbán in Boedapest, ook terug in de tijd. Volgens de laatste peilingwijzer scoren Wilders (PVV) en Baudet (FvD) samen nu twintig procent. Het verkiezingsresultaat voor Zweden Democraten (17,6 procent) spoorde zondag eveneens keurig met deze trend.

Dit politieke heimwee herinnert aan het kortstondige eurocommunisme vier decennia geleden. Her en der worstelden communistische partijen toen met hun bestaan. Zou op straat de revolutie ooit nog eens losbarsten of resteerde slechtst parlementaire coalitievorming? Bleef klassenstrijd (‘vierhonderd piek voor stereomuziek’) de hoofdzaak of mochten feminisme en regenboogseksualiteit ook hun plek opeisen?

Knellende vragen, ook in Nederland. Begin jaren tachtig raakte de CPN zozeer in de ban van deze ‘vernieuwing’ dat die uitdraaide op haar ondergang. CPN’ers uit het leninistische kamp zagen de bui („vernieling”) hangen. Op een fractieberaad in 1982 probeerde zo’n gestaald kader – volgens mijn geheugen ex-senator Tom Boekman – het tij te keren. „We moeten terug”, betoogde hij. Terug? Boekman hoorde zichzelf vloeken in de marxistische kerk, die zweert bij het parool ‘voorwaarts’. Hij zweeg een seconde en herpakte zich met een dialectische salto mortale. „Terug in de zin van vooruit.” Nostalgie was zelfs orthodoxe communisten indertijd kennelijk niet vreemd.

Hoe kunnen we de nostalgici van nu etiketteren? Het f-woord komt in zwang. De Amerikaanse ex-minister Madeleine Albright gebruikt het bijvoorbeeld: „Fascisme is geen ideologie, maar een methode om macht te krijgen”, zei ze recent in NRC.

De CPN wilde in de jaren tachtig ‘terug in de zin van vooruit’

Haar definitie is me te mager. Het Italiaanse fascisme had wel degelijk een idee: een eclectisch verlangen naar enerzijds de mare nostrum uit het antieke Romeinse verleden en anderzijds een organische samenleving zonder volksvijanden in de toekomst. Nostalgie en futurisme gingen hand in hand. Geweld was dé methode om tegenstanders uit te schakelen en medestanders op te lieren. Nu is dat geweldsfetisjisme alleen besteed aan ultra’s.

Is ‘radicaal-rechts’, zoals NRC de stroming noemt sinds ze de term ‘nationaal populisme’ heeft afgezworen, adequater? Dit woordenpaar is me te dik. Zweden Democraten en geestverwante partijen zijn niet radicaal in de zin dat ze de rechtsorde buitenparlementair omver willen werpen. Conservatief rechts zijn ze evenmin, omdat ze de verzorgingsstaat juist overeind willen houden, zij het alleen voor de blanke kiezers.

Er zijn alternatieven. De laatste tijd doet het begrip ‘nativisme’ de ronde. Het is een variant op de oude term volksnationalisme. In het nativisme is de natiestaat alleen bestemd voor de inheemse bevolking. Het woord doet volgens politicoloog Cas Mudde recht aan de populistische pretentie dat alleen een autoritaire leider de stem van het volk in alle puurheid vertolkt en de eigen verzorgingsstaat kan beschermen.

Niettemin een ‘maar…’. De term ziet de idealisering van de geschiedenis over het hoofd. Zoals Orbán droomt eens de Vrede van Trianon (1920) te wreken, zo mijmert Baudet over een Nederland ten tijde van Saint Saëns (1835-1921).

Voor politieke nostalgie, die anders dan het klassieke conservatisme, de klok niet wil stilzetten maar terugdraaien, bestond vroeger een woord: reactionair. Het wordt tijd de reactie weer eens op te poetsen. Waarom noemen we radicaal-rechts voortaan niet reactionair nativisme?

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.

Correctie (14-9-2018): In een eerdere versie van deze column werd Marcus Bakker in het fotobijschrift CPN-voorzitter genoemd. Dat moest fractievoorzitter zijn.

    • Hubert Smeets