‘Mijn viool is als een geliefd huisdier’

Waarom heeft u dit kunstwerk gekocht? Deze week: Een viool

Viool uit Markneukirchen, circa 1841. Gebouwd door Johann Gottlob Guetter. Foto Karin Krens

‘Sinds twee jaar heb ik vioolles. Na enkele weken op een Braziliaanse leenviool geoefend te hebben, besloot ik dat ik een eigen viool wilde bezitten. Mijn zoektocht op Marktplaats leverde in eerste instantie weinig op. Totdat ik in maart 2016 in contact kwam met een man die twee violen aanbood. We ontmoetten elkaar in een Haags restaurant. Ik had direct het gevoel dat hij een echte zigeuner was, met zijn zwarte haar in een staartje. De violen waren oud en afkomstig uit Bohemen, zei hij. Over de prijs heb ik niet onderhandeld, het leek me een fatsoenlijk bedrag. Toen ik op veilingsites vergelijkbare violen vond, zag ik dat die in New York 2.900 dollar hadden opgebracht.

„Volgens het etiket was mijn viool gebouwd in 1841 door de bekende vioolbouwer Johann Gottlob Guetter uit het Duitse stadje Markneukirchen, beroemd om zijn muziekinstrumentenindustrie. Vervolgens heb ik contact opgenomen met het plaatselijke Muziekinstrumentenmuseum en gevraagd of mijn viool echt was. Er ontstond een leuke mailwisseling met een lokale vioolbouwer. Het museum is in het bezit van een viool van dezelfde bouwer. Ik werd uitgenodigd om naar Markneukirchen te komen en de instrumenten te vergelijken, om zo vast te stellen of mijn viool inderdaad authentiek is.

„Afgelopen juli ben ik in de auto gestapt en naar het museum in Markneukirchen gereden. Aanwezig waren een conservator, de directeur en de lokale vioolbouwer. Over het exacte jaartal durfden ze geen uitspraak te doen – het jaar op het etiket was niet helemaal meer leesbaar, 1841 zou ook 1847 kunnen zijn. De juiste datering zal via koolstofdatering moeten plaatsvinden. Maar ze waren er zeker van dat mijn viool oud was, afkomstig uit Markneukirchen en inderdaad gebouwd door Johann Gottlob Guetter. Ook vonden ze hem alle drie heel mooi van klank.

„Intussen is het me zowaar gelukt om in ieder geval de basis van het vioolspelen enigszins onder de knie te krijgen. Ik oefen iedere dag, en na het spelen leg ik mijn viool als een dierbaar object weer terug in zijn kist, met een doekje erover. Alsof het een geliefd huisdier is. Via de seniorengym ben ik in contact gekomen met dames die een dwarsfluit en een spinet bespelen. Zo kunnen we al een leuk trio vormen.”

    • Sandra Smallenburg