Hoe het kapitalisme bijna instortte

Schade Het bankroet van Lehman Brothers in de VS leidde een ongekende financiële crisis in. Banken bleken hun hand grotelijks te hebben overspeeld. Wereldwijd raakten economieën in het slop. De gewone burger betaalt nog steeds de rekening.

Beeld Lieke Janssen

Het is een scene die op het netvlies blijft. Op zaterdag 11 oktober 2008 dineren zevenhonderd bankiers van over de hele wereld in de enorme patio van de National Portrait Gallery, een van de mooiste musea van de Verenigde Staten. De spanning is enorm op het traditionele halfjaarlijkse bankiersdiner: dit weekeinde, vier weken nadat zakenbank Lehman Brothers is ingestort, moet in Washington een eensluidend antwoord worden gevonden op de financiële crisis die snel om zich heen grijpt. Een halve kilometer verderop, bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de groep van zeven industrielanden (G7), wordt druk overlegd over een internationaal antwoord.

IMF-topman Dominique Strauss-Kahn heeft vooraf gezegd dat dit hét weekeind wordt waarop zal blijken of de wereldeconomie kan worden vastgesjord wegens de ongekende storm die sinds Lehman is losgebroken. Maandag begint de handel op de financiële markten weer, moeten de banken hun deuren weer openen.

Niemand bij het bankiersdiner weet zeker of zijn bank daar bij zal horen. Machteloos wordt gewacht op wat de beleidsmakers verderop bekokstoven. Lange rijen smetteloos geklede obers dienen het hoofdgerecht op. Risotto met Parmezaanse timbaaltjes, gevuld met vijgencompote. Maar al eten de bankiers samen, zakelijk is het wantrouwen onder hen zo groot dat zij elkaar vrijwel geen geld meer lenen.

Het gehele systeem, dat staat of valt met deze onderlinge ‘liquiditeit’, is drooggevallen. Vrijwel wereldwijd. Dat betekent: niet of nauwelijks geld meer uitlenen, niet weten of je als bank wel aan je verplichtingen kunt voldoen, burgers en bedrijven die onzeker zijn of hun geld veilig is – of beter: of het überhaupt nog érgens is, of het nog bestaat.

De stemming op de binnenplaats van het museum is bedrukt, de spanning voelbaar. En dan betreedt een frêle figuur het podium. De zaal valt stil. Christine Lagarde, de Franse minister van Financiën, zal haar geplande speech niet houden, zegt zij. Het vliegtuig naar Parijs wacht, voor spoedoverleg met president Sarkozy. Maar eerst wil zij de bankiers geruststellen.

Lagarde maakt duidelijk hoe de nieuwe verhoudingen zullen liggen. Overheden hadden altijd al een belang bij het gezond houden van de banksector, vertelt zij. Maar nu wordt alles anders. „We worden straks uw aandeelhouder. U zult niet worden teleurgesteld. We hebben nu al een eerste overeenkomst om te helpen.”

Even blijft het stil. Dan barsten de zevenhonderd bankiers uit in een daverende ovatie. Het hyperkapitalistische, testosterongedreven, goeddeels Angelsaksische mannenbolwerk, de onbetwiste top van de mondiale financiële sector, knielt aan de voeten van een vrouw uit Frankrijk. Die vertelt dat hun banken mogelijk worden genationaliseerd.

Het voorspel

De eerste grote schok hebben de bankiers al beleefdop maandagochtend 15 september 2008. De Amerikaanse overheid en andere Amerikaanse banken hebben dan besloten zakenbank Lehman Brothers niet te redden. De angst is groot dat deze agressieve bank te veel giftige producten op zijn balans heeft geladen. Minister van Financiën Hank Paulson – voormalig zakenbankier – wil na een weekend van koortsachtig overleg het signaal afgeven dat de overheid niet zomaar elke bank overeind houdt.

In hetzelfde weekend heeft Bank of America een andere grote zakenbank – Merrill Lynch – wél overgenomen. Een dag later zou de Amerikaanse regering de grootste verzekeraar ter wereld – AIG – nationaliseren. Maar het drong die week pas langzaam door dat de wereld aan de vooravond stond van de grootste economische crisis sinds de Grote Depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw.

‘De economie staat er relatief goed voor’, was de boodschap van koningin Beatrix in de Troonrede op Prinsjesdag 16 september. In een ’s nachts in allerijl herschreven speech sloeg minister Wouter Bos van Financiën (PvdA) die dinsdagmiddag al een somberder toon aan.

De beurzen daalden vanaf de maandag soms met tientallen procenten per dag. Langzaam groeide het besef dat hier sprake was van een systeemcrisis waardoor de hele wereldeconomie in het ravijn kon storten.

Waarom wankelde de wereldeconomie tien jaar geleden plots aan de rand van een financiële afgrond? Drie trends vloeiden samen. De eerste: de renaissance van het kapitalisme, die begin jaren tachtig opbloeide. Ondernemen mocht weer, hebzucht was niet per definitie verkeerd. Vrijheid van handelen gold als essentieel voor het economisch verkeer. En toen in 1989 de Sovjet-Unie bezweek, ging het vrijemarktdenken als enige overgebleven levensvatbare model in de overdrive.

Topman Richard Fuld van Lehman Brothers

Jonathan Ernst/Reuters

Privatiserend en deregulerend wierp de politieke economie in de jaren negentig steeds meer ketenen af. De burger werd klant, werd belegger, werd huizenbezitter. Schulden waren niet langer taboe, en soms zelfs gewenst als hefboom om de winstgevendheid op te krikken. Het eigen vermogen van bedrijven daalde. Dat van banken ook.

In de financiële sector speelde naast deregulering een tweede factor: de techniek. Computers en telecommunicatie versoepelden de handel en maakten steeds complexere producten mogelijk, waarvan het gebruik dan ook explodeerde. Begin jaren negentig werd al alarm geslagen dat de waarde van alle financiële derivaten (opties, termijncontracten en ‘swap’-ruilcontracten) de omvang van de wereldeconomie begonnen te benaderen. Aan de vooravond van ‘Lehman’ overtroffen zij de wereldeconomie met een factor tien.

En dan was er, als derde trend, de opkomst van nieuwe landen in de wereldeconomie. Westerse centrale bankiers zagen de inflatie matigen en matigen, en schreven dit vooral toe aan de zegeningen van de vrije markt en hun eigen kennelijke genialiteit. Alan Greenspan groeide in de zestien jaar dat hij de Amerikaanse Federal Reserve leidde, tot 2006, tot halfgod uit.

Waarschijnlijk had de golf van goedkope arbeid uit ‘opkomende landen’ er meer mee te maken. En een toenemend plaatselijk spaaroverschot, dat zijn weg vond naar het westerse financiële systeem. Tegenover overtollig spaargeld worden al snel overtollige schulden gemaakt.

Zie hier de drie hoofdingredienten: toenemende schulden, exploderende complexiteit en ongehinderde vrijheid. In de dagen na 15 september 2008 drong pas tot de westerse samenlevingen door hoe wild en hoe complex het financiële bouwwerk was dat in de schaduw van de echte economie was opgetrokken. Financiële derivaten van duizelingwekkende complexiteit, zogenaamd verzekerd en voorzien van kredietbeoordelingen die kunstmatig waren opgekrikt. Banken die buiten hun balans kunstmatige tegoeden en enorme schulden hadden opgebouwd. Financieringen en hypotheken die waren verleend op basis van vrijwel niets. Eigen vermogen dat volledig inadequaat was, en vaak niet echt bleek te bestaan.

De crisis

De val van Lehman Brothers markeerde het begin van een van de hevigste episodes in de moderne westerse economie. Najaar 2008 was de chaos compleet. Burgers die alles kwijt dreigden te raken, samenlevingen die zonder werkende banken op instorten stonden. En overheden die weinig anders konden dan inspringen.

Dat dit een Amerikaanse crisis was, bleek een mythe

In luttele weken droogden de geldstromen tussen de banken volledig op. De rest van de economie kwam krakend tot stilstand. Op de Amerikaanse manier om kwartaalgroei te presenteren kromp de Nederlandse economie op jaarbasis met 3,5 procent in het vierde kwartaal van 2008. In het eerste kwartaal bedroeg de krimp liefst 12,2 procent. Internationale geldstromen waren na Lehman tot nog maar een tiende van wat ze daarvoor waren. De Baltic Dry Index, maatstaf voor internationale scheepvaarttarieven, kelderde binnen twee maanden van bijna 12.000 punten naar 652 – om overigens nooit meer geheel te herstellen.

Banken moesten overal, zeker ook in Nederland, aan het infuus. Geen bank wilde nog lenen aan een andere. Centrale banken pompten grootschalig ‘liquiditeit’ in de sector. Niet alleen de Europese Centrale Bank zorgde voor geldsteun. Misschien wel belangrijker was de Amerikaanse centrale bank. Van alle dollars aan noodsteun die zij in de geldmarkt pompte, ging de helft naar Europa. Dat onderstreepte dat het idee dat dit een puur Amerikaanse crisis zou zijn een mythe was. Europese banken, vooral de Duitse, hadden naar hartelust meegedaan aan de Amerikaanse speculatiegolf. En in Europa zelf hadden zich misschien nog wel heviger vastgoedbubbels voorgedaan dan in de VS. Zie Ierland, of Spanje.

Een medewerker loopt met zijn ingepakte spullen uit het kantoor van Lehman Brothers, in september 2008

AP/Mary Altaffer

Banken die steun nodig hadden van overheden. Overheden die het door de economische crisis toch al zwaar hadden. Banken die zelf veel schuld van hun overheid op de balans hadden. De Lehman-crisis leidde tot doom loops: een spiraal waarin staat en bancaire sector elkaar naar beneden trokken. Toen later Griekenland de eurozone schokte met een verzwegen begrotingscrisis, raakte de euro zelf in de problemen.

De eurocrisis, stelt de Britse historicus Adam Tooze, heeft Europa ertoe verleid zichzelf als slachtoffer te zien van een in de VS veroorzaakte financiële crisis. Maar, als gezegd: Europa was er zelf bij. Reden voor Tooze, wiens recente boek Crashed hét standaardwerk over de crisis belooft te worden, om te spreken over een crisis van het noord-Atlantische kapitalisme.

Vandaag, tien jaar later, lijkt de crisis voorbij. Maar de schade is groot. Zichtbaar, bijvoorbeeld in de torenhoge (jeugd-)werkloosheid in Zuid-Europa. Wantrouwen in de financiële sector, in de autoriteiten zelf, vindt overal in het Westen een politieke stem. Toenemende ongelijkheid begint te bijten nu de koek een tijd niet is gegroeid, koopkracht is ingeleverd en monetaire stimulering beurzen en woningmarkten heeft opgestuwd: wie al bezit had, werd rijker.

En dan is er de onzichtbare schade. De economie groeit voorspoedig, ook al is dat deels kunstmatig door zeer lage rentes van centrale banken. Maar niet vergeten moet worden hoeveel groei door de crisis, en wellicht ook door een gebrekkig antwoord daarop, is misgelopen.

Als de Nederlandse economie de afgelopen tien jaar gewoon was doorgegroeid volgens het gemiddelde van de afgelopen kwart eeuw, dan was onze ‘welvaart’ nu eenzesde groter geweest dan nu. Ook dat is de rekening die de gewone burger, tien jaar na Lehman, heeft betaald.

Correctie (19 september 2018): In een eerdere versie werd Christine Lagarde een socialistische vrouw genoemd. Lagarde was in 2008 minister namens de centrum-rechtse partij UMP. Hierboven is het woord ‘socialistisch’ geschrapt.