Mannen willen best zelf aan de pil

Stephanie Page Geef koppels de kans om de lasten van anticonceptie te delen, zegt Stephanie Page. Ze werkt aan pillen, spuiten en zalfjes voor mannen.

Stephanie Page kiest haar woorden zorgvuldig. Dat heeft alles te maken met het onderwerp van het interview: anticonceptie voor mannen. Ze werkt er al 16 jaar aan. „Het is een politiek beladen thema”, zegt de hoogleraar endocrinologie via Skype, „dus het is belangrijk om voorzichtig te zijn en een boodschap te brengen die iedereen aanspreekt.” In het conservatieve Amerika is dat nog wel eens lastig.

Desondanks praat Page vanuit haar kantoor in de Universiteit van Washington in Seattle met enthousiasme over de onderzoeken die ze met mannelijke proefpersonen doet naar anticonceptiepillen, -spuiten en -zalfjes. Over een uur heeft ze een kennismakingsgesprek met een nieuwe proefpersoon, in een van de onderzoeksruimtes. „We nemen bloed af en kletsen wat met de man in kwestie”, zegt Page over de intake. „We willen dat de mannen goed weten wat ze toegediend krijgen.”

In maart werd Page ineens wereldnieuws, nadat ze op een congres een onderzoek presenteerde naar een werkende pil zonder veel bijwerkingen. De pil bevat de werkzame stof DMAU (dimethandrolone undecanoaat), dat testosteron in het lichaam nabootst. Hierdoor krijgen de testikels een seintje om zelf geen testosteron meer aan te maken, en de zaadproductie daalt naar het niveau van onvruchtbaarheid. Bij minder dan een miljoen zaadcellen per milliliter sperma geldt een man in principe als onvruchtbaar.

De studie met honderd proefpersonen is nog niet gepubliceerd, maar Page en haar team zijn al bezig met de volgende stappen: het langer durende vervolgonderzoek naar de pil en een onderzoek naar éénmalige injecties met DMAU. En deze maand beginnen ze met een grootschalig onderzoek in zes landen, waarbij vierhonderd koppels een testosteron-gel een jaar lang daadwerkelijk als anticonceptie zullen gebruiken.

Het klinkt allemaal veelbelovend, maar over de komst van een mannenpil heerst scepsis. Al vijftig jaar lang komen er „doorbraken” wat betreft onderzoek naar mannenanticonceptie in het nieuws. De hardnekkige notie dat mannen niet aan de pil willen, maakt farmaceuten voorzichtig. Het grote geld, nodig om een middel op de markt te brengen, blijft daardoor uit. Page is daarom blij met alle media-aandacht voor haar onderzoek. „Fondsen werven is een uitdaging”, zegt ze. „En om grote farmaceuten geïnteresseerd te krijgen, moet de mannenpil onderwerp worden van het publieke debat.”

Het is voorstelbaar dat fondsen niet gul zijn, als ze denken dat mannen niet aan de pil willen.

„De overtuiging lijkt te heersen dat mannen geen pil gaan slikken als deze bijwerkingen heeft. Mijn reactie daarop is: hoe weet je dat? Toon dat maar eens aan met cijfers. Een medicijn zonder bijwerkingen bestaat niet. Er zijn goed uitgevoerde studies uit het begin van deze eeuw, die suggereren dat mannen deze middelen best zouden gebruiken. Zo’n 80 tot 90 procent van mijn proefpersonen geeft dat ook aan.

„Enkele jaren geleden moest een studie naar hormonale injecties als anticonceptiemiddel bij mannen worden stopgezet. De onderzoeksleiders konden niet garanderen dat er geen bijwerkingen aan het middel zaten. Zelfs met die informatie wilde nog 80 procent van die proefpersonen doorgaan. Dat laat zien dat mannen best een anticonceptiemiddel zouden willen gebruiken, óók als er mogelijk bijwerkingen zijn.”

Waarom is het zo belangrijk dat de mannenpil er komt?

„Veertig procent van de zwangerschappen wereldwijd, zijn ongepland. Zelfs op plaatsen waar vrouwen toegang hebben tot anticonceptie is dat percentage hoog. We moeten mannen gaan betrekken bij een oplossing.”

Is dat uw persoonlijke motivatie?

„Het draait mij vooral om zeggenschap over voortplanting. Een mannenpil zou vrouwenanticonceptie niet vervangen, maar geeft koppels de kans om de lasten van anticonceptie te delen. We doen mannen écht tekort als we zeggen dat ze niet betrokken willen zijn. Maar betrokken zijn betekent nu óf een condoom dragen, of je laten steriliseren.”

Over condooms, die volgens critici de noodzaak van de mannenpil ondermijnen, heeft Page weinig goeds te zeggen. „Het zijn verschrikkelijke voorbehoedsmiddelen. Ze voorkomen ook soa’s, dat is waar. Maar wat betreft het voorkomen van zwangerschap gaat het in de VS door verkeerd gebruik in 13 procent van de gevallen mis.”

„Ik vind het erg belangrijk dat ook mannen meer keus hebben en betrokken raken bij anticonceptie. Ik ben overtuigd feminist, maar geen sociale wetenschapper. Mijn overtuigingen hebben niet mijn medische carrière bepaald. De Universiteit van Washington is al vanaf het allereerste begin bij mannenanticonceptie-onderzoek betrokken. Ik dacht tijdens mijn opleiding tot endocrinoloog dat ik diabetes zou onderzoeken, maar werd door mijn voorganger hier binnengehaald. Mijn overtuigingen en onderzoek komen in dit veld toevallig goed samen.”

Krijgt u cynische reacties uit uw omgeving?

„Soms. Meestal wordt gezegd dat mannen niet betrouwbaar zijn en de pil zouden vergeten. Het is waar dat vrouwen degene zijn die zwanger worden. De inzet voor mannen is lager. Maar dat betekent niet dat ze helemaal geen emotionele stress ervaren bij ongeplande of afgebroken zwangerschappen.”

Anticonceptie biedt nooit 100 procent bescherming. Wat zou een acceptabele effectiviteit voor de mannenpil zijn?

„We hebben dit aan de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA gevraagd, maar geen richtlijn ontvangen. Naar ons idee moet het product net zo effectief zijn als anticonceptie voor vrouwen, zodat koppels een gelijke keus hebben. Dat komt voor een dagelijkse pil neer op een effectiviteit van 98 procent, bij perfect gebruik.”

Wat is de volgende stap?

„Als de internationale koppelstudie met de zalf slaagt, starten we een groter onderzoek, met zo’n drie- tot vijfduizend stellen. Dan praat je over zo’n acht tot tien jaar vanaf nu. Voor dat grote onderzoek hebben we wel geld nodig. Nu wordt ons onderzoek betaald door de NIH, de subsidieverstrekker van het Ministerie van Gezondheid. Het is onwaarschijnlijk dat ze ook het vervolg helemaal betaalt.”

En als dat niet lukt? Is het frustrerend, werken aan iets waarvan het niet zeker is of het realiteit wordt?

„Nu ik ouder word en denk aan de tijd die ik nog heb om onderzoek te doen, schiet dat weleens door mijn hoofd. Maar zelfs als de wereld uiteindelijk een totaal andere vorm van mannenanticonceptie krijgt, zou ik het idee hebben dat ons werk daaraan heeft bijgedragen. Deze tak van wetenschap draait om teamwork, omdat maar weinig onderzoekers zich ermee bezighouden. En rijk gaan we er niet van worden. We zijn allemaal gedreven door de gedachte dat anticonceptie voor mannen belangrijk is, en dat we hopelijk een bijdrage kunnen leveren.”

    • Marit Willemsen
    • Mickey Steijaert