Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Kongsi

Mijn kapsel wordt steeds stommer, dat zie ik zelf ook wel. Het komt omdat ik me de hele tijd in ons dorp laat knippen. Ik heb het al eerder opgeschreven, maar in onze straat alleen al zitten 28 kapsalons. Ik ben de enige die dat veel vindt. Kanttekening: het is wel een lintdorp.

Al die kapsalons – op een na, die heet Nico Piet – hebben vrouwennamen. Renate – Rebecca – Natasha – Natasja – Natalie – Esmeralda. In Arnhem heetten de parenclubs zo.

Renate deed meteen of ik haar al jaren ken, heel familiair.

„Heb je kleintjes? Eten ze goed? Gezellig.”

Toen ik thuiskwam zei de vriendin: „Het lijkt wel alsof ze je inhammen groter heeft gemaakt.”

Een klassiek punthoofd, constateerde ik voor de spiegel in de gang, van voren te kort en van achter lang. Tweede gedachte: als ik me iedere dag door Renate laat bijpunten word ik op een natuurlijke manier kaal.

Mijn vader zei dat hij vanaf zijn 45ste de meeste haren verloor. ‘Ja’, grapt u dan, ‘zijn wilde haren zeker’, maar die heeft hij nooit gehad. Mijn vader droeg vanaf zijn zestiende tot in zijn sterfbed iedere dag een stropdas, maar hij kwam de deur niet uit.

Ik nog wel, en vaak ook, maar van de vriendin mag ik de laatste tijd pas weg als ik voor vertrek de haren achteroverkam. Mijn moeder achtervolgde me ook na mijn dertigste soms tot op de stoep met een kam.

Gisteren viel het me pas op dat alle mannen van boven de dertig in het dorp hetzelfde stekelkapsel hebben. En toen viel het kwartje. Het is een kongsi: al die Renates, Rebecca’s en Esmeralda’s verknippen je in het begin expres zodat je daarna wel blij bent met hetzelfde knipsel als iedereen. De tondeuse erover, een beetje bijpunten, zeventien euro vijftig alsjeblieft. Voordeel van stekelhaar is dat het snel te lang wordt, en dan moet je weer en zo houden ze elkaar hier van de straat.

Deze week haalde Rob Berkhout van de plaatselijke VVD hier landelijk het nieuws. Hij twitterde over het beoogd VVD-Tweede Kamerlid Thierry Aartsen, die in opspraak kwam omdat hij vroeger weleens onnodig kwetsende tweets verstuurde: „Ik kan mij niet voorstellen dat wij gezamenlijk zo’n eikel erbij willen hebben.”

Inhoudelijker werd het niet, maar je zou ook kunnen zeggen: met Rob Berkhout woont er tenminste een met een mening. Uit zijn hoofd groeit alleen aan de zijkanten nog haar, maar het ziet er toch verzorgd uit. Dat is het belangrijkste hier.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen