Kabinet in Miljoenennota: risico’s voor economie in het buitenland

Het gaat economisch goed, maar “we zijn er nog niet”, schrijft minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) in de Miljoenennota, die in handen is van NRC. Hij ziet mondiale dreigingen als de Brexit.

Foto Bart Maat / ANP.

Het gaat economisch de goede kant op met Nederland, maar “we zijn er nog niet” en mondiale bedreigingen als de Brexit en internationale handelsconflicten kunnen de positieve ontwikkelingen verstoren. Dat schrijft minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) in het voorwoord van de Miljoenennota 2019, die in handen is van NRC.

Het kabinet is blij te kunnen melden dat 95 procent van de huishoudens er volgend jaar in koopkracht op vooruit gaat door de gunstige economische situatie. De economie groeit volgend jaar met 2,6 procent, iets beter dan het Centraal Planbureau vorige maand voorspelde.

Het kabinet klopt zichzelf op de borst voor het beheer van de overheidsfinanciën. De staatsschuld daalt komend jaar verder tot iets onder de 50 procent van het bruto binnenlands product (in euro’s: ruim 400 miljard) en men voorspelt volgend jaar opnieuw een begrotingsoverschot - voor het vierde jaar op rij. Dit keer van 1 procent van het bbp, ofwel ruim 8 miljard euro.

Zorgen over houdbaarheid overheidsfinanciën

Tegelijkertijd waarschuwt Hoekstra dat, hoewel “de fundamenten onder onze welvaart sterk zijn”, ze “geen garantie voor toekomstige voorspoed” vormen. Zo heeft Hoekstra zorgen over het structurele begrotingssaldo – de verhouding tussen inkomsten en uitgaven geschoond voor conjuncturele mee- en tegenvallers – en over de houdbaarheid van de financiën op lange termijn. Het structurele saldo komt in 2019 uit op een tekort uit van 0,4 procent. Dat is nog maar net binnen de limiet van -0,5 procent die Europese begrotingsregels stellen.

Lees ook: Rutte III teert in op de ruimte die Rutte II maakte

Het zogeheten houdbaarheidssaldo – dat een indicatie geeft of het rijk met het huidige beleid op lange termijn de sociale voorzieningen als zorg en onderwijs kan betalen – is ook negatief: min 0,4 procent, ofwel 3 miljard. Dat tekort zal verder oplopen omdat het nog geen rekening houdt met het begin dit jaar genomen besluit om de gaswinning in Groningen stop te zetten.

Gevolg zal zijn dat, bij ongewijzigd beleid, in de toekomst nieuwe bezuinigingen of lastenverhogingen nodig zijn. De rekening doorsturen naar volgende generaties, heet dat in het politieke debat.

Hoekstra ziet internationale dreigingen

Minister Hoekstra ziet ook risico’s voor de Nederlandse economie in ontwikkelingen in het buitenland. Hij noemt in de Miljoenennota onder meer de gevolgen van een ongunstige Brexit, de economische ontwikkelingen in Italië en Turkije en het oplaaiende handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China. Als dat conflict escaleert en zich uitbreidt richting EU dan houdt het kabinet rekening met een inkomensverlies van 2 procent en dat 75.000 mensen hun baan kunnen verliezen in 2020.

Dat zijn mogelijke negatieve macro-economische gevolgen. Op microniveau bereidt het kabinet zich ook al voor op ongunstige internationale ontwikkelingen. Zo reserveert het ministerie van Justitie & Veiligheid de komende twee jaar ruim 50 miljoen euro voor het geval er geen gunstige Brexit-deal komt. Ook de marechaussee krijgt extra geld voor grensbewaking en extra controles als gevolg van de aanstaande Brexit. Als het niet lukt om een scheidingsakkoord met de Britten te bereiken, kan dat Nederland op de langere termijn 1 à 2 procent van het bbp kosten, denkt het kabinet. Op dit moment wordt ongeveer 3 procent van het Nederlandse bbp verdiend aan handel met de Britten.

Brexit is om nóg een reden een zorgenkind: het wegvallen van de Britse bijdrage aan de EU-begroting zal leiden tot relatief hogere afdrachten voor de overblijvende EU-landen. In absolute termen verwacht het kabinet in 2019 een stijging van de EU-afdrachten met 303 miljoen euro. In het verleden leidden naheffingen uit Brussel tot grote politieke onrust. Het kabinet wil dat ditmaal voor zijn en spreekt van een ,,reële kans” dat de EU-afdrachten hoger zullen uitkomen dan verwacht. ,,Om hierop voorbereid te zijn” zet het kabinet 500 miljoen euro opzij.

Twitter avatar Markla94 Mark Lievisse Adriaanse BREKEND: de uitgaven van alle ministeries in 2019. https://t.co/EzvRTRO7n6

Gasbesluit kost volgend jaar 300 miljoen

Dat de veel bekritiseerde afschaffing van de dividendbelasting flink duurder zou uitvallen dan de aanvankelijke inschatting, was al bekend. In plaats van 1,4 miljard euro zou de maatregel jaarlijks 1,9 miljard kosten. Om dit te bekostigen verlaagt het kabinet de vennootschapsbelasting iets minder dan eerder was aangekondigd: niet van 25 naar 21 procent, maar (stapsgewijs) naar 22,25 procent. Dit levert ruim 680 miljoen euro op – genoeg om de duurdere dividendmaatregel te kunnen betalen.

Eerder dit voorjaar kondigde minister Eric Wiebes (Klimaat, VVD) aan dat hij uiterlijk in 2030 helemaal af wilde zijn van de gaswinning in Groningen. Aan dat besluit hing een fors prijskaartje, beaamde hij toen, maar voor hem stond de veiligheid voor Groningers voorop. In de Voorjaarsnota gaf minister Hoekstra een eerste inschatting van de financiële gevolgen van het gasbesluit. Volgens hem ging het voor dit jaar om een tegenvaller van 350 miljoen euro, die de komende jaren zou oplopen tot 1,1 miljard euro. Nu blijkt uit de Miljoenennota dat het gasbesluit volgend jaar 300 miljoen kost. In 2023 loopt dat op tot 1,5 miljard euro. Het kabinet wil dit financieren met „meevallers”, staat in de Miljoenennota. De uitgaven voor zorg en sociale zekerheid en de rentelasten op de overheidsschuld zijn lager dan verwacht.

Onderzoek naar stijgende zorgkosten

Het kabinet uit grote zorgen over de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, met 79,7 miljard euro één van de grootste kostenposten voor het Rijk. Alleen al in de huidige kabinetsperiode groeien de uitgaven met 16,7 miljard euro, een stijging die groter is dan de totale defensiebegroting. Op de lange termijn vormen de hoge kosten, samen met de vergrijzing, “een risico”, aldus het kabinet. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Sociaal Economische Raad gaan op verzoek van het kabinet onderzoek doen naar de maatschappelijke impact van de stijgende zorgkosten.

Het kabinet verwacht dat we in 2019 per persoon per jaar 1.432 euro betalen aan zorgpremie, dat is een stijging van ongeveer 10 euro per maand in vergelijking met dit jaar. De gemiddelde zorglasten per persoon zijn jaarlijks 5.490 euro. Gemiddeld, omdat de ene persoon meer zorg nodig heeft dan de ander. De zorgpremies worden in het najaar vastgesteld door de zorgverzekeraars, maar de voorspelling van het kabinet ligt daar meestal niet ver naast.

Op Justitie wordt het tekort van 40 miljoen euro bij de rechtspraak alsnog aangevuld door minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD). In 2017 en 2018 vulde Justitie het tekort ook al aan, maar voor 2019 moest de rechtspraak zelf gaan zoeken naar een oplossing, zei Dekker eerder. De tekorten komen door mislukte digitalisering en een teruglopend aantal rechtszaken – de rechtspraak wordt per zaak gefinancieerd. Het negatieve eigen vermogen voor 2019 wordt nu teruggebracht tot 0.

Nog geen pensioenakkoord

Er is, zoals verwacht, nog geen akkoord over de pensioenen. In de Miljoenennota staat dat er het kabinet erop ,,hoopt en vertrouwt” dat er ,,op korte termijn samen met de partners de noodzakelijke stappen gezet kunnen worden”. Uit de tekst blijkt ook hoe moeizaam het tot nu toe gaat in het overleg met de vakbonden en werkgevers: ,,Na jaren van gezamenlijke probleemanalyse en gemeenschappelijk overleg is nu de tijd gekomen om samen ons pensioenstelsel klaar te maken voor de toekomst.”

    • onze politieke redactie