Miljardenbal zonder concurrentie

Champions League Het kampioenenbal wordt steeds lucratiever. De inkomsten liggen dit seizoen bijna een miljard hoger dan het vorige.

De Kroaat Luka Modric wordt geëerd als beste middenvelder van het afgelopen seizoen in de Champions League Foto EPA/Valery Hache

De Duitse marketeers Klaus Hempel en Jürgen Lenz maakten de Europese voetbalbond UEFA begin jaren negentig lekker met hun verhaal dat ze met de Europa Cup I wel 150 miljoen Zwitserse franc uit de markt konden halen – zo’n 130 miljoen euro volgens de huidige wisselkoers. Via exclusiviteit voor sponsors met een strak concept. En we noemen hem: Champions League.

Ruim 25 jaar later wordt het 25-voudige verdiend aan de Champions League. De herkenbare hymne is de soundtrack van een succesverhaal. ‘Een gouden driehoek’ tussen sport, broadcasting en marketing, schreef The New York Times in 2012 over het meest prestigieuze internationale clubtoernooi. Houdt het ooit op?

De Champions League begint volgende week aan de cyclus 2018-2021, waarin de financiële ontwikkeling nieuwe hoogten heeft bereikt. Met 3,25 miljard euro inkomsten – ook een deel daarvan komt van de Europa League – ligt het bedrag dit seizoen bijna een miljard hoger dan vorig seizoen. Ruim twee miljard euro wordt inmiddels uitgekeerd aan de clubs.

Geen concurrentie

„De Champions League heeft geen concurrent, er is niets vergelijkbaars”, zegt Eva Gerritse van Blauw Research, dat voor sponsors onderzoek naar de effectiviteit doet. „We signaleren dat de belangstelling bij kijkers wel wat afneemt, maar de waarde blijft voor een sponsor sterk.”

De groei komt vooral door betere tv-deals. „Het principe dat de Champions League op het open net te zien moest zijn, heeft de UEFA al voor geld opzij gezet”, zegt Gerritse. „De UEFA kan nu bijna achterover leunen.” In het Verenigd Koninkrijk boden Sky en BT Sports tegen elkaar op. Laatstgenoemde betaalt bijna 450 miljoen euro per seizoen voor drie jaar.

De conclusie dat het internationale topvoetbal gezonder is dan ooit, is er niet één die voormalig Ajax-directeur Maarten Fontein onderschrijft. Hij was jarenlang bestuurslid bij de ECA, de organisatie die de Europese clubs vertegenwoordigt. „Veel clubs lijden nog verlies en het verschil tussen arm en rijk blijft groeien”, zegt Fontein, die nu geen bestuurlijk functie meer bekleedt in het voetbal.

De „happy few” met regelmatige toegang tot de Champions League neemt afstand. Vooral in middelgrote landen hebben clubs het moeilijk met de exploitatie. „Van alle participanten in voetbal – clubs, spelers, bonden, UEFA, media – dragen de clubs het grootste risico, met langdurige spelerscontracten en forse investeringen. Maar veel clubs profiteren niet van de toegenomen welvaart.”

Dat is niet de boodschap die de UEFA afgelopen week verkondigde met een persbericht getiteld: ‘Europese clubfinanciën gezonder dan ooit.’ In het jaar 2017 blijkt voor het eerst in minimaal tien jaar winst gemaakt te zijn in het Europees clubvoetbal als geheel. Ruim 600 miljoen euro winst, opgekrabbeld na een dieptepunt van 1,7 miljard euro verliezen bij clubs in 2011. Ook de solvabiliteit is sterk verbeterd: 7,7 miljard meer bezittingen ten opzichte van schulden en verplichtingen. Dat was in 2011 nog maar 1,9 miljard.

Volgens UEFA allemaal ‘dankzij Financial Fair Play’, een beleidsmaatregel die vanaf 2011 ingevoerd werd en (fors) verliesdraaiende clubs bestraft met het afpakken van de licentie voor Europees voetbal. Het persbericht trad niet in detail over welke (soort) clubs winst maakte en welke verlies, maar meldt wel dat 29 van de 54 hoogste divisies in Europa nu winstgevend zijn. Dat waren er in 2011 nog maar acht, aldus UEFA. Ofwel: het gaat overal steeds beter.

Nobele uitspraken

„De UEFA kan wel hele nobele uitspraken doen, maar intussen wordt het gat via de Champions-Leaguegelden alleen maar groter”, zegt Eva Gerritse. Waar Champions-Leaguedeelnemers eerder 3,3 euro kregen voor elke euro die naar de Europa League gaat, is dat nu liefst vier euro. Om kleinere clubs meer kans op Europees voetbal te geven, wil de UEFA per 2021 een derde toernooi organiseren.

De Champions League dendert voort, ondanks gemor over voorspelbaarheid in de groepsfase en de smalle top. De voorbije tien jaar claimden Real Madrid, Bayern München en Barcelona 21 van de veertig halvefinaleplekken, de helft van de finaleplekken en acht titels.

Het gevaar voor verzadiging is volgens Fontein aanwezig, maar niet bedreigend. „Voetbal is geen levensbehoefte, maar geeft voor velen wel invulling aan het leven. Ik zit nu hardop te denken wat een oorzaak zou kunnen zijn dat het in elkaar klapt”, zegt hij. „Maar ik zie niets aan de horizon. Pieken en dalen zoals op de huizenmarkt hou je altijd. Maar gaat het over de toplocaties, dan blijven de prijzen toch stijgen. Ook in voetbal.”

    • Bart Hinke