Lokaal? Fruit halen we nog altijd graag van ver

Wat eten we? De handel in mango, avocado en groene asperges groeit nog steeds. Wat van ver komt vinden we dus toch het lekkerst.

Deze zomer wandelde ik in Zuid-Spanje, ten oosten van Malaga vanuit de bergen naar de kust. Ik was hier vaker geweest. Ik herinnerde me rommelige landjes van kleine boeren, wat druiven en geiten, ruige hellingen waar je onbekommerd kon dwalen. Nu liepen we tussen omheinde percelen. Hoge hekken met daarachter blaffende honden, geen boer te zien. Van het huis in de bergen tot aan de kustweg bij Torre del Mar: overal rukten de mangoplantages op. Die hekken, las ik later, waren er niet voor niets: de guardia civil zette soms helikopters in om het fruit tegen diefstal te beschermen. Op een tuinbouwsite zegt een mangoproducent dat er in Zuid-Spanje dit jaar 25 tot 30 procent meer mango’s geproduceerd worden dan vorig jaar. De Spaanse mango-export was de eerste helft van dit jaar 87 procent hoger dan in 2017. Geen wonder dat het tegenwoordig wat ongezelliger wandelt in de Axarquía, de streek die op toeristensites nog de ‘onbedorven parel’ van de Costa del Sol heet. Maar wel fijn dat we in Nederland door het grote aanbod het hele jaar betaalbare mango’s kunnen eten.

Iets anders. Het schijnt dat de Britten tegenwoordig meer avocado’s dan sinaasappels eten. De sinaasappels groeien in het Verenigd Koninkrijk weliswaar ook niet aan de bomen, maar kennelijk is de avocado van een luxeproduct een soort appel geworden. An avocado a day keeps the doctor away – zoiets. (Britse artsen waarschuwen trouwens dat ze schrikbarend veel ‘avocadohanden’ binnenkrijgen, van mensen die zich verwonden als ze een avocado doorsnijden.) Sinds 2012 is de import van avocado’s in Europa meer dan verdubbeld. In landen als Chili en Mexico moeten speciale guac cops (guacamolepolitie) voorkomen dat bendes de plantages leegroven. Een Chileense activist zegt met de dood bedreigd te worden omdat hij strijdt voor het recht op drinkwater in gebieden waar grote avocadoplantages de rivier leegslurpen. In Amsterdam kwam ik eens rond lunchtijd bij een tentje dat ‘The Avocado Show’ heet. Een door bitch hield me buiten, over een half uur zou er misschien een tafeltje zijn.

Groene asperges uit Peru

Even van de hak op de tak, sorry. Een collega die weleens een etiket leest, vroeg waarom witte asperges de trots van Brabant en Noord-Limburg zijn, maar groene asperges zo vaak uit Peru komen. Ze had ze daar wel eens in een veld gezien. Een treurnis, zei ze, hele valleien staan er vol mee en ze vergen veel water. Onderweg naar een antwoord lees ik dat sinds 2013 de wereldwijde export van asperges met 21 procent is gestegen. Het Nederlandse groene-aspergeseizoen duurt maar een paar maanden. Wie ze in januari wil eten moet ze van ver halen en de meeste komen uit Peru. Ik lees ook een onderzoekje dat Nederlanders vinden dat witte asperges uit Nederland moeten komen, en dat witte asperges een seizoensproduct moeten blijven. Over groene asperges hoor je dat nooit. Maar dat is vast geen antwoord op de vraag.

Die mango’s, avocado’s en groene asperges zijn natuurlijk appels en peren, met allemaal een ander verhaal. Maar misschien moeten we voorzichtig zijn met zeggen dat we zo graag lokaal en puur willen eten zolang we exotisch fruit kopen in plaats van Nederlandse appels en peren.

    • Martine Kamsma