Opinie

    • Sjoerd de Jong

‘Het persoonlijke is politiek’ is geen alibi voor voyeurisme en volksgericht

Heeft het feminisme het weer eens gedaan? In de berichtgeving over de morsige affaire rond D66-leider Pechtolds relatie met een partijgenote, aangezwengeld door Privé en De Telegraaf, dook in NRC ook herhaaldelijk een verwijzing op naar de leus ‘het persoonlijke is politiek’, in een politiek achtergrondstuk en de rubriek Haagse Invloeden. De leus zou het begin hebben gemarkeerd van het samengaan van beide domeinen.

Is dat terecht?

Nee zeg, meent een lezeres. Zij spreekt van een „affront’’ aan het adres van de vrouwenbeweging. Haar toelichting: „De leus houdt in dat persoonlijke ervaringen die vrouwen hebben, bijvoorbeeld als het gaat om seksuele intimidatie, worden gedeeld en daarmee politiek gemaakt. Het gaat niet om de individuele vrouw, maar om de situatie van alle vrouwen.”

Nu werd het feminisme in die stukken zeker niet gezien als dé verklaring voor de trend om van het publieke en intieme een permanente kermis te maken. Maar inderdaad, er is een wezenlijk verschil tussen wat destijds met die leus werd beoogd, een vermaatschappelijking van individuele problemen, en de hedendaagse pirouette van exhibitionisme en voyeurisme.

De leus komt van Man-Vrouw-Maatschappij, in 1968 opgericht door Joke Smit (die het artikel Het onbehagen bij de vrouw schreef) en Hedy d’Ancona (die in 2003 een autobiografisch boek publiceerde met de leus als titel).

Doel was bewustwording dat bepaalde ervaringen van vrouwen in hun persoonlijk leven geen individuele problemen zijn, maar maatschappelijke kwesties, die politieke besluitvorming vragen. Zoals het recht op abortus, bestrijding van seksueel geweld en de achterstelling van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Dat is dus juist het tegendeel van Privé-berichtgeving. Die gaat precies de andere kant op: van het publieke (de politicus) naar het strikt persoonlijke of intieme (zijn of haar privéleven). Het vrome alibi voor zulk voyeurisme is dan: praktiseert hij wat hij preekt? Ziedaar de (nooit gevonden) Belgische villa van Joop den Uyl.

In Angelsaksische media is zulke berichtgeving gangbaarder dan hier. Britse tabloids leven ervan. In de VS markeerde volgens sommigen de val van de Amerikaanse presidentskandidaat Gary Hart in 1987 een keerpunt in de relatie tussen politici en media. De Democraat Hart werd na berichten over echtelijke ontrouw door verslaggevers van The Miami Herald gevolgd en betrapt.

Amerikanisering van de politiek brengt amerikanisering van de media mee – en andersom. Zo lijken de kwesties rond de parlementariërs Ten Broeke (vertrokken omdat een vijf jaar oude seksuele-intimidatiezaak opspeelde) en Pechtold (door een ex-vriendin beschuldigd van onder meer aandringen op een abortus) hier een nieuwe, onverkwikkelijke fase. Onvermijdelijk wellicht, nu landelijk nieuws steeds meer wordt ‘gepersonaliseerd’: heel het land zocht mee naar Jos B. en leefde mee met Lili en Howick.

Hoe gaat NRC ermee om?

Uitgangspunt bij de krant is, al sinds jaar en dag, dat over privézaken van politici alleen wordt bericht als die relevant zijn voor hun publieke functioneren. Dat was de rechtvaardiging om, kort, het nieuws te brengen dat PvdA-leider Diederik Samsom ging scheiden; hij had zijn gezinsleven immers zelf in stelling gebracht in een campagnefilmpje.

Over dat korte Samsom-berichtje werd toen wel gedelibereerd op de redactie, en dat geldt nog veel meer voor de recente ophef rond Pechtold, die breed werd uitgemeten op sociale media en in talkshows. Dan wordt het moeilijk de zaak te negeren, zeker toen zijn partijleden tekenen van nervositeit begonnen te vertonen en zijn toch al bediscussieerde positie als partijleider in het geding leek te komen. Dus volgde er een duidend stuk van de Haagse redactie, waarin (merendeels anonieme) D66’ers uiting gaven aan hun onbehagen. Gevolgd door een achtergrondstuk over de verschuivende grens tussen publiek en privé in de Haagse politiek.

Die aanpak – terughoudend, geserreerd en vooral duidend – kun je goed verdedigen, al vond ik dat de krant cryptisch bleef over de concrete aantijgingen aan het adres van Pechtold; de „doodongelukkige vrouw” (tv-recensent Arjen Fortuin) die de zaak aan de grote klok hing, werd aangehaald met „ernstige beschuldigingen” over de „voor mij zeer pijnlijke manier” waarop de relatie was beëindigd. Maar de angel (de bewering van een onder druk afgebroken zwangerschap) ontbrak. Die stak dan weer wel in een grove cartoon op zaterdag (de D66-leider met twee breinaalden), die voor louter-NRC-lezers dus onbegrijpelijk werd. Je hoeft zo’n bewering niet uit te vergroten, alsjeblieft niet, maar je kunt er kort naar verwijzen als je dan toch over de ophef schrijft.

Hoe dan ook, distantie blijven houden tot zowel het narcisme van politici als de opwinding van privé-schandalen en het volkstribunaal, lijkt me nog steeds het beste devies.

Opvallend genoeg viel er in de meeste media overigens weinig te lezen over een andere frontlinie waar het politieke ineens persoonlijk werd; De Telegraaf meldde dat staatssecretaris Harbers, verantwoordelijk voor het dossier rond Lili en Howick, had moeten onderduiken na bedreigingen aan zijn adres. De NOS bracht dat nieuws kort, ook NRC hield het op een zin, bovenin een reconstructie van de zaak. Dat kon ook niet anders, want veel feiten waren er niet. Volgens NRC moest Harbers worden beveiligd en „zou [hij] zelfs tijdelijk elders slapen”.

Maar toch. Die omineuze wending van het politieke naar het persoonlijke leven is, helaas, ook een teken des tijds.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong